Niet met de blokken gooien! Over de oproep van Gordon bij Jinek

Gisteravond was Gordon bij Jinek. Eerst ging het uiteraard over de avondklok. Het gesprek werd weer overheerst door de dagelijkse opsomming van wat er allemaal fout gedaan wordt door de mensen die iets doen aan het indammen en de bestrijding van de Corona pandemie. Gordon pleitte voor wat meer begrip voor de mensen van de GGD, het RIVM het OMT. Maar hij zat er vanwege een ander onderwerp. Online haat-berichten op social media en via andere media. En het is niet van vandaag of gisteren dat hij met dergelijke shit wordt lastig gevallen.

Zo schreef De Metro in 2017 geleden al:

“Mediapersoonlijkheid Gordon is het spuugzat om via social media voor van alles en nog wat uitgemaakt te worden door haters. Zo zat zelfs, dat hij wil dat pesten via Twitter, Facebook en andere sociale kanalen bij wet verboden wordt.”

„Ik heb de afgelopen jaren meegemaakt dat je echt zodanig wordt gedemoniseerd op dat internet dat je echt denkt: mijn hemel, tot hoe ver gaan mensen om je kapot te maken?”, laat de zanger weten in een video die hij postte op de site Lieve Premier, een initiatief van RTL Nieuws. Gordon besluit zijn filmpje met: „Er zijn grenzen en die grenzen moeten worden opgesteld door de overheid. Lieve premier, wat gaat u doen zodat we weer normaal gaan doen op social media?”

Het heeft niets geholpen. In deze open brief aan Gordon wil ik uitleggen waarom het niet kan wat hij wil, waarom het niet wenselijk is en hoe je er misschien iets aan zou kunnen doen.

Beste Gordon,

Je doet een beroep op de wetgever en de techniek om anonieme haat-berichten via online media te bestrijden. Ik denk dat je technisch gezien een heel eind komt in het detecteren en uitfilteren van die berichten die je wilt verwijderen. En waarschijnlijk kan de techniek ook nog wel een heel eind komen bij het opsporen van de anonieme zenders, maar ik zie daar twee problemen. Zo’n techniek is niet perfect. Je kunt natuurlijk niet alle mails waarin een woord zoals “kanker”, “jood” “homo” of “pisnicht” voorkomt verwijderen alleen maar omdat dat woord er in voorkomt. Dan zou deze brief er ook uitgegooid worden. Je kunt met taaltechnologie en deep (machine) learning wel een heel eind komen, maar er is een verschil tussen een zin en de bedoeling van de zin zoals die door de zender is bedoeld en door de ontvanger wordt begrepen. Dat is bekend.

Vergeet niet dat de basis van de hele informatie- en communicatie-technologie rust op de diepe onoverbrugbare kloof tussen de (fysieke) waarneembare ‘buitenkant’ van een uiting en de bedoeling ervan in de interactie tussen mensen. De techniek, de computer, moet het van die buitenkant hebben omdat ze niet tot onze wereld behoort. Er is voor de machine geen grens tussen fake news en echt nieuws, tussen een zin die waar is en die niet waar is.

Ik spreek op basis van jarenlange ervaring. Ik heb veel taalgebruik bekeken en ik heb vele jaren onderzoek gedaan in projecten waarin we probeerden de computer en robots onze taal te leren spreken en begrijpen. Iedereen heeft tegenwoordig op zijn mobiel wel een appje die je vragen kunt stellen en die daar soms een zinnig of komisch antwoord op geeft. Maar denk je dat Siri of hoe het programmaatje ook heten mag, snapt wat je bedoelt? Niks, noppes nada. Er is geen een enkel begrip. Het is puur buitenkant.

Het punt is dat we door de ontwikkeling van de informatie- en communicatie-technologie ons op een heel andere manier tot de taal moeten verhouden in het sociale gebruik ervan. Je hebt nu eenmaal mensen die hardleers zijn. Onze Abel voelde zich toen hij net leerde kruipen bijzonder aangetrokken tot stopcontacten en stekkers. Je kon honderd keer zeggen dat hij daar van af moest blijven, hij moest de stekker er weer uit trekken. Met blokken gooien deed hij ook graag. Waarom? Omdat het kan en omdat het kennelijk iets was, iets waardoor hij aandacht kreeg. Goed voor zijn ontwikkeling.

Waarom is het niet wenselijk om met behulp van technologie haatberichten te bestrijden? Omdat je daar mee de ontwikkeling van de mensen in het leren omgaan met zichzelf en de anderen belemmert. Ik zie het anoniem sturen van berichten toch als een vorm van “The Presentation of Self in Everyday Life” en het zoeken naar een identiteit. En sommige mensen blijven daar heel lang in hangen.

The Presentation of Self in Everyday Life is een sociologisch boek uit 1956 van Erving Goffman, waarin de auteur de beeldtaal van theater gebruikt om het belang van menselijke sociale interactie uit te beelden; deze benadering zou bekend worden als de dramaturgische analyse van Goffman.

Het was een erg populair boek en wellicht ken je het. Erving Goffman werkte aanvankelijk in Canada in psychiatrische klinieken en schreef zeer kritisch over de behandeling van patiënten (Asylums, 1961 en Stigma, 1963). Tien jaar later verscheen in Nederland “Wie is van hout” van de anti-psychiater Jan Foudraine, met vergelijkbare kritieken op de wijze van behandeling.

Als TV-persoonlijkheid, presentator en dramaproducent hoef ik, wiskundige en informaticus, je niet te vertellen over hoe je je op heel veel verschillende manieren kunt verhouden tot de woorden die je spreekt, de dingen die je zegt en de wijze waarop je je gedraagt en jezelf voor anderen presenteert.

Goffman heeft daar veel over geschreven. Over radio-presentaties, over manieren van adressering, over de verschillende manieren waarop mensen zich presenteren in verschillende sociale kaders. Het niet begrijpen van het kader waarbinnen taal wordt gebruikt leidt tot miscommunicatie en mogelijk tot een verstoorde relatie.

Voorbeeld van ‘miscommunicatie’: ik luister naar de radio en hoor Lara Rense zeggen: “Fijn dat u luistert.” En ik denk: “hoe weet ze nou dat ik luister?” Voor Lara ben ik een anonieme luisteraar. Maar voor mij heeft ze het tegen mij. De communicatie is gemankeerd, a-symmetrisch.

Ander voorbeeld: “Ik ben op fietstocht en sta voor een routekaart. Daarop staat : “U bevindt zich hier” met een pijl naar een plek op de kaart. En ik denk: Hoe zouden ze dat weten? Ik was hier nog nooit eerder!

Mijn gedachten en reacties horen niet bij het soort taalgebruik. Het hoort bij andere manieren van taalgebruik, een andere framing. Goffman schreef er een mooi boek over. Frame Analysis, An Essay on the organization of experience. Het moet je aanspreken.

Mijn reacties zijn oude reacties. Taaltechnologie en media(-technologie) gebruiken taal op andere manieren dan we dat van nature doen. Daar moeten we nog mee leren omgaan.

Heel veel mensen zoeken naar hun identiteit. De huidige mens verkeert in een soort van identiteitscrisis. Dat staat niet los van de komst van de autonome technologie: de machines nemen de werken van de mensen over. De mens zoekt een nieuwe plek tussen alle beeldschermen en mediageweld in. De ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson ontdekte het fenomeen identiteitscrisis eerst bij soldaten die terug kwamen uit de oorlog en schreef er over in Identiteit. Hij zag het grote belang van de sociale dimensie voor de psycho-analyse. Zeer in lijn met de dramatheorieën van Goffman.

Ik denk dat je het gedrag van mensen die haat-berichten sturen kan zien als experimenteer-gedrag in functie van het zoeken en bepalen van een identiteit. Je kunt “aan de buitenkant” meestal niet zien wie en wat er achter zit, maar ik denk dat je het zo moet opvatten. Dan sta je er ook anders in.

“Ze” doen het omdat het kan. Ze doen het vaker omdat ze zien dat ze door hun activiteiten iets te weeg brengen, een reactie ontlokken. Ze zien hoe de taal werkt. De anonimiteit dekt hun in: neem mij niet te serieus. Ik ben het niet, want ik weet zelf nog niet wie ik ben.

“How to do things with words” dat is wat we uitproberen.

Mevrouw Pia Dijkstra van D66 zei bij Jinek nog: het probleem is wanneer er mensen zijn die de daad bij het woord voegen. Ze heeft gelijk, denk ik. Die mensen nemen serieus waarvoor de anonieme zender niet durft uit te komen.

We moeten leren omgaan met de mogelijkheden die techniek en media bieden. Tegen D66 en andere politici zou ik zeggen: besteed meer aandacht aan drama en de ontwikkeling van de sociale identiteit in het onderwijs. Want dat hebben we hopeloos verwaarloosd.

Good goan!


Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply