Ongekend onrecht…als uw machtige arm het wil

Op de cover van het rapport “Ongekend onrecht” van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag staat een afbeelding van een raderwerk. Het is meer nog dan de titel een treffende illustratie van waar het in deze zaak omdraait: de machinerie van de overheidsdienst waarin duizenden mensen bekneld raakten. Vanwege blindheid voor datgene waar het de overheid om te doen zou moeten zijn, het belang van de burger. In plaats van haar rechten te beschermen werden deze met voeten getreden. “Een keihard oordeel” was het algemeen commentaar op het werk van de commissie.

Het rapport van de commissie POK van 17-12-2020

Duizenden burgers zijn door de mangel gehaald van de toeslagenmachine van de Belastingdienst. Ze zijn als fraudeurs bestempeld door de overheid en zonder vorm van proces of zelfs maar de mogelijkheid zich te verweren bestraft door de afdeling Toeslagen. Grote bedragen moesten ze betalen, tot vele duizenden euros. Honderden gezinnen zijn in diepe financiële en psychische ellende gestort.

De commissie heeft een reconstructie gemaakt van de affaire met als doel een scherp beeld te schetsen van hoe dit heeft kunnen gebeuren. Maar hoe nu verder? Het frustrerende is dat ouders al jaren wachten op hun geld. Slechts een klein deel van de getroffen burgers hebben een deel van hun geld terugontvangen. Waarom moet het zo lang duren? Je zou toch denken dat je met een paar SQL queries de nodige gegevens uit de database van de dienst moeten kunnen trekken. Maar zo simpel is het kennelijk niet. De ICT-systemen van de Belastingdienst zijn al vele jaren een doorn in het oog van de Algemene Rekenkamer. Het is niet alleen een onvoorstelbaar onvermogen van de Nederlands kennisindustrie, programmeerkunst en een gebrek aan goed ICT-management dat hier zichtbaar wordt maar ook een falende overheid die een veel te complex en onuitvoerbaar systeem van regels- en wetten aan de diensten oplegt.

Maar wat hier vooral zichtbaar wordt is hoe de individuele burger in wat voor rol dan ook onderwerpen wordt aan een systeem. Deze wordt een abstracte entiteit in een door ons zelf ontworpen machinerie, het resultaat van een ‘rationele levensvoering’. “Ik ben niet de waarde van een wiskundige variabele” zei Hilary Putnam om te ontkomen aan de neiging van de moderne wetenschap de persoon te reduceren tot een element van een datastructuur. Maar de persoon is voor de Belastingdienst, voor de IND, voor de AIVD, niet meer dan een nummer een waarde van een of andere variabele in hun computersystemen. Wie is er verantwoordelijk voor deze manier van doen waarvan talloze ouders in de ellende terecht zijn gekomen?

Ouders wachten niet alleen op geld. Ze willen genoegdoening. Toen ze naar de openbare verhoren van de dames en heren DGs, de hoge ambtenaren en de staatssecretarissen en ministers keken en de mensen in beeld zagen aan wie ze de ellende te danken hadden, hebben ze ongetwijfeld gedacht: aan hem of haar heb ik mijn ellende te danken. Maar over schuld doet de commissie geen uitspraak. Dat is niet haar taak. Ze heeft een reconstructie gemaakt. Iedereen is verantwoordelijk zo klinkt het. En dus niemand.

Hoe nu verder? Waar is de rechter die een uitspraak doet en de schuldigen een straf oplegt? Waar is de rechter die de ministers en staatssecretarissen als straf hun “dikke BMW” en hun villa of grachtenpand afneemt en bij wijze van taakstraf veroordeelt tot vijf jaar vrijwilligerswerk bij De Voedselbank. Waar is de rechter die de hogere ambtenaren bij de Belastingdienst veroordeelt tot het inleveren van 1 % van hun salaris of pensioen-inkomen iedere dag dat het nog duurt voordat alle slachtoffers hun geld hebben terugontvangen en vijf jaar prullenbakken legen na kantoortijd?

Maar zo zal het niet gaan. Misschien wordt er een minister of staatssecretaris de laan uitgestuurd. Of trekt hij of zij zelf de conclusie dat ie het beste maar op kan stappen. Wat helpt het? De politicus zal, een kat met zeven levens, wel ergens anders weer een dikbetaalde baan krijgen, als burgemeester of commissaris. En al die anderen dan? Die medeschuldig zijn. Moeten die niet aangepakt worden?

Natuurlijk wil je als burger, als slachtoffer genoegdoening en die bestaat voor een deel uit het straffen van de schuldige. We hebben hier echter niet te maken met personen. We hebben hier niet te maken met individuen die uit eigen belang of vanwege een psychische kwaal een misdaad bedrijven. We hebben hier te maken met een mechanisme, een machinerie. Met agenten die functioneren als geprogrammeerde onderdelen van een informatieverwerkend systeem, een infosfeer.

Het rapport geeft aan waarom een voorstel voor een zogenoemde hardheidsclausule, waarmee afgeweken kon worden van de standaardregels, werd afgewezen.

“Het argument daarvoor komt er op neer dat Belastingdienst/Toeslagen, vanwege de grote hoeveelheid uit te keren toeslagen, als een machine moet gaan werken. Uitzonderingen zorgen voor zand in de raderen.”

Wie met een machine werkt, dat weet iedereen die daar ervaring mee heeft, die is zelf een machine. De machine, het systeem, schrijft voor wanneer in welke vorm invoer moet worden gegeven. Wie met een machine werkt die weet wanneer hij er even over nadenkt en even niet naar het beeldscherm tuurt, dat voor de machine alleen maar informatie bestaat, cijfertjes en spreadsheets waarin mensen objecten zijn, gereduceerd tot instanties van categorieën.

Dat we ons leven zo inrichten en dat we deze technologie zo gebruiken heeft een economisch motief: het werkt efficiënter om algemene regels op te stellen volgens welke iedereen die in een bepaalde welgedefinieerde categorie valt op dezelfde manier behandeld wordt. De belastingambtenaar gaat niet aan de keukentafel zitten met zijn client die hij moet dienen. Wat ‘de ambtenaar’ is voor de burger is de burger voor de ambtenaar: een abstracte entiteit, een nummer in een gegevensbestand. Dat gegevensbestand blijkt niet alleen onderdeel te zijn van een slecht functionerend systeem. Het systeem maakt ook nog eens gebruik van een moreel verwerpelijke classificatie waarin mensen op dubieuze gronden worden ingedeeld. Vergelijkbaar met wat de veiligheidsdiensten en de politie doet bij het gebruik van predictive policing werden individuen door de dienst Toeslagen op grond van een aantal kenmerken als ‘verdacht’ aangemerkt. En gestraft. Mensen worden elementen van een statistische referentieklasse, de uitkomst van machine learning op basis van big data, en als zodanig beoordeeld en behandeld.

Het “gelijke monniken gelijke kappen”, staat hoog in ons morele vaandel. We willen iedereen zoveel mogelijk op dezelfde manier behandelen. Er is dus niet alleen een economisch motief voor mechanisering ook een ethisch motief. Het probleem is echter: wat is gelijkheid als het om individuele personen gaat? En wie is verplicht om door zijn beeldscherm heen naar de echte persoon achter de data te kijken?

Laten we wat meer zand gooien in de raderen van de machine.

Nawoord

Gelijkwaardigheid is een vaak opgevoerd ethisch principe. Het motiveert de gelijke behandeling van individuen. Dat is niet altijd rechtvaardig. Daarom wordt de verzameling van individuen waar het over gaat vaak ingedeeld in categorieën. Voor het indelen van een individu in een bepaalde categorie worden inclusie- en exclusie-criteria geformuleerd. Wetenschappers komen zo tot steeds complexere modellen en protocollen, want er zijn vele mogelijke eigenschappen op grond waarvan mensen van elkaar kunnen verschillen: nationaliteit, huidskleur, postcode, geslacht, etc., etc.

In het in onze cultuur heersende wiskundige denken worden de individuen elementen van een verzameling. Hun unieke persoonsnummer wordt een identifier in een computersysteem. Het proces van mathematiseren bestaat zo uit twee mentale operaties: het generaliseren van particularia (concrete individuen, personen) tot abstracte elementen van verzamelingen en het objectiveren van deze abstracties tot wiskundige objecten, waarmee vervolgens ‘gerekend’ kan worden in een informatie-verwerkend systeem. De term informatie verwijst naar de twee kanten van de objecten: het zijn entiteiten die enerzijds voorkomen in een mathematische structuur (denk aan een record, een tabel, een spreadsheet, een vector met attribuut-waarde-paren) anderzijds naar een inhoud die daarmee wordt vastgelegd. Informatie is altijd over iets of iemand. Wanneer de ethiek gelijkheidwaardigheid vertaalt in mathematische gelijkheid dan reduceert ze personen tot abstracte voorwerpen. “I am not a value of a variable!”, zei Hilary Putnam. Het is de ethiek die tegen de stroom van abstractie, mathematische objectivering en informatisering in voortdurend zich moet richten op de waarde van het unieke individu waarvan de uniekheid, de ongelijkheid met alle anderen, in deze maalstroom ten gronde dreigt te gaan.

De rechter die pal staat voor de rechten van de individuele burger moet zich laten richten door deze ethische houding: tegen de stroom van algemene wetten en regels bemiddelen voor de particuliere zaak.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply