De ondraaglijke zwaarte van het geweten

In Enschede was een politieagent die tijdens het verhoor van een verdachte, waarvan hij op grond van zijn door jarenlange ervaring opgebouwde intuïtie bij voorbaat al wist dat deze schuldig was, een dikke sigaar opstak die de verhoorruimte binnen de kortste keren met een dikke blauwe walm vulde. De verdachte hield het in de verstikkende sigarenlucht nooit lang uit. Binnen een half uur stond deze hoestend en half stikkend op en spoedde zich naar de deur die hij open smeet, de agent naroepend: “ik beken, ik beken alles”.

Renske Leijten steekt tijdens de zittingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) geen walmende sigaar op, maar verder heeft haar optreden, haar wijze van ondervragen, alles van een politieverhoor (nu vaak interview genoemd). Ze confronteert de geinterviewde met uitspraken die eerder door hem of haar of door anderen in de zaak gedaan zijn, altijd met verwijzing naar documenten. Of ze confronteert de verhoorde met een: “maar als zus en zo het geval is is het dan niet heel erg merkwaardig dat zus en zo?” alsof ze de verhoorde wil wijzen op een inconsistentie in het beeld dat deze schetst. En is een inconsistentie niet bij uitstek een teken dat er met de waarheid een loopje wordt genomen?

Natuurlijk, het doel van de commissie POK is niet om verdachten te verhoren met als doel een proces verbaal op te stellen die eventueel tot een gang naar de rechter leidt. Waar het de POK om te doen is is inzicht te krijgen in de mechanismen die hebben geleid tot de ontstellende malaise van vele honderden gezinnen die door toedoen van de Belastingdienst, afdeling Toeslagen, in diepe financiële, emotionele en sociale ellende zijn gestort.

Voor het tribunaal verschijnen hoge ambtenaren (DG’s, huidige en oud-directeuren generaal) van de Belastingdienst en van de betrokken Ministeries (Financiën en Sociale Zaken, SZW) en politici. De politici die verhoord worden zijn collega-kamerleden van de POK of partijgenoten die in het huidige kabinet Rutte III zitten. Het onderzoek van de POK bestrijkt een periode van zo’n 10 jaar, zeg maar de drie kabinetsperiodes van Rutte. Het kabinet Rutte I (CDA en VVD) trad aan in oktober 2010 en zag als een belangrijke taak het saneren van de overheidsuitgaven. De POK zal ongetwijfeld willen weten hoe deze taakstelling doorgewerkt heeft op de uitvoering van de afdeling toeslagen van de Belastingdienst.

De vraag van de POK richt zich op de schijnbare gewetenloosheid van de wijze waarop de afdeling Toeslagen handelde, Een handelwijze waarvan willoze burgers beticht van fraude, het slachtoffer werden. Hoe zit dat met het geweten van de afdeling? Heeft deze wel een geweten? De vraag werd dan ook herhaaldelijk aan de leden die gehoord werden gesteld: Wat wist u van wat er speelde? En wat hebt u daarmee gedaan? De antwoorden op de vraag naar het geweten varieert: “ik wist het niet”, “het was mijn taak niet”, “ik was op dat moment druk met andere zaken”, “ik was toen niet in goede doen”, “ik heb het wel geweten, maar ik zag toen niet het gewicht ervan in.” Ook waren er die wel wisten wat er gebeurde, maar die konden naar eigen zeggen niets aan de situatie veranderen. Sommige verhoorden zeggen spijt te hebben het wel geweten te hebben maar er niet aan te hebben kunnen doen en verlaten met tranen in de ogen de zaal. De macht ligt bij de anderen. Bij de wetgever. Het Proces (“Ik kan niet anders dan wijzen naar Het Proces zei de advocaat”). Ik voer de wet uit, zei de DG. “U vraagt mij toch niet de wet niet uit te voeren.” ?

Het geweten is een lastige zaak. Het maakt het leven er niet makkelijker op. Ik spreek uit ervaring. Ik ontdekte op een gegeven moment dat ik een geweten heb. Ik weet niet of het met mijn opvoeding te maken heeft (mijn ouders waren katholiek en namen ons mee naar de kerk.) Ik moest van de wet in Militaire Dienst. Het geweten weigerde. Ik schreef een brief waarom mijn geweten me zei dat ik niet mee moest doen aan het voeren van oorlog in en tegen andere landen. Ik moest bij psychiater Hanrath in Den Haag komen voor een gesprek. Die moest checken of mijn geweten zuiver was of dat ik gek was. Hij keurde het geweten goed. In zijn verslag aan het Ministerie van Defensie omschreef hij mij als nerveus en intelligent. De erfelijkheidsdeskundige en antropoloog Josef Mengele was ook intelligent (en katholiek opgevoed). Maar voor zover mij bekend niet nerveus. Integendeel (Men leze ‘t Hooge Nest over de praktijk van deze Engel des doods). Misschien heeft geweten iets met nervositeit te maken?

Dat het geweten daarmee niet uitgewerkt was bleek wel toen ik werd tewerkgesteld bij het Arbeidsbureau in Enschede. Het arbeidsbureau was de instantie waar men zich aan moest melden als werkzoekende om een uitkering te krijgen. Ik werkte in het archief, waar ik stamkaarten moest bijwerken van mensen die zich beneden aan het loket meldden. Aantekeningen die beneden door de lokettist werden gemaakt moest ik overnemen op hun stamkaart. Tegenwoordig zou je achter een beeldscherm zitten, maar dit ging nog met de hand: bakje in, bakje uit. Er waren echter opmerkingen bij als “Turk, staat constant kauwend voor je”. Of: “maakt niet de indruk werkt te zoeken.” Ik vond het niet relevant deze op de stamkaart in het archief over te nemen. Op een dag moest ik bij de heer Hofman, de directeur, komen. Ik werd vanwege mijn weigerachtige houding ontslagen. Ik moest mij melden in Den Haag bij het Ministerie. Met schoon ondergoed en een tandenborstel. Ik wist wat mij te wachten stond en ging niet. In plaats daarvan meldde ik mij ziek. Via bemiddeling van het IKV, die steun bood aan dienstweigeraars, ontkwam ik aan het gevang en taakstraffen zoals het aanharken van de tuin van de Minister, zoals het verhaal toen ging.

Jaren later vroeg ik bij het UWV (soort opvolger van het Arbeidsbureau) een uitdraai op van mijn arbeidsverleden. Daarop stond tot mijn verbazing dat ik een paar jaar bij het Ministerie van Defensie werkte. Dat klopt niet, want als erkend gewetensbezwaarde militaire dienst ging je dossier over naar het Ministerie van Sociale Zaken. Ik stuurde een brief naar de betreffende instanties of men dit recht wilde zetten. De UWV meldde dat ze deze informatie van Defensie kregen. Ik hecht er aan dat ik niet bij Defensie heb gewerkt en verzocht Defensie dit te corrigeren. Ik heb de brief die ik destijds van Sociale Zaken ontving als bewijsstuk bijgevoegd. Men zou er naar kijken. Tot nu toe geen reactie. Dat is ondertussen zo’n 5 jaar geleden.

Ik neem aan dat men druk was met belangrijker zaken. Met het onderzoek naar gesjoemel met de kinderopslagtoeslag door malafide facilitators.

Voor de slachtoffers, de ouders die in diepe ellende zijn gestort is de POK niet meer dan een onderdeel van het hele politieke en bestuurlijke proces, het spel dat over hun hoofden wordt gespeeld. De meesten moeten misschien nog wel een jaar wachten voordat ze eindelijk het geld waar ze recht op hebben terug krijgen. Terwijl er al miljoenen uitgegeven zijn aan externe adviseurs en analisten. De één zijn dood is de ander zijn brood. En wat zal de POK opleveren? Anders dan een rapport dat ergens onder in een la verdwijnt en dat wellicht door een toekomstige commissie nog eens wordt opgeduikeld als de volgende misstand zich voordoet.

De ellende met de Instituties en de Systemen is een gevolg van een ontwerpfout. We zijn vergeten de ziel in te bouwen. De machine is zielloos en zonder ziel is er geen geweten en lost alles op in de software van de politiek.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply