Bij de Albert Heijn

U brengt me op een idee” zei de vrouw terwijl ze haar winkelwagentje naast de mijne voor het schap met tomaten in blik parkeerde, geduldig wachtend totdat ik mijn twee blikjes in mijn karretje had gelegd en haar de ruimte had gegeven.

Hoe reageer je als iemand je iets ziet doen en opmerkt “U brengt me op een idee”?

Mijn reactie was in dit geval niet negatief omdat ik er geen kwaad in zag. Bovendien leek deze mevrouw mij best wel aardig. Ze bestond uit een vage grimas half verborgen achter een mondkapje gepaard aan een bijna onhoorbaar onbetekenend gemompel.

Maar wat was dat idee waar ik haar op had gebracht? En in hoeverre was ik verantwoordelijk voor deze daad? Was het wel een daad van mij, zoals ze suggereerde: “U brengt mij …”. Wàt doe ik? Had ik Ruth – want zo heette ze – wat bij niemand in de winkel behalve bij haar bekend was – niet moeten vragen: welk idee bedoelt u?

Want stel je voor.

Stel je voor dat ik haar op het idee had gebracht met de ingeblikte tomaten pasta puttanesca te gaan maken om dat haar zoon, vakkenvuller bij de wereldwijde winkelketen, vanavond voor te schotelen. Een gerecht waarvan ze wist dat hij het verafschuwde. Dat hij bij opdienen van dit gerecht onmiddellijk zijn biezen pakt, de eerste de beste bus neemt, zich aanmeldt bij het vreemdelingenleger om uitgezonden te worden naar Afghanistan. Daar wordt haar zoon bij de eerste de beste ‘opruimingsactie’ gepakt door de Taliban die hem als onderpand inzet en Albert Heijn om twee miljoen dollar losgeld vraagt onder bedreiging hem van het leven te beroven. Als de supermarkt vervolgens weigert te betalen – wat is het leven van een vakkenvuller waard? – wordt haar zoon nog dezelfde dag onthoofd. De video wordt als bewijs opgestuurd naar zijn vader die er een boek over schrijft getiteld Waarom? omdat dát de vraag is waar hij mee zit. Niet toevallig het boek dat ik aan het lezen was toen mijn vrouw me vroeg nog even naar de Albert Heijn te gaan om een paar blikjes tomaten te kopen voor de pasta puttanesca.

Voor het geval dat ik nog eens bij Albert Heijn boodschappen doe – of om mijn part bij de Lidl – en ik breng daarbij iemand op een idee: laten we alvast één ding afspreken: Ik heb het niet gedaan. Ik ben onschuldig. Ik sta niet in voor de gevolgen.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply