De lichamelijkheid van het stemmen

Wie wil stemmen moet daar iets voor over hebben

Binnenkort mogen we weer naar de stembus om een volksvertegenwoordiging te kiezen voor de Tweede Kamer. Het principe van vertegenwoordiging is volgens de geleerden één van de basisprincipes waaraan de implementatie van de democratische rechtsstaat moet voldoen. Niet iedereen kan in de Tweede Kamer, niet iedereen kan direct overal over meebeslissen. Wij moeten mensen kiezen die ons vertegenwoordigen. Deze moeten verantwoording afleggen voor hun stemgedrag in de kamer wanneer over zaken besloten moet worden.

De strijd om de kiezer is in volle gang. De media hebben gouden tijden. Het ene debat na het andere wordt georganiseerd. Met uiteraard als belangrijkste kwaliteitsmeter de heilige kijkcijfers. Want Heel Holland Stemt moet net als Heel Holland Bakt wel verteerbaar zijn.

En dan zijn er de polls, de statistieken. Dat is een boeiend fenomeen. Het meest spannende aan de verkiezingen is hoe ver de polls er naast zaten. En is dat verschil tussen de verwachte zetelverdeling en de uitkomst van de verkiezingen nu zo groot dat het werkelijk verschil maakt voor hoe het land geregeerd zal worden? Ik denk het niet.

Counterfactuals

Statistici maken er een sport van met hun modellen contrafeitelijke vragen te beantwoorden. Een voorbeeld. Het blijkt dat 80 % van de kiesgerechtigden feitelijk hun stem uitbrengt. Van de 20 % niet-stemmers voert minstens de helft als reden aan de politiek zat te zijn. Wie tegen Rutte is zou zijn kabinetten daarvan de schuld kunnen geven. Op de vraag aan de niet-stemmers op welke partij ze zouden hebben gestemd als ze wel zouden stemmen, geeft inderdaad het overgrote deel als antwoord: op de PVV. Dat zou, zo is de conclusie die de statistici trekken, zo’n 12 tot 15 zetels extra opleveren en Wilders zou een kabinet mogen formeren.

Deze conclusie is niet juist. Het antwoord op de vraag van de Hypotheticus aan de Niet-Stemmer: “Op welke partij zou u stemmen als u ging stemmen?”, is een wedervraag: “Had u deze vraag ook aan mij gesteld als ik wel was gaan stemmen?”. Waarop de interviewer zou moeten antwoorden: “Nee, natuurlijk niet.” Waarna de Niet-Stemmer reageert met: “Ik beantwoord geen vragen die niet gesteld worden.”

Contra-feitelijke conclusies berusten op de onrealistische aanname dat er zo maar in een causal netwerk van gebeurtenissen gesneden kan worden.

Dat neemt niet weg dat door het grote aantal niet-stemmers de verkiezingsuitslag geen representatief beeld geeft van wat er in het volk leeft. Daarom is het goed te zoeken naar andere manieren om wat er in het volk leeft te meten.

Zo vroeg ik me af:

Is het voorstelbaar dat we in plaats van allemaal naar de stembus te gaan ons laten vertegenwoordigen door een aselecte steekproef van voldoende omvang zodat volgens de statistici de uitkomst zo betrouwbaar is dat het de gang naar de stembus overbodig maakt?

Er is vast wel zo’n ‘aselecte’ groep kiezers te vinden. Ik meen dat er zelfs een gemeente in Nederland is die er om bekend staat dat de uitslag daar exact die van het hele volk weerspiegelt. Eventueel neem je een paar van die steekproeven en daarvan een gemiddelde. Volgens Bernouilli moet dat toch aardig in de buurt komen van wat we zouden moeten accepteren als de stembusuitslag.

En toch. Waarom wordt dit niet geaccepteerd? Omdat als mijn mening niet gevraagd is omdat ik geen deel ben van de steekproef, de uitkomst voor mij niet acceptabel is. Ik ben namelijk iemand anders en heb recht om mijn eigen mening in een stembus tot uitdrukking te brengen. Ja, maar die mening komt overeen met die van vele anderen die wel meetellen omdat ze wel meedoen aan de steekproef, zou de advocaat van de duivel kunnen beweren. Ja maar…

Ik had eerder al eens voorgesteld om de samenstelling van de kamer af te leiden uit de mening van het volk zoals deze op de sociale media wordt geuit. Maar het bezwaar was dat er veel meningen worden verkondigd die geen echte mening is van iemand: geen ‘Meinung’, zoals de Duitse term luidt, omdat er geen echte persoon achter zit die die mening meedeelt. Maar, ook overleden mensen zouden dan mee stemmen. En dat mag natuurlijk niet.

Je zou denken dat stemmen een puur geestelijke kwestie is, iets van het verstand. Idealiter. Maar dat is een verkeerd idee.

Het is van wezenlijk belang dat het moeite kost om je stem uit te brengen. Niet te veel, het mag mensen niet verhinderen te stemmen, maar het moet lichamelijk moeite kosten. Je moet er voor de deur uit, of je moet op een andere manier moeite doen om je stem uit te brengen. Dan pas heb je ook het gevoel dat je zelf als uniek lid van het kiezersvolk je stem hebt uitgebracht.

Die moeite die het kost staat namelijk voor het feit dat je een reden en motivatie hebt om je stem uit te brengen. Je hebt er wat voor over. Het is een redelijke wilsact, een actie gericht op het doen van wat je zelf denkt dat goed is. Die lichamelijkheid maakt dat je je niet kan laten vertegenwoordigen door een aselecte steekproef. Niemand kan jouw stem uitbrengen. Hoe goed Deep Fake ook in staat is je stem te simuleren, je bent je eigen stem.

Ook al kom je in de stembus de buurvrouw tegen waarvan je denkt dat die wel weer op die verdomde Tegenpartij zal stemmen en daarmee jouw stem neutraliseert, je gaat er voor. Je moet die potentiaalput (de put die ervoor zorgt dat het enige moeite kost om een schakelaar om te zetten) door. Je moet je gewicht in de schaal leggen en de gang naar de stembus maken. Anders tel je niet mee.

Bovendien omdat de buurvrouw de moeite neemt om zich uit de stoel te heisteren en naar de stembus gaat, mag haar stem ook meetellen, want ze heeft er een reden voor en daar gaat het bij het stemmen juist om, om die reden.

Bovendien, wat gaat er nou boven het gezellig samen naar de stembus wandelen? Als je toch niet naar het stadion mag.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply