De Belastingdienst als Infosfeer

“U zoekt een schuldige. Maar die zult u hier niet vinden!”

(De Directeur-Generaal tegenover het POK-tribunaal)

De POK verhoren, waarin de bij de kinderopvangtoeslagaffaire betrokken ambtenaren van onze overheidsinstituten worden verhoord, tonen ons wat werken is in onze door informatie- en communicatie-technologie beheerste samenleving. We zien agenten die ingezet worden en zich inzetten in netwerken waarbinnen zij informatiestromen besturen en door informatiestromen worden aangezet tot activiteiten waarin zich weer andere informatiestromen afspelen.

Deze processen spelen zich af in de door de Italiaanse filosoof Luciano Floridi beschreven Infosfeer. De Infosfeer is de wereld van nu, de wereld waarin wij leven, de wereld waarin alles niet alleen draait om informatie, maar waarin alles informatie is. Waarin ook de processen zelf gegevens zijn die weer door andere processen, en soms door de processen zelf, worden bewerkt. Een autonome in zichzelf gesloten wereld, waarin agenten en hun gedragingen implementaties zijn van wetten, regels, protocollen, rituelen en procedures. Waarin alles hoe dan ook functioneert. Maar waartoe?

Het kan heel lang duren voordat een schreeuw van buiten doordringt tot deze infosfeer. “Waar gaat dit eigenlijk over?” “Wat heeft dit te betekenen?”. “Wat is de zin van dit alles?” Wie goed luistert naar de POK-verhoren hoort soms een stem uit de door software geharnaste homunculussen oprijzen: “ik heb dat memo wel gezien maar ik zag toen niet wat het betekent”. Werd er dan niet gereflecteerd door de agenten? Jazeker wel. Zelfreflectie en herprogrammering door externe en interne ‘onafhankelijke’ evaluatiecommissies en werkgroepen is een belangrijk onderdeel van het werken in de infosfeer. Waar waren die zelfreflectieprocessen dan op gericht? Waar anders op dan op het beheersen van de complexiteit van de informatie-en communicatie tussen de processen. Er is immers niet anders! Wanneer alles structuur is wat is er dan anders dat het verschil maakt dan de complexiteit? In deze infosfeer is de burger een informatie-pakket, een vector van attribuut-waarde-paren, een instantie van een datastructuur binnen een omvattender datastructuur. “We waren allemaal heel erg druk met de ICT”. “En daar zullen we nog jaren mee bezig zijn.” Zegt de DG.

De heer J.J.M. Uijlenbroek directeur-generaal Belastingdienst 2017-2020 tijdens het verhoor door de POK op 20-11-2020.

Als buitenstaander is het altijd makkelijk om een oordeel te hebben over wat zich in de wereld afspeelt. Vooral als we die wereld als ‘buiten’, beschouwen. Als we ons er buiten houden. De POK vertegenwoordigt de ethische kant. Ze probeert een morele inhoud te ontdekken, een morele agent met een geweten. Maar bestaat die wel in Floridi’s infosfeer? “U zoekt een schuldige”, zei één van de geïnterviewde DGs tegenover het tribunaal. “Die zult u hier niet vinden”. Inderdaad, binnen de infosfeer is er geen moraal. Omdat er niets van waarde is buiten de informatie, de documenten, de e-mailtjes en de memo’s.

De POK is onderdeel van dezelfde infosfeer. Het POK, dat zijn de politici, de programmeurs, de ontwerpers van het systeem, de makers van de wetten en regels, die door de agenten worden geïmplementeerd.

Gehoord de schreeuw van de burgers vraagt de POK zich af: “Wat hebben we vergeten in ons ontwerp?” Wat kan de POK anders opleveren dan weer een rapport dat na een mediagenieke presentatie in de directories van de Ministeries verdwijnt? Maar is er dan nog iets buiten deze sfeer waaraan we de kwaliteit van ons werken kunnen meten? Kan wellicht de filosofie, de wijsgeer, ons verder helpen?

De filosoof zegt tegen de software agenten: let op! het gaat uiteindelijk om… de mensen. Om de humaniteit. Maar wat is dat, anno 2020, humaniteit? Is zij bij de moderne ethici, zoals Floridi, in goede handen?

Ooit stonden ethiek en techniek op gespannen voet. Beide gaan over het vermogen. De techniek bepaalt in haar creativiteit wat mogelijk is. De ethiek wat we mogen. Om het maar eens op zijn Heideggeriaans uit te drukken. Experimentele wetenschap en techniek vormen de heersende macht in onze wereld van de economie. Om de strijd met de technologie te overleven heeft de ethiek zich als onderdeel van de technologie moeten presenteren. In plaats van te wijzen op de gevaren van recombinant DNA technologie of van sprekende sociale robots praat de moderne ethicus mee aan de tekentafel van nieuwe technologie. De ethicus houdt zich uitdrukkelijk bezig met het ontwerp van ‘morele technologie’. Technische artefacten zijn immers – of we het willen of niet – morele agenten. Anderzijds heeft de techniek om bruikbaar en persuasief te zijn zich een ‘menselijke gezicht’ aangemeten. Techniek moet mensen aanspreken. De techniek als motor van de economie verkoopt zich als dienst gericht op de door de neo-liberale politiek in stand gehouden behoeftige naar haar identiteitsprofiel zoekende burger. De moderne ethici bezetten de burelen van de EU en de Verenigde Naties waar ze mede de geldstromen naar nieuwe ICT projecten aansturen. Of ze zijn opgekocht door Amazon, Microsoft, Apple en Google waar zij op ethisch verantwoorde wijze, dat is: ‘uw privacy respecterend’, de behoeftige consument het profiel bieden waarnaar deze op zoek is.

De ethicus en techniekfilosoof Luciano Floridi bedient zich van de taal en het denken van de wetenschap. Wie met pek omgaat… Wil de wetenschap en de filosoof serieus worden genomen dan zal ze zich in mathematische modellen moeten uitdrukken. Zo ontwerpt de praktisch ingestelde ethicus ‘morele protocollen’ voor bijvoorbeeld de medici die hun triage in zwart gekleurde periodes met overbelaste IC-afdelingen van een moreel keurmerk willen voorzien. Nadat de protocollen door de ICT-ers zijn geïmplementeerd kan de huisarts door de parameter-waarden van zijn patient in te vullen in Het Ethisch Dashboard zien of deze nog voor verder behandeling in aanmerking komt en zo ja waar er nog een plaatsje vrij is.

Floridi heeft een antwoord gevonden op de metafysische vraag naar het Zijn. Het Zijn is de Infosfeer. Deze omvat het al. Inclusief al het mogelijke. Het mogelijk valt in dezelfde orde van het Zijn als het werkelijke. Informatie is immers alleen informatie in relatie tot wat mogelijk is. Informatie is de post-moderne oplossing van de scheiding tussen subject en object, tussen kenner en gekende, tussen vorm en inhoud. Deze scheiding is hèt kenmerk van de metafysica die aan het humanisme ten grondslag lag. Informatie heft dit onderscheid op. Het is zowel subject als object. Kenvorm en keninhoud vallen samen als in de wereld van de mathematiek. Het verschil tussen ware en niet ware informatie is gereduceerd tot het verschil tussen 0 en 1. Hun onderscheid is slechts formeel, gesteld. In de Infosfeer is alles zowel informatie als informatieproces. Ook die zijn wezenlijk niet te onderscheiden. In de Turing machine, (de Infosfeer is een het al omvattende Turing machine), zijn zowel operaties als gegevens reeksen van 0-en en 1-en.

Als ethicus ging Floridi op zoek naar de moraliteit binnen het Zijn, binnen deze Infosfeer. Geheel in de stijl van de technologie definieert hij en classificeert hij de dingen. Een morele agent is de bron van een morele actie. Of een morele actie goed of slecht is wordt bepaald door drempelwaardes van uitvoerparameters vast te leggen. Wie legt deze vast? Het is de programmeur. Binnen het netwerk van (software) agenten kan bepaald worden (eventueel door zelf-lerende programma’s) welke acties goed en slecht zijn en welke software agenten daarvan als actor aansprakelijk zijn. Het zijn meetbare zaken. Maar verantwoordelijkheid is meer dan aansprakelijkheid. Om een agent als verantwoordelijk te zien moet deze een intentie hebben. Intenties verwijzen echter naar een interne toestand. Iets dat achter de zichtbare, leesbare, observaties zou moeten bestaan. De POK zoekt naar de intenties achter de mechanische processen. “Waar ging het nu eigenlijk om?”.

Op zoek naar de verantwoordelijkheid komt Floridi uit bij de programmeurs, bij degenen die de wetten en de regels maken. Daar moet toch uiteindelijk een besef van de zin van het hele gedoe te vinden zijn. Maar wie is de programmeur? Dat is een agent in een ICT organisatie, een complex netwerk van agenten die, gebruikmakend van bestaande infrastructuren en softwaremodules volgens softwareontwikkelprotocollen werken aan oplossingen van problemen waarvan de specificaties door niemand volledig wordt overzien. Ook daar lost de verantwoordelijkheid weer volledig op in de Infosfeer.

De conclusie moet zijn dat moraliteit en verantwoordelijkheid niet binnen de infosfeer te vinden zijn. Zij liggen buiten de sfeer van de technologie. Het probleem van de verantwoordelijkheid is het probleem van de technologie en is als zodanig niet door het technologisch denken op te lossen. In die zin is het geen oplosbaar probleem. Misschien moeten we anders tegen ons werk aan kijken?

De technologie moet dienstbaar zijn aan de mens om techniek te zijn. Zei de techniekfilosoof De Bruin ooit in een vergeten verleden. Niet aan de economie of aan de politiek, maar aan de mens. De Belastingdienst moet dienstbaar zijn aan de burger niet in de eerste plaats aan de economie of de politiek. Pas wanneer de in de Infosfeer functionerende agent de burger in het zicht krijgt ziet hij dat deze meer is dan die instantie van een datastructuur die hij in de Infosfeer is. I am not a value of a variable. “Ik ben niet een waarde van een variabele”, zei de filosoof, wiskundige en computerwetenschapper Hilary Putnam. Ik ook niet.

Laten we ondertussen het democratisch ideaal niet vergeten. Het ideaal volgens welke het volk zelf bepaalt wie de overheid is en wat die moet doen om haar te dienen. Het tegenover elkaar plaatsen van burger en overheid is funest voor de democratie. De agent van de belastingdienst is ook een (groot)vader of (groot)moeder. Het virus van de technologie, dat rondwaart in Floridi’s Infosfeer, zit zowel in de hoofden van de gedupeerde ouders als in de hoofden van onze ambtenaren en politici.

Misschien kan de POK een bijdrage leveren aan de bestrijding van dàt virus.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply