Test, test, test

In de serie Denken in tijden van Corona ga ik het hebben over testen en meten.

Het is 19 September 1648, toevallig (maar wat is toeval?) het jaar waarin de Tachtigjarige oorlog ten einde komt. Ik neem u echter niet mee naar Munster, maar naar de Puy de Dome, de berg in het Franse Massif Central.

Daar zien we Florin Perier, een zwager van de bekende wiskundige Blaise Pascal, vergezeld van een groepje mannen die we maar zullen aanduiden als dragers en administrateurs, de berg opklauteren. Bij zich hebben ze een glazen buis aan een kant gesloten en gevuld met kwik en een bak gevuld met hetzelfde vloeibare metaal. Op weg naar de top.

Beneden aan de voet, volgens hun berekeningen 3000 voet lager, heeft de heer Perier in een kloostertuin een zelfde buis met kwik rechtopstaand in een bak achtergelaten. Het kwik staat daarin zo’n 26 inch boven het kwik in de bak.

Boven gekomen meet Perier onder toeziend oog van zijn companen de hoogte van het kwik in de buis. Et voila! Het kwik staat iets meer dan 3 inch lager dan in de kloostertuin beneden.

Vanwaar dit gedoe met dit toestel dat later barometer zou gaan heten? Volgens David Wootton (in The Invention of Science) was dit de eerste keer dat er een experiment werd gedaan dat voldeed aan de eisen die we aan een wetenschappelijk experiment stellen: nauwkeurig uitgedacht, geverifieerd door getuigen, herhaalbaar en gevolgd door rapportage en publicatie van de resultaten. Maar waarom? Wat moest er getest worden? Wat was de vraag?

De vraag die de heren aan de Natuur stelden was: bestaat het Horror Vacui zoals Aristoteles en zijn volgelingen beweerden, of bestaat het niet? Heeft de Natuur een hekel aan lege ruimte en weerstaat ze de creatie ervan boven de kwikkolom of wordt de hoogte van het kwik boven in de buis uitsluitend bepaald door de druk van de lucht? Het antwoord dat de Natuur door dit cruciale experiment werd ontfutseld was klip en klaar: het Horror Vacui bestaat niet. En toch…

Revoluties, of dat nu in de politiek is of in de wetenschap of de kunst, roepen altijd de vraag op: waarom toen, waarom niet eerder? Zo ook hier.

Want had de kardinaal van de Roomse Kerk Nicolaus von Kues (aka Cusanus) twee eeuwen eerder de geleerden al niet opgeroepen dat er meer getest en gemeten moest worden? Ja, zeker had hij dat! Waarom moest het dan nog 200 jaar duren voordat dat gemeengoed werd? Het antwoord is zo simpel als boerenkool: de man schreef in het latijn en de geleerde heren waren niet van plan hun handen vuil te maken, met giftige stoffen te knoeien, of bergen te beklimmen. Kenmerkend voor de nieuwe wetenschap is namelijk 1) dat het hard werken is en 2) dat er geen einde aan komt. Hoe meer je weet, des te meer besef je dat je niet weet. Wat de kardinaal bedoelde zijn volk duidelijk te maken in zijn “De docta ignorantia” (1440) is dat we door meten en testen weliswaar de waarheid steeds beter kunnen benaderen, maar dat datgene waar het echt om gaat onbereikbaar is. De idee van het volstrekt luchtledige is een wijkende stip aan de horizon.

Immers… De Natuur laat zich niet wegverklaren door te testen en te meten. Het horro vacui bestaat wel degelijk. Ze is aanwezig in de angst voor het niet weten, in de onverzadigbare drift naar kennis, in de driftige vraag naar een Corona-app om het virus te bestrijden (waartegenover het religieuze besef van de criticasters die beweren dat techniek nooit een oplossing is omdat die buiten het bereik van de informatica ligt), in de hoofden van hen die 5G-zendmasten in brand steken.

Als een transfiniete grootheid beheerst het Horror Vacui ons leven als nooit te voren.

Houd moed!

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply