Het gezonde verstand (1755-2020)

In de serie Denken in Tijden van Corona gaat het deze keer over Het Gezonde Verstand.

De ramp

Lissabon. Het is de ochtend van 1 november 1755. De zon schijnt met volle kracht aan een helder blauwe hemel. Allerheiligen, een nationale feestdag. De kerken van de stad, zo’n 35 in getal, zitten vol. Lissabon, gelegen aan de brede monding van de Taag, behoort tot de rijkste steden van de wereld. Met dank aan de Portugese “ontdekkingsreizigers”, het goud, de diamanten en andere kostbaarheden die in scheepsladingen uit vooral Brazilië, de grootste Portugese kolonie, werden ingevoerd. Na London, Parijs, Amsterdam en Napels is Lissabon ook de grootste stad met naar schatting 180.000 inwoners.

De kosters zullen die ochtend druk geweest zijn om de vele honderden kaarsen in hun kerken te ontsteken. Het zullen er extra veel zijn geweest vanwege de hoogmissen opgevoerd ter ere van de Allerhoogste. Als dank ook voor de oogst die dit jaar overvloedig was. De pakhuizen liggen vol.

Plotseling begint de aarde te schudden. Aardbevingen komen vaker voor in dit deel van Zuid-Europa, maar dit is ongekend. De aarde scheurt, de stad valt in stukken uiteen. Een groot deel van de stad, het hele deel rond de Baixa, verandert in een puinhoop. Wie niet bedolven raakt onder het puin vlucht. Sommigen naar de kades aan de rivier, naar het grote plein, de Terreiro do Paço, tegenwoordig het Plein van de Commercie geheten. Maar daar wacht hen een tweede ramp. Een tsunami overspoelt de haven en de lagere delen van de stad aan de Taag. Tot overmaat van ramp steken de brandende kaarsen op veel plaatsen kerken en huizen of wat daar van overgebleven is in brand. Naar schatting 85% van de gebouwen, paleizen, kerken en huizen, zijn ingestort of zwaar beschadigd. Een onbekend deel van de bevolking komt om. Schattingen lopen uiteen van 15 tot 100 duizend. Een bevolkingsregister was er niet. Een onbekend aantal buitenlanders, vooral Britten, vluchtten de stad uit.

Lissabon in brand; de ramp van 1755

Na de ramp: twee problemen

Na de ramp dienen zich twee problemen aan. Het praktische probleem: hoe pakken we de boel weer op? en een theoretisch probleem: wat heeft dit te betekenen?

Wat de eerste vraag betreft dient de oplossing zich bij koning Dom José aan in de persoon van de minister van Staat Sebastiao José de Carvalho e Melo. Beter bekend als Pombal. Op de vraag van de koning: wat te doen? antwoordt deze: “We moeten de doden begraven, de levenden te eten geven.” Na rijp beraad wordt besloten dat de hoofdstad van Portugal op dezelfde plek herbouwd moet worden. Het grote plein aan de oever van de Taag wordt omgedoopt tot Praça do Comércio en het paleis van de koning verdwijnt uit het centrum van de stad naar Belém, op veilige afstand van de uitvoerende macht. De ramp bood een mooie gelegenheid paal en perk te stellen aan de macht van het koningshuis en de adel. De nieuwe zakelijkheid uitte zich ook in het stratenplan voor de volledige verwoeste Baixa, de benedenwijk achter het grote plein. De kronkelige straatjes werden vervangen door een Manhattanachtige structuur van parallelle rechte straten.

Wat de tweede vraag betreft, de ‘Terramoto de 1755’ was van een zodanige omvang dat ze wereldwijd bij theologen, filosofen en het gemene volk de vraag oproept naar de betekenis. Was dit de hand van God? Waar hadden de Lissaboens dit aan te danken?

Het gezond verstand is het best verdeelde goed ter wereld meende de filosoof René Descartes. Want, zo zei hij: niemand klaagt dat ie er te weinig van heeft. Het komt er natuurlijk wel op aan het goed te gebruiken. Weliswaar had de Verlichting de mens erop gewezen vooral zelf het verstand te gebruiken en naar de feiten te kijken in plaats van geloof te hechten aan de duidingen van de kerkelijke autoriteiten, over de invulling van het begrip ‘natuurlijke oorzaak’ bestond nog grote onenigheid. Wat dat betreft is er weinig veranderd sinds de ramp van 1755.

De jezuïet Gabriel Malagrida verzette zich tegen de verklaring van Voltaire en andere verlichtingsfilosofen en verkondigde vanaf de kansel dat de ramp de straf van God was geweest voor het zondige en lichtzinnige Lissabon. Waarom de hoerenbuurt in Alfama voor een belangrijk deel aan de ramp was ontkomen, daarvoor had hij ongetwijfeld ook wel een verklaring. Het gezonde verstand is minstens zo creatief als het onverklaarbaar is.

Voltaire verzette zich fel tegen de halsstarrige mening van onder andere Leibniz en Pope ‘dat het goed was wat er gebeurd was’ en dat we ondanks de ramp moeten stellen dat we leven ‘in de beste van alle mogelijke werelden’. Voltaire schreef er een satirische roman over, Candide, over het optimisme (1759). Wanneer Candide en zijn reisgenoot Pangloss voet aan wal zetten in Lissabon voltrekt zich een ramp. Candide wordt getroffen door vallende stenen en dreigt de moed te verliezen, maar de optimist Pangloss wenst de aardbeving en de brand positief te duiden. ‘De dingen moeten zijn zoals ze zijn’. Pangloss wordt voor zijn godslasterlijke ideeën door de inquisitie veroordeeld en gedood in een autodafé, een door de Portugese inquisitie ingestelde populaire religieuze offerplechtigheid.

Na de ramp werden inderdaad onder andere in de universiteitsstad Coimbra mensen in een autodafé levend verbrand als offer om de torige God gunstig te stemmen. ‘De wijzen van Lissabon’ konden niks beters verzinnen om meer aardbevingen te voorkomen, oordeelde Voltaire over deze achterlijke traditie.

De filosoof Kant probeerde op meer wetenschappelijke gronden de aardbeving als natuurverschijnsel te verklaren. Een voorzichtig begin van de seismologie.

Je zou verwachten dat met de ontwikkeling van de moderne wetenschap het gezonde verstand zich niet meer inlaat met zondeboktheorieen. Niets is minder waar. “De coronaepidemie levert brandstof voor het wereldwijd snelgroeiende antisemitisme.” Schrijft Bart Schut in De andere pandemie (NIW-09-06-2020). Een herhaling van wat zich zeven eeuwen eerder tijdens en na de pestepidemie in Europa zich afspeelde. Joden waren schuldig aan de pest. Hoe kon anders verklaard worden dat zij minder te lijden hebben aan de epidemie?

Dat een wetenschappelijke professie complotdenken en het zoeken van zondebokken niet uitsluit bewijst Karel van Wolferen. Het gezonde verstand kan zijn creativiteit zowel in het één als in het ander uitleven. Karel van Wolferen is voormalig correspondent van NRC Handelsblad in Japan, voormalig universiteitshoogleraar aan de UvA en auteur van het manifest De ondergang van een wereldorde (2003). Van Wolferen heeft zich kritisch uitgelaten over de lankmoedige houding van de Nederlandse regering en media tegenover de veranderende Amerikaanse buitenlandse politiek. Het manifest gaat over wat hij noemt “de misschien wel belangrijkste mondiale ontwikkeling die wij in ons leven meemaken”, de omwenteling van de Amerikaanse rol in de wereld tijdens de regering Georg Bush Jr.. Door machinaties van Bush en vice-president Cheney werden de Europese bondgenoten een oorlog tegen Irak ingeluisd. (zie De ondoordringbare opiniemist ) . De regering gaf de CIA opdracht documenten te verspreiden die de bewering dat Irak over massavernietigingswapens beschikte moesten onderschrijven. Van Wolferens analyse bleek allesbehalve onzinnig. Zijn pleidooi voor een meer zelfbewuste Europese politiek tegenover het nationalistische Amerika dat zich uit diverse internationale organisaties en overeenkomsten terugtrekt wordt door een toenemend aantal politici in Nederland en Europa gedeeld.

Karel van Wolferen is tegenwoordig hoofdredacteur van het dit jaar opgerichte tijdschrift Gezond Verstand.

“Gezond Verstand is een blad voor iedereen die objectief en waarheidsgetrouw geïnformeerd wil worden over wat er gebeurt in de wereld. Een blad met serieuze, kwalitatief hoogstaande journalistiek ter bevordering van een burgerschap met gezond verstand.” (van de website van Gezond Verstand).

Cover eerste nummer Gezond Verstand dat in een oplage van 1 miljoen exemplaren huis aan huis werd verspreid

Gezond Verstand beperkt zich niet tot op feiten gebaseerde wetenschappelijke analyses. Het doet ook aan de broodnodige duiding van de ramp. In het eerste nummer van Gezond Verstand wordt het Nederlandse coronabeleid gezien als teken van ‘een machtsovername door buitenlandse partijen’. De virusuitbraak is volgens de makers van het blad ‘een kunstmatige pandemie gefabriceerd met frauduleuze modellen’. Volgens de Universiteit van Amsterdam doen de ‘alternatieve theorieën’ ‘afbreuk aan betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek en verspreiden van feitelijke informatie, bijvoorbeeld als het gaat om corona’.

Sinds de Verlichting is het kwalitatieve verschil tussen wetenschap en mening geleidelijk verdwenen. Ze zijn nog slechts kwantitatief onderscheiden. Het kwantitatieve verschil wordt niet alleen bepaald door de hoeveelheid feitelijke evidentie maar meer en meer door de aantallen mensen die geloof hechten aan een opvatting. Welke analyse waar is, wie schuldig is aan de pandemie, of het de Chinezen, de Russen of de Joden zijn dat wordt in onze democratieën uitgemaakt tijdens de verkiezingen door het tellen van het aantal stemmen. Want het gezond verstand is het best verdeelde goed ter wereld. Ieders stem telt even zwaar. Op inhoud wordt niet gelet.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply