Hoe ontwerp je je eigen baby? Spelend met ons DNA de grens over

In Trouw van 19 mei 1992 stelde Prof. dr.ir. Egbert Schuurman, filosoof en Eerste-kamerlid voor de RPF en later Christen Unie, dat er een wezenlijk verschil is tussen de organische natuur en de anorganische natuur. Hij wilde daarmee een bijdrage leveren aan de discussie over de ethische vragen die de nieuwste methoden in de biotechnologie opwierpen. Het was de tijd waarin de Ziedende Bintjes, een door de inlichtingendienst als staatsgevaarlijk aangemerkte actiegroep, proefveldjes met door Wageningse onderzoekers met gen-technologie gemanipuleerde aardappelen op brute wijze omploegden. De Ziedende Bintjes vonden de biologische boeren aan hun zijde. Ook zij keerden zich net als de Genespotters tegen het onderzoek op het gebied van recombinant DNA-technologie, een gen-technologie waarmee we planten en dieren nieuwe eigenschappen kunnen geven. Een collega van Schuurman. Prof. Mol, bezette de eerste leerstoel voor onderzoek op dit gebied aan de Vrije Universiteit. Het is er niet bij gebleven. Knutselen aan het DNA is een populaire en economisch gezien interessante bezigheid.

Volgens de techniekfilosoof en ethicus Schuurman is biotechnologie het vormgeven aan de organische natuur. Daarmee overschrijdt de mens een morele grens. Grenzen zijn er echter om te verkennen en dat kun je het beste maar van twee kanten doen. De vraag is wat die grens eigenlijk is. Schuurmans maakt in zijn artikel niet duidelijk waarin de organische natuur dan “wezenlijk” verschilt van de anorganische natuur. En waarom zou dit verschil dan een ethische grens voor de technologie vastleggen? Het twijfelachtige argument dat hij geeft is dat biotechnologie tot verlies van diversiteit zou leiden. We zouden alleen nog maar één soort aardappelen in de supermarkt kunnen kopen. Namelijk die met de beste eigenschappen. En dat zou dan voor alle organische producten van de nieuwe technologie opgaan.

Het door Schuurman vastgestelde ‘wezenlijke’ verschil blijkt voor de chemicus te zitten in het al dan niet aanwezig zijn van koolstof in de bouwstenen van de stof waaruit het ‘natuurlijk’ element bestaat. Maar waarom zou een cel niet net zo goed ontleed en veranderd kunnen en mogen worden als een molecuul ? Voor de moderne gentechnoloog is het allemaal een kwestie van manipuleren van datastructuren en informatieoverdracht tussen structuren. Of dat nu een cel heet of een molecuul. Wat in elkaar zit kun je uit elkaar halen. En wat je uit elkaar kan halen kun je in nieuwe combinaties weer in elkaar knutselen.

De morele drempel die Schuurman probeerde op te werpen bleek niet bestand tegen de tentakels en de nieuwsgier van de technologie. Ook al is er wetgeving die gen-technologie probeert aan banden te leggen. Maar wetten zijn zelden bestand tegen de druk waarmee technologie en economisch belang ons behoeftige bestaan voortdrijft.

Dat bleek onlangs weer toen de Corona-pandemie vroeg om zo snel mogelijk een vaccin te ontwikkelen. Daarvoor is DNA-technologie nodig. Europese wetgeving stond dat echter in de weg. Maar nood breekt wet. Gezien de ernst van de situatie werd de Europese Wetgeving Genetisch Gemodificeerde Organismen aangepast. Een uitzondering op de beperkingen van het gen-technologisch onderzoek werd gemaakt voor het ontwikkelen van een vaccin tegen het coronavirus ter bestrijding van COVID19. Wie kan daar tegen zijn?

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Techniek is te leuk om de werkelijkheid te laten voor wat het is. Bovendien, het kan immers altijd beter.

Student Bertrand Burgers presenteerde vorige maand op de Dutch Design Week zijn afstudeerproject, de Baby Builder, “a playful exploration of genetic engineering.” Daarmee kunnen aanstaande ouders hun eigen kind ontwerpen, nog voor het geboren wordt. Spelenderwijs de grens over.

De Baby Builder: welke eigenschappen moet uw kind hebben?

“Ook mensen die naar eigen zeggen niets moeten hebben van gentechnieken, draaien toch aan de knoppen als ze daarmee hun kind gezonder en slimmer kunnen maken.” schrijft Willem Schoonen in een artikel in Trouw van 26-11-2020.

Wat moreel toelaatbaar is dat bepaalt niet de ethicus of de techniekfilosoof. Dat bepalen we met zijn allen. Moreel is wat mensen doen, niet wat ze vinden maar waar ze behoefte aan hebben. Daarbij gelden andere wetten. Bijvoorbeeld het principe van de mimetische begeerte van de filosoof René Girard.

De grondgedachte van de mimetische begeerte van René Girard is simpel:`De mens begeert wat anderen in zijn omgeving begeren.’

Of, zoals we in het Trouw artikel kunnen lezen:

“Ingrijpen in de natuur voelt voor veel mensen verkeerd, zegt een betrokken wetenschapper, maar als ze kans krijgen hun kind mooier en beter te maken kunnen ze de verleiding niet weerstaan. Alleen de gedachte al dat jij heel principieel niet modificeert, maar alle andere ouders wel…”

De techniek bepaalt wat mogelijk is, de mimetische begeerte bepaalt wat we mogen, dat wil zeggen wat we acceptabel vinden.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply