De Oorzaak

In de serie Denken in Tijden van Corona gaat het deze keer over De Oorzaak.

De Vraag

De eerste vraag is “is er iets (of veeleer niets)?” Dat is de metafysische vraag.

Voor die vraag hebben we nu geen tijd. We constateren dat er iets is. Wie nog ogen en/of oren heeft die weet dat.

De tweede vraag is “wat is dat wat er is?”. Antwoord: dat is het gegeven, het verschijnsel. De steen die valt, de koe die graast, het graan dat wuift in de wind.

De derde vraag is “waarom is wat is zoals het is?”

Dat is de vraag naar de oorzaak. Daarover gaat dit stukje.

De reden

“Alles heeft een oorzaak.” Dat is een stelling die lastig te bewijzen is. De moderne wetenschap heeft daar een oplossing voor gevonden: we nemen deze als hypothese aan. Dat is de eerste hypothese.

“Alle oorzaken zijn kenbaar.” Dat is ook een stelling. Ook deze is lastig te bewijzen. Dat is niet erg. We kunnen ons tevreden stellen met: “Soms zijn oorzaken kenbaar en herkenbaar”.

Dit zijn de uitgangspunten van de wetenschap. Wie wetenschap bedrijft vraagt waarom de dingen en feiten zijn zoals ze zijn.

Of alles wat een oorzaak heeft ook een reden heeft dat wordt door de wetenschapper uitgemaakt. De oorzaak is de reden, het inzicht van de wetenschapper. De religie legt de reden in de ondoorgrondelijke wil van een God. Soms heeft deze de mens zijn wil in wetboeken laten noteren. Soms laat Hij zich niet in de kaart kijken.

De scepsis

Er is veel onenigheid tussen wetenschappers. Er is twijfel over de waarheid van de wetenschap. Dat komt vooral door ongeduld en door het wetenschappelijk ideaal, dat we alles direct volledig kunnen kennen. Wetenschap is echter 99 % geinspireerd en transpirerend hard werken en 1% mazzel, toeval, ingeving. Anders dan gegevens ligt de wetenschap niet voor het oprapen. Wetenschappers zijn ook maar mensen.

De onenigheid en de twijfel kunnen tot een sceptische houding ten aanzien van de wetenschap leiden. De scepsis zegt wij weten niet of er wel een oordeel is waarin we kunnen uitdrukken wat iets is en waarom het is zoals het is.

Tegenover de radicale scepsis kunnen we het volgende aanvoeren. Wie werkelijk niet wil oordelen kan niet beweren dat de mens niets met zekerheid kan kennen, noch dat hij zelf niets met zekerheid kan kennen. Zelfs de bewering dat hij waarschijnlijk niets met zekerheid kan zeggen, is al teveel voor de scepticus.

De radicale scepsis is dus een onhoudbare onthouding van kennis. We moeten de negatieve verlammende twijfel omzetten in de daadkrachtige aanpak, gedreven door de wil om te weten. We vragen naar de oorzaak, de reden van de feiten. De feiten “dat zijn de hypothetische noodzakelijkheden. Die nemen we voor wat ze zijn: gegevens.

De eerste oorzaak

De stelling dat alles een oorzaak heeft, zou kunnen leiden tot de gedachte dat de oorzaak zelf ook weer een oorzaak moet hebben. Dat veronderstelt echter dat de oorzaak iets is dat buiten alles ligt, of buiten de zaak waarvan de oorzaak oorzaak is. Deze objectivering van de oorzaak leidt tot een infiniete regressie of tot de idee van de laatste oorzaak die zichzelf veroorzaakt. Causa sui.

De wet

Causa sui is de God van Descartes, de man die zat van de boekenwijsheid opgedaan in het Jezuietenklooster zich aansloot bij de legers van Maurits om het echte leven op het strijdperk te ervaren. De God die de door universele twijfel verscheurde eenheid tussen de denkende geest en de uitgebreide wereld van mathematische gegevens weer moest herstellen. De God die wil – en dan is het ook zo want zijn wil is wet – dat de hoekensom van elke driehoek precies even groot is als twee rechte hoeken en wiens ondoorgrondelijke wil garant staat voor al die andere wiskundige waarheden. Enige eeuwen later bleken deze allemaal slechts hypothetische waarheden, want afhankelijk van als waar aangenomen axioma’s en afleidingsregels, te zijn.

De oorzaken werden verbannen als het flogiston, het toeval en het mysterie. Want wat weten we nog als we weten wat de oorzaak is? Hoe kan ik weten, vragen wij ons met Hume af, of dit brood net zo goed is voor mijn gezondheid als de vorige broden die ik at? Het gaat er in de wetenschap om de natuur te dwingen in opgezette experimenten te antwoorden op vragen die we haar in de vorm van in wiskundige taal geformuleerde hypotheses stellen. Ik stel mij tegenover de natuur, als niet behorend tot de natuur.

Al spoedig dienen de problemen zich aan. De natuur schrijft niet voor welke hypothese ik formuleer en welk experiment ik doe. Bovendien gaat informatie-uitwisseling gepaard met energie-uitwisseling: meten is interacteren. We kunnen slechts kansuitspraken doen over grote aantallen micro-toestanden.

Conclusies: wij weten niets van oorzaken. De wetenschap moet zich beperken tot kansuitspraken over gecodeerde gegevens gerelateerd aan mathematische modellen.

We kunnen soms voorwaardelijke kansen berekenen, P(H|D): de kans dat de hypothese H waar is gegeven data D.

Hoe kunnen we op grond van statistische correlaties, het gelijktijdig voorkomen van twee verschijnselen, concluderen tot een causale relatie? Daar kunnen we kort over zijn: dat kunnen we niet.

De hypothetische machine

De informaticus Judea Pearl heeft zich tot doel gesteld het denken in oorzaak en gevolg relaties zoals we dat in ons dagelijkse leven doen en in onze omgangstaal uitdrukken weer terug te geven aan de moderne wetenschap. Ik kan dan misschien geen definitie geven van oorzaak, maar ik weet wel hoe wij er over praten en over redeneren. Dat doen wij op grond van onze causale intuitie die gegrond is in de onmiddellijke lichamelijke ervaring van ons vrijwillige doen en laten. De mens wist al lang van oorzaak en gevolg voordat hij het verstandelijk probeerde te begrijpen. Ook Hume.

Pearls “Theory of Causal Inference” vertoont precies die kenmerken die Jan Hollak in zijn Afscheidsrede aanmerkte als kenmerkend voor het moderne denken, het denken van de “hypothetische samenleving“: a) Objectivering van het oorzaakbegrip: de oorzaak is een object, onderscheiden van het buiten de oorzaken liggende gevolgen. b) Functionalisering van het begrip: de uitdrukking van de oorzakelijke relaties als functionele afhankelijkheden in een mathematische theorie.

In Pearls theorie van de causale inferentie komt het hypothetische karakter van de mathematische experimentele wetenschap tot uitdrukking. De conclusies met betrekking tot de causale relaties die door inferenties, geformaliseerd in de vorm van de do-calculus, geproduceerd worden, berusten op de hypothetisch gestelde waarheid van de als “causaal” aangemerkte relaties in een causaal netwerk. Deze zijn gegrond in de als valide veronderstelde causale intuities van de domein-expert.

De implementatie van deze theorie van de causale inferentie in de vorm van een “transparante” kunstmatige intelligente machine is een hypothetische machine, in die zin dat deze slechts die vragen kan beantwoorden die in de vorm van een rekenprocedure aan de machine kunnen worden ingevoerd. De vraag is de hypothese op basis waarvan het meest waarschijnlijke antwoord door de machine, voorzien van een hypothetisch, als correct verondersteld, causaal netwerk, wordt gegeven.

De machine kan alleen die vragen beantwoorden die ze op basis van de ingevoerde gegevens en het programma kan beantwoorden. Die antwoorden zijn transparant en begrijpelijk als antwoorden op de gestelde vragen.

De wil

De acties die de robot kan uitvoeren zijn die bewegingen die door ons als zinvolle acties worden begrepen in de context van de door ons ingevoerde procedures. Al wat de robot doet wat niet als zodanig door ons is te interpreteren is zuiver toeval.

Het is Pearl die weet wat hij in vrijheid wil. Hij is de mens die de robot moet zeggen wat deze allemaal moet snappen. “I want it to understand that …” (p.361). Hij is ook degene die een zin moet geven aan de door de robot uitgevoerde acties.

Helaas is willen alleen niet genoeg. Er zal toch iets gedaan moeten worden. Waarin zou de vrije wil zich anders als wil moeten bewijzen dan in de daad?

Inspiratiebronnen

Descartes, Rene (1996). Meditations on First Philosophy. In: The Philosophical Writings of Descartes, vol. 2. Vertaald uit het Latijn door J. Cottingham, R. Stoothoff, D. Murdoch. Cambridge/New York/Melbourne: Cambridge University Press, 1996

Fleischhacker, Louk (1994). Beyond structure: the power and limitations of mathematical thought in common sense, science and philosophy. Peter Lang Europaischer Verlag der Wissenschaften, Frankfurt am Main, 1995.

Hollak, Jan (1966) Van causa sui tot automatie (Oratie, Nijmegen, 1966). Opgenomen in de bundel Denken als bestaan: het werk van Jan Hollak, Samenstelling en redaktie: Petra Hollak, Eindredaktie: Wim Platvoet, Uitgeverij DAMON, Budel, 2010.

Hollak, Jan (1986) Afscheidscollege; gehouden op 21 februari 1986. Transcriptie van band opgenomen in de bundel Denken als bestaan: het werk van Jan Hollak, Samenstelling en redaktie: Petra Hollak, Eindredaktie: Wim Platvoet, Uitgeverij DAMON, Budel, 2010.

Judea Pearl & Dana Mackenzie (2018). The Book of Why : the new science of cause and effect. New York: Basic Books.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply