Brief aan de kleinkinderen

In de serie Denken in Tijden van Corona deze keer een brief aan de kleinkinderen.

Lieve Lily, Abel en Sofia,

Er zijn weinig dingen zeker in het leven maar als jullie dit lezen dan hebben we het overleefd. We dat is de samenleving, wij mensen, jullie, jullie papa en mama, opa’s en oma’s, juffen en meesters en al die andere mensen die leven. Dat heet samenleving. Omdat ze proberen samen te leven en omdat dat nu eenmaal moet als je allemaal op een kluitje zit. (De aarde is een kluitje die rondtolt in het heelal. Jullie kennen hem wel van de Prins en de Boa Constrictor die een Olifant had opgegeten). Op dat kluitje samenleven is niet altijd even makkelijk. Dat weten jullie misschien wel. Ook jullie hebben wel eens ruzie, met elkaar, met papa of met andere kinderen. Het is fijn als er dan een mama is die je kan troosten.

Nu wij deze brief aan je schrijven ligt de samenleving op de Intensive Care. Aan de monitor. Jullie kennen dat misschien wel. Als iemand, zeg maar een meneer die we voor het gemak Koeman noemen heel erg ziek is, en het gevaar bestaat dat Koeman dood gaat, dan moet meneer Koeman naar het ziekenhuis. Daar worden allemaal apparaten aangesloten op Koeman om de hartslag en de temperatuur en zo te meten. De dokters proberen zo te ontdekken wat er aan de hand is. Als ze weten wat er aan mankeert dan kunnen ze er misschien wat aan doen. Een pilletje of soms een operatie. Opa was een keer heel ziek en bijna dood. De dokter heeft toen een ziek stukje van opa weggesneden en pilletjes gegeven. Dat hielp. Als hij dit schrijft leeft hij nog. Het is fijn dat de dokter opa weer beter kon maken zodat hij nog een tijdje bij jullie kon zijn en onkruid kan wieden in de groentetuin.

Maar nu ligt de hele samenleving in het ziekenhuis, aan de monitor. Daarom mogen we ook niet bij elkaar op bezoek komen. Want wie moet bij wie op bezoek komen? We zijn allemaal ziek of we kunnen elkaar allemaal ziek maken. De mensen weten namelijk vaak niet of ze al ziek zijn of nog niet ziek zijn. En ze weten ook niet wie er allemaal ziek zijn. Daarom mogen we niet bij elkaar op bezoek komen. En het vervelende is dat de dokters het ook niet weten. Sommige dokters zijn zelf ook ziek. En er zijn zelfs al een paar dood gegaan. En zusters ook. Iedereen, de hele samenleving, kijkt nu de hele dag thuis naar de televisie en naar computerschermen (dat heten monitors) om te kijken hoe het met de patient, hun zelf dus gaat. Het is wel lastig hoor als je zelf ziek bent om te zien of je ziek bent en hoe dat komt.

Jullie weten vast wel van jullie mama’s dat je om gezond te blijven gezonde dingen moet eten (zoals appels en patat) en gezonde dingen moet doen (zoals gezond eten en poepen en spelen). Anders wordt je te dik of te dun. En dan wordt je eerder ziek dan later. En wie wil dat nou? Wij niet. De meeste mensen denken dat ze heel gezond leven en doen en dat ze gezond denken. En toch is er kennelijk iets heel erg mis gegaan. Daarom liggen we allemaal aan de monitor. Wat is er misgegaan? Sommige mensen denken dat we in het verleden moeten zoeken naar de oorzaak van de ziekte: de ziektebron. Het verleden is wat geweest is. Weet je nog dat je een keer heel hard viel toen je hard moest rennen? Je had toen heel veel pijn en bloed. Dat is verleden tijd. Dat heet met een moeilijk woord geschiedenis. Misschien zit er nog een litteken van op je knie. Dat is het geheugen van je knie. Het helpt je voor de herinnering; dat je er weer aan denkt. Als je dat wil. Pijn is niet leuk dus dat wil je waarschijnlijk niet.

Vandaag is het 5 mei, Bevrijdingsdag. Dat is de dag dat we denken aan de bevrijding van ons land. Ons land is Nederland, waar jullie geboren zijn. Misschien wonen jullie als je dit leest wel in een ander land. Een bevrijding; dat is als je lange tijd opgesloten hebt gezeten en je weer naar buiten mag. We willen natuurlijk allemaal weer gauw bevrijd worden uit het ziekenhuis, zodat we weer op bezoek kunnen komen. Maar vandaag vieren we dat we bevrijd zijn van de oorlog met de vijand. De meeste mensen denken dan aan 5 mei 1945. Dat is 75 jaar geleden. Dat lijkt heel lang geleden Je papa en mama waren toen nog niets eens geboren. Die zaten nog in de buik van hun moeders, die ook nog in de buik zaten van hun moeders. Die hebben de oorlog wel meegemaakt. Waarom was die oorlog? vraag je misschien.

Wist ik het maar. Op bevrijdingsdag proberen we allemaal een antwoord te vinden op precies die vraag: waarom oorlog? Waarom maken mensen zo veel ruzie en maken ze elkaar dood. In de oorlog werden heel veel mensen, vooral joodse mensen, maar ook zigeuners, door heel veel andere mensen weggejaagd, opgesloten in gevangenkampen en dood gemaakt. Omdat ze niet wilden dat die andere mensen ook leefden. Die mochten er niet zijn. Waarom niet? Omdat er geen plaats voor hun was. Waarom niet? Allemaal vragen. Er is niet een antwoord; er zijn heel veel antwoorden. Maar we weten niet of het goede antwoord erbij is. Wij denken soms dat er geen goed antwoord bestaat. Nu denken jullie misschien dat die mensen die andere mensen dood maken domme mensen waren. Ze waren misschien wel stom, maar niet dom. Er waren hele slimme, geleerde, mensen bij. Ze hadden heel diep nagedacht hoe ze het beste de joden konden verjagen en vermoorden. Ze hadden er een hele machinerie voor gemaakt. En ze dachten dat het goed was wat ze deden. Maar ja; wat is goed?

Wat wij wel weten is dat oorlog niet goed is. Wij lazen de boeken van mensen die het overleefd hebben. Die schreven ons wat ze hadden meegemaakt. Dat is niet fijn om te lezen. Maar we wilden het wel weten. Omdat we met hun verder willen leven. Wij bezochten na de oorlog de kampen waar de joden vermoord zijn. Vaders, moeders, opa’s en oma’s en ook kinderen! Je opa was in Buchenwald, waar we leerden dat je moet werken om vrij te zijn, en we bezochten Teresienstadt. Die lagen toen nog in landen aan de andere kant van de muur. De muur? zeg je.

Ja, er was na de oorlog een muur gebouwd. Dwars door Europa. Overal prikkeldraad en wachters met geweren. De stad Berlijn was in twee delen opgesplitst door een dikke hoge muur. Wij mochten wel naar de andere kant, maar vrienden van ons die aan de andere kant woonden, die mochten niet zomaar naar ons toe. Daar stond je dan met ze naar die stomme muur te kijken. Die mensen daar zaten opgesloten. Waarom? Tja, waarom? Omdat sommige mensen, geleerden die het voor het zeggen hebben dat beter vonden voor iedereen. Gelukkig is die muur weer afgebroken. We konden toen weer zonder gedoe de grens over naar de andere kant.

Gisteren was 4 mei. Dat komt altijd voor 5 mei. Maar dat wisten jullie al. Dan is er in Nederland dodenherdenking, We denken dan aan al die papa’s, mama’s, opa’s en oma’s en kinderen die dood gemaakt zijn in De Oorlog. En ook aan die andere mensen die ze dood maakten, want die gingen eigenlijk ook een beetje dood. Er worden kransen gelegd en we zijn een paar minuten stil. Op onze monitoren, op de beeldschermen, keken we even niet naar onze hartslag en onze temperatuur, maar naar grote mensen die iets voorlezen. De Koning sprak het volk, dat zijn wij, toe. Dat heet een toespraak. Hij vertelde over de moeder van zijn oma, die heette Wilhelmina, dat die niet zo aardig was geweest voor de joodse mensen in Nederland. Hij zei dat hem dat speet. Dat is goed, want hij meende het. Misschien helpt het. Zoals een pleister op je knie als je gevallen bent.

Er was ook een toespraak van een joodse schrijver, Een meneer, Arnon heet ie, die vertelde dat we goed moeten luisteren naar de mensen die de oorlog en de kampen hebben meegemaakt. Om te begrijpen wat er precies allemaal gebeurd is. Begrijpen is zoiets als zien. Maar of dat helpt? Ja, gelukkig hebben ook veel joodse mensen de oorlog overleefd. Niet alleen omdat ze er dan over kunnen vertellen, maar omdat het mensen zijn zoals wij.

Heel veel joodse mensen gingen na de oorlog naar Het Beloofde Land. Dat land heet nu Israel. Het is een heel mooi land, met veel zon en mooie stranden en mooie groene delen, met veel fruitbomen. Maar ook veel grote woestijnen vol met zand. En je hebt de dode zee. Die heet zo omdat hij heel zout is. Zo zout dat geen vis erin kan leven. En ze zeggen dat Jezus er geboren is; op eerste Kerstdag was dat. Dat staat allemaal in de Bijbel. De mensen die vinden dat ze in Israel thuis zijn die denken dat omdat het in de Bijbel staat. Het is dus een heel belangrijk geschiedenisboek.

Er staan hele mooie verhalen in, Maar ook niet zulke mooie. Het is zo’n belangrijk boek dat het in alle talen van de wereld is vertaald. Zodat iedereen het kan lezen. In de 17de eeuw was er in Batavia dat is een stad ver weg die nu Djakarta heet, een meneer die heette Jacobus heette. Toevallig ook Op den Akker van achteren, net als jullie. Jacobus vertaalde dit dikke oude boek in de Portugese taal. De taal van Sofia’s moeder en van Sofia’s andere opa en oma. Zodat de mensen uit Portugal die in Batavia woonden het ook konden lezen. Hij vond dat ze dat moesten lezen. Waarom? Tja.

Die Jacobus was in Meurs geboren. Dat was toen van Nederland. Die stad die nu in Duitsland ligt, was door een overoveroverovergrootvader van onze Koning veroverd op de vijand, de Spanjaarden. Maurits heette die grootvader. Net als de broer van onze Koning. Toevallig he? Die Nederlanders, jullie voorvaderen, zo heet dat, die speelden de baas in Batavia. Ze hadden dat geleerd van de Portugezen. Nederlanders waren daar erg goed in: de baas spelen. Ook als anderen dat niet wilden. De Koning heeft gezegd dat hij daar spijt van heeft. Dat is goed. Net als een pleister op een zere knie als je gevallen bent. Maar of het helpt?

De Bijbel vertaald in het Portugees voor de mensen in Batavia

Je opa heeft een tijdje in dat mooie land Israel gewoond en gewerkt. In Tel Aviv, de hoofdstad. Hij ging elke week met de bus naar Jeruzalem voor zijn werk. Een hele leuke oude stad; met kleine straatjes waar je van alles kunt kopen. Met op een berg een oude grote tempel met een gouden rond dak. Je moet daar je schoenen uit doen voor je naar binnen gaat. Waarom? Omdat het een heilige plek is. Je opa en oma zijn er samen op vakantie geweest. We waren bij de Dode Zee en in Bethlehem (Beth = huis en lehem is brood). Daar is Jezus geboren (staat in de Bijbel). Je opa moest heel lang wachten voordat je oma eindelijk kwam aan vliegen. Je oma was toen nog heel jong en slank en we waren nog niet getrouwd. Vliegen was toen best wel een beetje gevaarlijk want er waren soms kapingen. Dat is als anderen een vliegtuig afpikken van de piloot. Omdat ze ergens anders heen willen. Door Palestijnen. Die hadden ruzie met de joodse inwoners van Israel. Het Beloofde Land was een deel van Palestina waar de Palestijnen woonden. En er werden ook wel bommen neergelegd op het strand. Net als in de oorlog. Overal liepen politiemensen met geweren op wacht. Net als vlak na de oorlog op het station van Oost-Berlijn en bij de muur.

Je opa werkte voor een groot computerbedrijf, IBM. Jotbetmem zei men daar tegen. IBM maakte de eerste schaakcomputer die zo slim was dat hij de wereldkampioen versloeg. Maar dat was veel later. Je opa moest nog naar de overkant van de straat lopen om het programma in te leveren voordat het door de computer kon worden gelezen en er weer wat uitkwam. Stom he! Tussen de middag liep hij naar het strand. Het was altijd mooi genoeg weer om te zwemmen. Je opa woonde in een kamer op de campus van de universiteit, het Technion. Studenten moesten om beurten wachtlopen met een geweer om de schouder omdat ze niet wilden dat iedereen er zo maar naar binnen kon lopen. Vooral de Palestijnen niet. Waarom het land Het Beloofde Land heette en waarom de Palestijnen boos waren op de joodse inwoners?

Tja, de joodse schrijver Arnon, die die toespraak hield, vertelde dat we de geschiedenis niet moesten vergeten omdat we daarvan kunnen leren. Dat klopt. Maar waar moeten we beginnen? De geschiedenis bestaat uit verhalen. Verhalen van mensen. En die vertellen niet dezelfde verhalen. De flat waar je opa woonde in Tel Aviv is gebouwd op een heuvel aan de noordrand van de stad. Precies op een plek waar vroeger een Palestijns dorp was. Er is heel veel gebouwd door de nieuwe bewoners van Israel. Op heel veel plaatsen waar eerst Palestijnen woonden. In kleine dorpjes, met een paar hutjes, en wat dieren en wat groentetuintjes.

Vele jaren nadat je opa en oma er op vakantie waren, hebben de joodse bewoners van Israel muren gebouwd, waarachter Palestijnen wonen. Zodat die niet zomaar overal naar toe kunnen. Precies zoals in Berlijn na de oorlog. De oorlog die we hier herdenken.

Een paar dagen geleden vierden de joodse Israeliers en heel veel joden verspreid over de hele wereld de dag die Yom Ha’atzmaut heet, Onafhankelijkheidsdag. Ze vieren dat vanaf die dag in 1948 de inwoners van Israel zelf mogen bepalen hoe ze leven. Israel werd een eigen land met eigen wetten, zoals Nederland en Duitsland. Dat was tijdens een oorlog met de Palestijnse Arabieren. De Palestijnen verloren die oorlog en een deel van hun land. Ze moesten zich terugtrekken of wegvluchten naar andere landen. Zoals de joden moesten vluchten uit Portugal, Frankrijk, Duitsland en Polen voor en tijdens de oorlog. De oorlog die wij nu herdenken. Voor de Palestijnse bewoners was de Onafhankelijkheidsdag die door de religieuze joden overal gevierd wordt, een catastrofe. Dat is een ramp. Ze noemen het al-Nakba. Ze herdenken dat op de plaats van hun dorpjes door de nieuwe joodse bewoners huizen en andere gebouwen zoals een universiteit werd gebouwd. Ze werden weggejaagd. Maar anderen zeggen dat ze uit zich zelf vertrokken. Dat is nou geschiedenis.

Anderen zullen jullie misschien een ander verhaal vertellen. Toen jullie opa in Tel Aviv werkte, werkte aan de Universiteit ook een man die Judea heet. Hij is geboren in Het Beloofde Land. Zijn vader en moeder waren uit Polen daar naartoe verhuisd. Je opa heeft hem nooit ontmoet. Maar Judea schreef moeilijke boeken met veel wiskunde erin. Je opa las die boeken omdat hij het interessant vond. (Het nieuwste boek van hem heet Waarom? grappig he?) Het is een geleerde man die veel belangrijke prijzen heeft gewonnen. Pas vele jaren later leerde je opa dat Judea ook in Tel Aviv woonde toen je opa er was. Nu woont Judea in Amerika. Judea had een zoon Daniel. Of heeft? Daniel was journalist van een Amerikaanse krant. Hij was voor zijn werk in Pakistan, een land ver weg. Maar ook weer niet zo ver. Daniel werd vermoord. Onthoofd. Wij denken door dezelfde mensen die in Amerika met een vliegtuig door kantoorgebouwen vlogen. De moordenaars van Daniel moeten nog straf krijgen. Waarom werd Daniel onthoofd? Hij was jood en daar was hij trots op. Het verhaal gaat dat zijn laatste woorden waren: “Mijn vader is jood, mijn moeder is jood. Ik ben jood.” Dat heet identiteit: dat je weet wie je bent en waar je vandaan komt. Veel mensen zijn daarnaar op zoek. Anderen zijn bang dat ze het kwijt raken. Het is iets heiligs denken wij.

Je opa heeft met Judea te doen. Je zoon wordt vermoordt. Dat is niet niks. Stel je voor dat Abel vermoord wordt. Wat zou zijn papa een verdriet hebben! En wij ook natuurlijk. Daniel was net zo oud als mijn jongste zoon, de papa van Sofia. We hebben iets met Israel: met de joden en met de Palestijnen. Als jullie opa Judea vertelt hoe triest hij het vindt wat er in Israel gebeurt en dat de apartheidspolitiek van Israel (er zijn aparte wetten voor joden en Palestijnse inwoners, net als hier in de oorlog die we herdenken) een gevolg is van de vervolging van de joden in de geschiedenis (de holocaust), dan plaatst Judea je opa meteen in een kamp van mensen die volgens hem veel te veel begrip hebben voor de Palestijnen. Mensen die voor samen leven zijn. In vrede samenleven met de mensen die je zoon vermoord hebben is lastig. In Israel is nog steeds geen vrede. Waarom niet? Tja.

Ondertussen liggen we nog steeds aan de monitor en we weten niet wat ons hier gebracht heeft. De dokters meten en de geleerde mensen die het zouden moeten weten omdat dat hun beroep is, zijn het niet met elkaar eens. Ze slaan elkaar met feiten en kennis uit hun boeken om de oren. We weten het nog niet. Iedereen roept dat we meer moeten meten. Meer monitoren, meer naar beeldschermen kijken. Maar wij willen naar buiten. Op onze bevrijdingsdag.

Veel mensen zeggen dat je pas iets weet als je meet. Maar of dat wel zo is. Je kunt immers niet alles meten. Misschien kun je de belangrijkste dingen in het leven wel juist niet meten. Omdat ze onmeetbaar zijn.

Als we jullie vragen of jullie nog een beetje van ons houden. Zeggen jullie dan “We zullen even meten“? Of zeggen jullie dan:

We houden heel veel van jullie !

Nou dan!

Opa en oma (van de geitjes).

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply