Les femmes machines

Ik hou niet van geschiedvervalsing dus ik zeg niet wat eerst was, de kip of het ei, maar op een gegeven moment moest mijn buurman, die melkveehouder is van geboorte, er aan geloven. Alsof de tijdgeest het voorschreef. Er kwam een melkrobotinstallatie.

Voor diegenen die zich daarbij een in het groene weiland rondlopende of rondrijdende robot uit Star Wars of zo voorstellen: zo ziet het er niet uit. De stal werd voorzien van een infrastructuur van hekken en hekjes met sensoren die de koe, geïdentificeerd middels een chip in een band om haar nek, op een voorgeprogrammeerd tijdstip doorlaten tot aan het hart van de machinerie: de eigenlijke ‘robot’.

Dit tamelijk saai ogende apparaat beschikt over sensoren en laserstralen die het mogelijk maken dat de vier aluminium bekers op hydraulische wijze precies om de vier spenen van de uier van de koe kunnen worden geschoven. Waarna het melken kan beginnen. Het warme romige vocht wordt via leidingen naar vaten vervoerd waar het geanalyseerd wordt op ziektekiemen en ander ongerief voordat het in een melkvat verzameld wordt.

Het werk van de buurman bestaat sindsdien vooral uit het controleren van het proces. Is er iets onregelmatigs ontdekt: Clara17 heeft uierontsteking of Antje25 zit klem tussen een hekje, dan krijgt hij een pop-up bericht op zijn mobieltje dat hij dag en nacht bij zich heeft. En verder zit hij achter zijn computer om te voldoen aan de administratieve verplichtingen die Europa en die “vermaledijde Groene Partijen” vanwege de mest- en fosfaat-huishouding van hem eisen. We zien hier Martin Heideggers ‘Wesen der Technologie’ aan het werk.

Koeien zijn intelligente en volgzame dieren. Na een lange periode van domesticatie stappen de meeste koeien zonder al te veel tegenstrubbelen de fase in van wat de techniek-en-moraal onderzoeker Olya Kudina de ‘technologische appropriatie’ noemt (Kudina 2019, 2021, zie Noot), het proces van gewenning aan de nieuwe technologie. Wat helpt is dat ze na het melken een op haar lijf geschreven hoeveelheid voer krijgt. De behoefte is de niet te verwaarlozen kracht, zonder welke geen technologie zou werken. Ook de samenstelling van haar voedselpakket, inclusief de eventuele medicatieve toevoegingen, is wetenschappelijk verantwoord en wordt volledig computergestuurd aan de koe aangeboden.

Het is genoegzaam bekend: Nederland is wereldleider als het gaat om het mechaniseren en robotiseren van de landbouw en melkveehouderij. De boerenzoon neemt niet meer, zoals in vroeger tijden, gelijk het bedrijf van zijn vader over. Hij, maar steeds meer ook zij, gaat naar de landbouwhogeschool, waar hij (of zij) nieuwe snufjes ontwikkelt om het werk van de vaders te verlichten.

De melkrobot is het product van een interactie tussen de reflecterende kennisindustrie gezeteld in de betonnen kantoorgebouwen waar wetenschappers en ICT-ers de hele dag naar hun reflecterende beeldschermen turen enerzijds en het boerenwerk op het groene platteland er omheen anderzijds. Daar in de steden worden slimme methodes bedacht en ingebakken in slimme machines om het werk van de boer economischer, productiever, te maken. Een sluipend en soms slopend proces van rationele levensprogrammering dat ergens in de late Middeleeuwen aanving. (Men leze Karl Marx’ Das Kapital dit historische proces.)

Maar hoe intelligent de robot ook is, deze beschikt niet over het Fingerspitzengefühl van de echte boer, het gevoel in de vingers waarmee deze de spenen van Clara17 omvat en kneedt zodat zij de warme melk aan hem prijs geeft.

Met de melkmachine is het lichamelijk contact met de koe geminimaliseerd. Ook al staan in Nederland de meeste koeien het grootste deel van het jaar op stal, de afstand tussen boer en koe is toegenomen. De zorgzame liefde van de boer voor de koe is complex: ze is een ‘huisdier’ en een productiefactor.

De techniek verandert niet alleen het werk van de boer, ook aan de koe worden andere eisen gesteld. De technische interface tussen machine en koe mist de perfectie van het Fingerspitzengefühl. Idealiter, voor de robot althans, staan de vier spenen van de koe precies recht in het gelid. Maar de natuur houdt zoals bekend van variatie en het komt dan ook voor dat een paar spenen naar elkaar toe staan of juist van elkaar af naar buiten wijken. De robot heeft daar problemen mee. Soms dreigen twee spenen in dezelfde beker te komen of valt een speen buiten de beker. Zoals bij Clara17. Productieverlies. We zien hier hoe de technologie een probleem maakt.

femmes machines

Gelukkig voor de boer heeft ook daar de wetenschap een oplossing voor bedacht. Met dank aan “de vader van de genetica”, de Oostenrijkse augustijn Gregor Mendel (1822-1884) die in de kloostertuin van Brno de eerste experimenten deed op het gebied van de kruisbestuiving. Wanneer mijn buurman Clara17 wil laten dekken kiest hij zodanig zaad uit de lijst met aangeboden hoogwaardig sperma dat de spenen van Clara’s geconcipieerde nakomelingen weer keurig in het gelid staan. Zo past de grenzeloze technologie de natuur verder aan bij de robot, nadat de technologie het fenomeen van de niet parallelle, uit het gelid staande, spenen heeft doen oplichten. Een fenomeen dat vermoedelijk voor de met de hand melkende boer nooit een fenomeen is geweest.

De ‘grenzeloosheid van de technologie’ instrumentaliseert het koebeest. Ze wordt via de interface van de melkrobot niet alleen materieel maar ook conceptueel onderdeel van het geautomatiseerde melkproducerend systeem. Ook de boer, die met zijn mobieltje op het nachtkastje waakt, is in dit door de ICT-ers in de steden bedachte concept opgenomen.

Inmiddels is de buurman op leeftijd en met het melken gestopt. Zijn vrouw schonk hem drie prachtige dochters. Maar geen van drieën wilde de traditie op de boerderij voortzetten. Het is triest, maar je hebt nu eenmaal niet alles in de hand.

Hoewel…?

The role of technologies in forming relations between people and the world is the explicit focus of the technological mediation approach” (Olyah Kudina 2019, p16)

Over sex selectie technologie

De natuur is onrechtvaardig. De buurman van de buurman heeft namelijk drie zoons. Hoewel ongeveer van dezelfde leeftijd als de drie mooie dochters van onze naaste noaber kwam het niet tot een match. Eén van de zonen nam het bedrijf van de buurmans buurman over. Een al eeuwen bestaand familiebedrijf wordt zo nog een generatie in leven gehouden.

In de melkveehouderij zijn methodes ontwikkeld voor embryoseksen, een techniek waarmee bepaald kan worden of een koekalf of een stierkalf wordt ‘geproduceerd’. Onze buurman wilde er niet aan. Hij liet de natuur wat dat betreft op zijn beloop: de kansen op koe of stier zijn ongeveer gelijk. Zoals bij mensen.

Ik denk dat onze buurman ook geen gebruik zou hebben gemaakt van de nieuwste sex selectie technologie voor mensen, een techniek die vanwege medische redenen (sommige erfelijke ‘afwijkingen’ zijn sexe-gebonden), wenselijk wordt gevonden. Olya Kudina die onderzoek doet naar de interactie tussen morele vragen en technologie (“how technologies mediate values” heet dat in het techniek-als-mediatie-jargon”), onderzocht hoe in Nederland over deze technologie in ontwikkeling gedacht wordt. Nieuwe reproductietechnieken “herdefiniëren niet alleen wat het betekent mens te zijn, ze bemoedigen ook nieuwe normatieve verwachtingen met betrekking tot rechten en vrijheden als het gaat om de voortplanting.” (Kudina 2019, p.16. mijn vertaling). Kudina interviewde verschillende mensen en vroeg hen wat ze dachten van het gebruik van deze techniek voor niet-medische toepassingen.

Het volgende fragment is uit een interview dat Olya Kudina had met Melanie.

Olya Kudina: This possibillity, the sex selection for non-medical reasons, what do you think about it?
Melanie: Ik vind het echt heel lastig.
Olya: Why?
Melanie: Omdat je dan, je past gewoon de hele natuur aan. Je bent de natuur aan het verwerken op iets wat zomaar een geschenk is waar niemand echt goed kan verklaren hoe en waar het van komt. Het is een wonder van de natuur, en als je dat gaat aanpakken. Ik vind het al raar dat er dingen groeien die wij aangepakt hebben en dat we alles perfect en lekker maken, dat we tomaatjes die net wat zoeter, net wat ronder zijn kunnen maken. Maar om dan nu ook je kind zo kunstmatig aan te passen, dat vind ik wel hard. (bron: Olya Kudina, 2019, voetnoot 17 op pagina 209)

Melanie verwijst naar het genetisch manipuleren ten behoeve van de veredeling van planten en het aantrekkelijker maken van voedsel. Actiegroepen tegen deze vorm van technologie, zoals de Ziedende Bintjes die proefveldjes van de Landbouwhogeschool te Wageningen onklaar maakten, behoren tot het verleden. (zie ook mijn stukje Hoe ontwerp je je eigen baby? Spelend met ons DNA de grens over.) Maar ‘sleutelen aan het DNA’ blijft een precair onderwerp.

Toen de corona-pandemie vroeg om snelle ontwikkeling van een op DNA technologie gebaseerd vaccin werd in een mum van tijd de Europese Wetgeving Genetisch Gemodificeerde Organismen, die deze vorm van technologie aan morele banden moet leggen, aangepast. Onder druk worden ook schijnbaar harde morele normen vloeibaar.

Voor de melkveehouder is het economisch belang van het bepalen van het geslacht van het kalf duidelijk: hij heeft een voorkeur voor een koe boven een stier. Voor de keuze van het geslacht van een mensenkind ligt dat anders. Waarom zou je het geslacht van je kind willen bepalen? Omdat in een bepaalde cultuur een vrouw meer waarde heeft dan een man? Bijvoorbeeld omdat ze voor de ouders kan zorgen? Of andersom? In de moderne samenleving is het geslacht niet van doorslaggevend belang meer voor de kansen en mogelijkheden die het kind heeft. Ook een dochter kan boerin worden en de boerderij overnemen.

Kudina wijst op het verschil tussen het biologisch bepaalde ‘sex’ en het cultureel bepaalde ‘gender’. (Wie een proeve wil lezen over welk een onzin er wordt verkondigd over de verschillen tussen het mannelijke en het vrouwelijke en de aard van de vrouw, die leze bijvoorbeeld “Geschlecht und Charakter” (1903) van het Weense ‘genie’ Otto Weininger.)

Anderzijds, zodra de technische mogelijkheid er is, zullen de valide geachte economische, niet per se medische, redenen voor het bepalen van het geslacht van het kind er vroeg of laat ook wel komen. De door Kudina geinterviewde mensen zijn vrijwel allen ‘liberaal’ en van mening dat je dit niet moet verbieden, hoewel ze er zelf geen gebruik van zouden maken. Waarom niet? Omdat je als mens niet alles moet willen bepalen. Maar waarom niet?

Kennelijk heeft de mens er moeite mee zich nieuwe technische mogelijkheden moreel toe te eigenen. Omdat we de neiging hebben het ontvankelijke element van de techniek te vergeten? Alsof techniek iets tegennatuurlijks is. Het vermogen van mensen om nieuwe technieken te ontwikkelen is niet minder natuurlijk dan het verwekken van kinderen.

Er wordt door moderne techniekfilosofen zoals Kudina veel, soms experimenteel, onderzoek gedaan naar de interactie tussen hoe we over morele kwesties denken en hoe we zin geven aan het leven enerzijds en het proces van gewenning aan en het ontwerp van nieuwe technologie anderzijds. Tegenover de onveranderlijkheid van de echte waarden in een mensenleven blijkt de technologie hoe intelligent en ingrijpend ze ook de dagelijkse praktijk lijkt te bepalen, een tamelijk oppervlakkig en onbetekenend verschijnsel.

En de koe? Die vindt het wel best. Als het gras maar groen en mals is zal het haar worst wezen. Wat een leventje!

Noot:

Kudina introduceerde de notie van ‘technologische appropriatie’ in haar proefschrift. In een recenter artikel over digitale assistentes, zoals Siri en Alexis, beschrijft ze dit begrip.

“I introduce the concept of appropriation in the philosophical domain, defining it as a projective and practical dimension of human interpretation that allows us to make technologies our own by attributing them with meaning and continuously revising it. During appropriation, people interpret a (new) technology and integrate it into the existing frameworks of understanding, necessarily updating them. The process of appropriation thus resembles the mutually informing symbolic, cognitive and practical activities. It is an intentional activity of relating to technologies during which moral concerns and perceptions manifest themselves and existing normative ideas can undergo re-articulation and change.” (Kudina 2021).

Bronnen

Olya Kudina (2019). The technological mediaton of reality – value dynamism and the complex interaction between ethics and technology. Dissertation University of Twente, 2019.

Olya Kudina (2021). “Alexa, who am I?”: Voice Assistants and Hermeneutic Lemniscate as the Technologically Mediated Sense Making. In: Human Studies, published online Feb 2021.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply