De attributen van Irma

In de serie Denken in Tijden van Corona gaat het deze keer over de attributen van Irma. En over de attributen van IRMA. Wat is het verschil en vooral wat is een attribuut?

Irma is natuurlijk Irma Sluis, onze nationale corona gebarentolk. Immens populair en bewonderd vanwege haar optreden op TV als de vertolker van de woordenstroom van Rutte en trawanten. Een rolmodel. Iedereen wil plotseling gebarentaal leren. Wie kan nog aan hamsteren denken zonder dat hem daarbij het driftig gadderende gebaar van Irma voor de geest komt? Niemand.

Wat is een attribuut? Een attribuut is een kenmerk, iets dat bij iets hoort en waaraan je dat herkent. Zoals het zwaard, de weegschaal en de blinddoek bij Vrouwe Justitia horen, de knuppel bij Hercules of het gebroken geweertje bij de vredesactivist. Welke zijn de attributen van Irma? Interesseert ons dat?

Irma staat altijd op de achtergrond, maar wel op een flonder, en met haar expressieve gezicht en gebaren trekt ze de aandacht van de kijker. Dit zijn typische kenmerken van de gebarentolk bij het optreden zoals we haar kennen. Het zijn geen kenmerken van Irma als persoon, als individu. Die doen er ook niet toe. Stel dat ze een heel opvallend kapsel, een bloemetjesjurk en een tatoeage had; opvallende oorbellen of andere attributen. Dat zou alleen maar afleiden van dat waar het omgaat, de gebaren.

Een gebarentolk is zelf niet doof – integendeel – en ze spreekt ook niet zelf. Ze vertaalt. Of liever: ze verbeeldt. Ze verbeeldt in woord en gebaar wat de bronspreker uitdrukt. De gesproken woorden zijn daarbij slechts onderdeel van de taalhandelingen, die primair bedoeld zijn voor de dove kijker, zodat ze verstaan wat er gezegd wordt. Voor de horenden is Irma’s optreden vooral een performance act. De bewegingen met handen, vingers, de gezichtsexpressies, de lichaamsbewegingen ze verbeelden de sfeer en de emotie van de handeling. En dat in real-time tempo! Het is razend knap. Hier kan geen computer tegen op.

Inmiddels is Irma BN-er geworden en dus wil het gemene volk wel iets meer van haar weten. We hebben nu eenmaal moeite met het onderscheid tussen privaat en publiek. Wie is Irma Sluis eigenlijk? Wie is die vrouw achter de gebarentolk? Een kijkje achter de schermen.

Mijn beauty routine is eigenlijk vrij basic. Mijn gezicht reinigen doe ik tijdens het douchen met een facewash. Dan natuurlijk een dagcrème en als basis voor mijn make-up gebruik ik een BB-cream. Ik houd van een natuurlijke make-up look dus ik gebruik verder alleen eye-liner, mascara en iets op mijn lippen. (Uit: De vrouw achter de gebarentolk: ontdek de kledingstijl van Irma Sluis)

Ik vind make-up helemaal niet natuurlijk, maar daar gaat het niet om. Wat belangrijk is, is dat Irma de aandacht heeft gevestigd op het fenomeen gebarentaal en daarmee op het feit dat doven en slechthorenden er ook bij horen. Zoals wij allen als burgers betrokken worden bij de bestrijding van het virus. En zelfs mee mochten denken over een app om het virus te bestrijden. Moderne tijden vragen om moderne middelen.

Wie Oliver Sacks’ Stemmen Zien gelezen heeft weet welk een strijd er gevoerd is – en nog steeds gaande is – om gebarentaal als volwaardige taal erkend te krijgen. Ik hoorde laatst bij het radioprogramma OVT de interviewer aan een doventolk vragen of de doventaal ook uitdrukkingen kent. Hoe zeg je dan “de appel valt niet ver van de stam”? Tja.

Wat is dat voor strijd? Het is een strijd tegen de vanzelfsprekende aannames in de hoofden van de samenleving, die tot uitdrukking komen in de taal en in de instituties. Niet alleen bij het gemene volk. Ook, en misschien zelfs wel vooral, bij de mensen die het beter weten, de wetenschappers.

Zoals Chomsky. Meest vooraanstaand taalwetenschapper van de laatste eeuw. Wie kent hem niet! Is het niet van zijn universele grammatica, de generatieve grammatica’s, of de Chomsky hierarchie, dan wel van zijn politiek activisme, zijn protest tegen de opstelling van de VS tijdens de Vietnam-oorlog. Ik ken hem niet. Ook al heb ik ongeveer 10 jaar van mijn leven aan zijn grammatica’s en een deel daarvan aan attributengrammatica’s gewerkt. (Ik heb daar nog een onleesbaar proefschrift over moeten schrijven.)

Noam Chomsky, kondigde in het voorwoord van zijn Cartesian Linguistics een nieuw boek aan over “taalsurrogaten, bijvoorbeeld de gebarentaal van de doven”, waarmee hij deze als inferieur aan de gesproken talen kwalificeerde. Chomsky sprak in 1965 over taal als een klank-betekenis-correspondentie. Toen hem tijdens een conferentie gevraagd werd hoe hij dacht over gebarentaal van doven “toonde hij zich ondogmatisch en zei niet in te zien waarom het klankgedeelte cruciaal zou zijn en herformuleerde zijn definitie als een signaal-betekenis-correspondentie” ( citaat uit Stemmen Zien, voetnoot op pagina 194.)

Aangezien een woord ook een gebaar is, is er bij taal dus eigenlijk sprake van een gebaren-betekenis-correspondentie. Dat is beter dan spreken van een signaal-betekenis-correspondentie. Maar we hadden het over de attributen en de identiteit van Irma.

Horenden en sprekenden zien hun taal als iets vanzelfsprekends. Voor doven en hun gebarentaal ligt dat heel anders. “De doven beschouwen hun gebarentaal als een uiterst intiem, onverbrekelijk deel van hun wezen, als iets waar ze afhankelijk van zijn.” (Oliver Sacks in Stemmen zien, 1989) . Wie even bij de doven stil staat snapt dat. Doven hebben niet veel aan een radio. Willen ze Lara Rense horen dan moeten ze haar zien en Lara zal gebarentaal moeten spreken. De erkenning van de gebarentaal als een echte taal, met een eigen grammatica en dialecten, en eigenaardigheden is daarom de erkenning van de dove als een volwaardig individu en dus als een volwaardig deelnemer aan het publieke leven en het publieke debat. De gebarentaal wordt door het publieke optreden uit de intimiteit van de dovencultuur gehaald.

Deelnemen aan het publieke leven, de samenleving, willen we allemaal. Maar wel met behoud van onze identiteit en onze privacy. En dat blijkt niet eenvoudig.

Wanneer Irma d’r potjes make-up en face-wash op zijn, gaat ze – zeker nu de winkels dicht zijn – via het internet nieuwe kopen. Stel ik mij voor. Make-up moet, want dat accentueert de expressie. Voor die transaktie zal ze een aantal persoonlijke attributen moeten overleggen aan de make-up verkoper: naam, adres, en wellicht een speciaal account-nummer. Voor de betaling zal ze ook weer een aantal persoonlijke kenmerken moeten overleggen aan de bank.

Net zo goed als Irma zich geen zorgen maakt over wat er allemaal onder de motorkap van haar auto gebeurt (bij wijze van spreke) maakt ze zich geen zorgen over wat er allemaal achter de schermen van het internet gebeurt. En daarin verschilt ze niet van de meesten van ons. En zo hoort het ook. Maar o wee… In het bos zijn de boze wolven, in het bos, in het bos…

En dan is er IRMA

IRMA staat voor – u raadt het niet – I Reveal My Attributes, oftewel Ik toon u mijn attributen. Iedereen, niet alleen Irma, heeft attributen, dat is inmiddels wel duidelijk. IRMA is een computersysteem. Het is een product van de Privacy by Design Foundation. IRMA wil de burger helpen bij de bescherming van haar privacy en voorkomen dat haar identiteit gestolen wordt. Je hoeft geen Michael Bellicher te heten om te weten wat identiteitsfraude betekent. (Men leze CEL van Charles den Tex). Maar ook als een instantie je van iets beticht wat je niet hebt gedaan (belastingontduiking, fraude) of je op een onheuse manier benadert omdat je tot een bepaalde referentieklasse behoort (predictive policing) is er sprake van verkrachting van identiteit. Het zijn zaken die in het informaticatijdperk uiterst lastig zijn te verhelpen omdat ze anoniem zijn. Wie zit er achter? Wie is verantwoordelijk?

Een voorbeeld. Ik ben dienstweigeraar, zoals andere mensen jood zijn, moslim of christen. Ik ben erkend gewetensbezwaarde militaire dienst. Erkend, na een bezoek aan een psychiater in Den Haag die mij aan een test onderwierp om te kijken of ik misschien niet helemaal goed bij mijn verstand was. Toen ik na een uitspraak van hem plompverloren opmerkte dat dat een tekst uit Goethe’s Faust was, wist hij genoeg. Ik kreeg een brief thuis met een stempel. Mijn dossier ging naar Sociale Zaken. Daar hadden we voor gestreden, dat we als erkend gewetensbezwaarden onder Sociale Zaken vielen. Ik had niets met Defensie te maken. Totdat ik vele jaren later bij de UWV een lijst opvroeg van mijn arbeidsverleden. En verdomd als het niet waar is. Daar stond dat ik gedurende een periode van anderhalf jaar gewerkt had bij Het Ministerie van Defensie. Wat! Ik! Wie denkt Het Systeem wel wie ik ben! Ik heb een kopie van de brief met stempel als tegenbewijs naar de instanties gestuurd. Ik kreeg na veel gedoe de toezegging dat men het uit zou zoeken. Nooit meer iets van gehoord. Zo gaat dat. De instanties zijn oost-indisch doof.

Het systeem denkt niet. Het is een proces. Voor het systeem, voor Google, voor Facebook, voor de politie, ben je een abstract subject, een rijtje attribuut-waarden in een gegevensbank. De amerikaanse computer-wetenschapper en filosoof Hilary Putnam zei eens: “I am not a value of a variable!” Maar dat zijn we natuurlijk wel: een waarde van een variabele in een wiskundig statistisch model, in een kunstmatig neural netwerk dat gebruikt en misbruikt wordt om ons te dienen. Het is maar van welke kant je het bekijkt. Om mee te tellen moet je wel in het systeem zitten als waarde van een variabele in een wiskundig model. Zonder dat ben je niemand.

Wij zitten als individu opgeslagen in computersystemen als een rijtje attributen. Sommige attributen zijn persoonlijk, zoals adres, naam, geboortedatum, burgerservicenummer. Andere zijn minder persoonlijke kenmerken: welk merk auto je hebt, het soort inkomen, je opleiding, welke dagbladen je leest, wat voor YouTube filmpjes je bekijkt, hoe vaak je naar welk buitenland gaat. Al deze attributen zijn ergens uit je aktiviteiten afgelezen, opgeslagen en gedeeld. Mogelijk verhandeld aan gebruikers die je indelen in een bepaald profiel, een doelgroep. Met als doel om je op een bepaalde manier te bedienen, of je wilt of niet. Als Irma make-up koopt is ze vast ook wel geinteresseerd in eye-liners en nagellak. Laten we haar eens een notificatie sturen.

We mochten meedenken met de minister over een corona app om samen het virus te bestrijden. Even niet de straat op. Mijdt de public spaces en denk na over een oplossing. De snelle jongens van de ICT-bedrijven dienden samen meer dan zevenhonderd oplossingen in. Maar die app kwam er niet. Wat is het probleem? We noemen het privacy. Privacy is als een virus, de grootste bedreiging van de open samenleving. Privacy is namelijk per definitie iets dat bedreigd wordt en dus beschermd moet worden.

Het belangrijkste probleem met die corona app is dat het geen probleem is. Waarom is privacy een probleem? Omdat er mensen zijn die iets met de kennis van de attributen van individuen zoals Irma willen doen. Waarom willen ze dat? Omdat ze er geld mee kunnen verdienen. Er is een economisch belang. Hoe verkopen deze mensen zich? Door de diensten die ze aanbieden. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat je al je gegevens handig op je nieuwe telefoon kan zetten als je weer een nieuwe smartphone hebt aangeschaft. Of dat je met slechts 1 password overal toegang toe hebt. Ze wijzen je op koopjes en nieuwtjes op je persoonlijke smaak gericht. Ze geven je het gevoel erbij te horen, dat je deelnemer bent in public spaces. Maar het moet wel allemaal voldoen aan de privacy-wetten. Het probleem van de corona-app is dat het geen probleem is. Het is een paradox. Problemen zijn oplosbaar door technologie, door een app. Paradoxen niet. Die vragen om iets anders. Wat?

IRMA presenteert zich als oplossing van het privacy-probleem. Het is een app waarmee je zelf bepaalt welke attributen je aan wie voor welke transaktie prijs wilt geven. Die attributen worden niet centraal opgeslagen. Alleen op je eigen telefoon.

Je eigen telefoon is je interface naar de wereld. Verlies je die dan verlies je je gezicht. En wie zijn gezicht verliest, verliest zijn identiteit.

Bij IRMA worden berichten tussen gebruiker en het econetwerk, o.a. de attribuutverstrekkers, versleuteld verzonden. Het voldoet aan de nieuwste privacywetten van Europa. Dat zit wel snor. Maar…

Is IRMA wel te vertrouwen? Wie is de man achter IRMA? Dat is Bart Jacobs, Professor Computerbeveiliging. Hij weet hoe je publieke systemen zoals de OV-chipkaart en de stemmachine privacy-vriendelijk moet maken. Wie kent hem niet? Van zijn openbare optredens als Volkswagen weer eens een “ontwerpfout” in de doofpot wilde stoppen. Wanneer er weer eens een servicesysteem gehacked was door zijn studenten. Om te laten zien dat het niet veilig was. Een manier om te onderzoeken of een systeem wel veilig is, is het systeem te kraken. De Professor leidt experts op op het gebied van computersloten. De beste slotenmakers zijn tevens de beste slotenkrakers. Die kunnen ze bij onze veiligheidsdiensten goed gebruiken. Helaas kun je niet bewijzen dat een systeem wel veilig is. Uiteindelijk is de gebruiker de zwakste schakel in het systeem. Die wil er immers op kunnen vertrouwen dat het wel goed zit.

Zoals Irma erop wil vertrouwen dat ze haar potje make-up op tijd voor de volgende tolkshow toegestuurd krijgt en dat haar attributen niet misbruikt worden.

Referenties

Noam Chomsky, Cartesian Linguistics: a chapter in the history of rationalist thought. Cambridge University Press, Eerste editie 1966; 3e editie 2009.

Oliver Sacks, Stemmen zien: reis naar de wereld van de doven. Rainbow pocketboeken, Uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

One thought on “De attributen van Irma”

Leave a Reply