Field lab: het leven als experiment

De sexwerkers van Amsterdam, Utrecht, Groningen en Bennekom (de plaatsen waren aselect gekozen) werden in drie groepen verdeeld. De groep met, de groep zonder en de pijp-groep. Iedere groep werd weer in twee subgroepen verdeeld: een deel van de sexwerkers moest tijdens het bezoek een mondkapje dragen, de andere niet. Het doel van dit field lab experiment is, zo legt één van de organisatoren uit, om te kijken wat het virus in de verschillende condities doet.

De bezoektijd wordt geregistreerd (er geldt een limiet van 20 minuten) en de activiteiten worden nauwgezet gemonitord. Deelnemers worden vóór en na getest op corona en ze moeten uiteraard vooraf een informed consent formulier lezen en invullen waarbij ze aangeven zich aan de spelregels van hun groep te houden. Daarin staan ook de regels waar de organisatie zich aan zal houden, zoals dat de video-opnames niet op Facebook of Youtube komen te staan.

Eén enkele oproep van de organisatie onder leiding van de Minister van Volksgezondheid en Sport volstond om ruimschoots voldoende deelnemers te werven. Toen ik mijn vrouw had overtuigd van mijn goede bedoelingen (“Het is voor een goed doel”, “Het is voor de wetenschap.”, “Ik zie het als een burgerplicht”) zei ze eindelijk: “Okay, maar dan geef ik me ook op.”. Een bewonderenswaardige vorm van solidariteit.

De uitslag van dit field lab-experiment zal binnenkort wel op de site van het ministerie verschijnen. Laten we er maar het beste van hopen voor deze beroepsgroep en haar naar vrijheid snakkende clientele.

Social Engineering

Ooit was ik lid van de Ethische Commissie van de afdeling Wiskunde en Informatica in Twente. Deze commissie – in 2015 naast die van de UvA nog de enige in haar soort in Nederland – was enige jaren daarvoor opgericht door een groepje betrokken onderzoekers waaronder Femke Nijboer en Aimee van Wynsberghe. Deze toptalenten deden beide onderzoek op het gebied van het ontwerpen van techniek waarbij de interactie met de specifieke doelgroep (respectievelijk locked in syndroom en hulpbehoevende ouderen) sleutelthema is. Toen Femke te druk werd nam ik haar taak over.

Zo’n ethische commissie (EC) is een typisch voorbeeld van de geïnstitutionaliseerde zelfbezinning van de moderne mens in de zin van Helmut Schelksy’s “Ist die Dauerreflektion institutionalisierbahr?” (1965). De initiatiefnemers van de EC hadden al een uitgewerkt protocol met schema’s van types onderzoek opgesteld voor het afhandelen van aanvragen voor ‘ethisch pikant’ onderzoek. De opzet was geïnspireerd door de al langer bestaande medisch-ethische protocollen bewaakt door de medisch-ethische commissies. Dat betekent dat het vooral ging om mensen die bij experimenten betrokken waren als deelnemer en onderzoekobject te beschermen tegen mogelijk ongerief tijdens die experimenten. Wanneer een onderzoeker bijvoorbeeld wilde onderzoeken wat het effect is van een VR-bril op de beleving dan moest deze volgens het protocol de deelnemers wijzen op mogelijke negatieve effecten. In de loop der jaren werd steeds meer aandacht besteed aan datamanagement. Hebben de onderzoekers wel nagedacht en een plan voor wat er met de gegevens, waar onder vaak video-opnames, gebeurt?

Er waren ook morele uitdagingen. Het lastigst waren de zogenaamde social engineering onderzoekvoorstellen. Die kwamen in grote aantallen van studenten die een vak als cybersecurity deden. Ik had veel steun van Olya Kudina die Aimee opvolgde. Het kwam er vaak op neer dat medewerkers en collegastudenten door de jonge onderzoekers op één of andere manier misleid werden om iemand, die zich bijvoorbeeld voordeed als computerbeveiligings-beambte, toegang te verschaffen tot privégegevens. Sommige leden van de EC hadden daar moeite mee. Het argument: je kunt echt en fake niet meer van elkaar onderscheiden. Het is fnuikend voor het vertrouwen. Elke keer als je door een lab-medewerker iets gevraagd wordt denk je: “zou het weer zo’n experiment zijn, of moet ik aangifte doen?”.

The basic “good” characteristics of human nature make people vulnerable to the techniques used by social engineers“. Zo beschrijft Mouton et al. (2015) de gevoelige kern van het probleem.

Mag alles wat kan? Mag je bijvoorbeeld voor onderzoek naar veiligheid van computersystemen inbreken in het systeem van een bank?” schrijft José van Dijck, als President KNAW in het voorwoord van het adviesrapport “Ethische en juridische aspecten van informaticaonderzoek” (2016) n.a.v. het onderzoek van een KNAW commissie o.l.v. Jan-Willem Klop. Nationaal security expert Bart Jacobs, professor Computerbeveiliging en zijn groep werd berucht of beroemd (hangt ervan af of je bij Volkswagen of de NS werkt of bij de securitygroep), vanwege dit type onderzoek: inbreken om te bewijzen dat het kan. Bart Jacobs leidde vermoedelijk ‘s lands beste hackers op. Wie een slot maakt weet vaak ook wel hoe het open te krijgen.

Een ander boeiende kwestie was wie we allemaal als ‘deelnemer’ van een experimenteel onderzoek moeten beschouwen. Zijn dat ook de mensen op straat die toevallig passant zijn bij experimenten met zelfrijdende auto’s? Veel sociaal/technisch onderzoek werd natuurlijk op het campusterrein gedaan, een publieke ruimte. Maar ook werd onderzoek gedaan op Schiphol. Wat mag en moet je met die beelden doen? Steden hangen tegenwoordig vol met camera’s, maar destijds was dat nog niet zo. Aiko Pras, docent cybersecurity, stelde eens voor om het campusterrein maar als Living Lab te beschouwen. Met een bordje bij de ingang: “Wie dit terrein betreedt verklaart daarmee …”.

Field labs

Het experimentele onderzoek naar het virusgedrag tijdens het uitoefenen van het oudste beroep past in een serie Field Lab experimenten die het Ministerie voor Volksgezondheid organiseert om de grenzen van onze vrijheid te bepalen.

Automatische contact-tracing met mobiele telefoons is al zo oud als de mobiele telefoon. Bij MIT gebruikte de groep van Alex Pentland deze technologie om onderzoek te doen naar sociale interakties.
Alex (Sandy) Pentland, informaticus en medeoprichter van het MIT, heeft samen met zijn collega’s veel onderzoek gedaan naar ‘eerlijke’ niet-verbale signalen die mensen tijdens een ontmoeting of in de openbare ruimte uitzenden. (Zie mijn stukje over Eerlijke Signalen). Bij dat onderzoek werden deelnemers voorzien van smartphones met sensoren die via Bluetooth informatie met elkaar uitwisselden. Hij wilde bijvoorbeeld weten of sociale netwerk structuren en frequenties van interakties op 2 meter afstand verschilden van die van interakties op 10 meter (het maximale bereik van zenders). Zie bijvoorbeeld Stopczynski, A. et al. (2014). Ook vergeleek hij de opgenomen contact-data met wat de deelnemers zich nog herinnerden. Hoe valide zijn de antwoorden wanneer je mensen vraagt met wie ze contact hebben gehad of bij hoeveel mensen ze enige tijd in de buurt zijn geweest.

De onderzoeksresultaten en de technologie worden sindsdien gebruikt als middel bij virusinfectie-bestrijding. Sinds de pandemie zijn we allemaal onderwerp, deelnemer aan en getuige van wat de kennisindustrie voor ons betekent.

Het leven als experiment

De pandemie heeft het beeld van het leven als een door wetenschap en technologie beheerst experiment versterkt. De samenleving is een living lab geworden waar de overheid wetenschappelijke experimenten organiseert om de effecten van ons gedrag op de gezondheid te onderzoeken. Economie en zorg bepalen de parameters op de zoektocht naar een optimale kwaliteit van leven.

Ons individuele leven krijgt daarmee net als de samenleving voor ons steeds meer het karakter van “het beoogde resultaat van een wetenschappelijk-technisch produktieproces.” (Coolen, 1992).

Ik ben overigens vergeten te vragen hoe ze heet.

Bronnen

Isobel Braithwaite, Thomas Callender, Miriam Bullock, Robert W Aldridge (2020)
Automated and partly automated contact tracing: a systematic review to inform the control of COVID-19. Published online August 19, 2020 https://doi.org/10.1016/S2589-7500(20)30184-9

Maarten Coolen (1991). De Machine Voorbij: over zelfbegrip van de mens in het tijdperk van de informatietechniek. Boom, 1991.

Francois Mouton, Mercia M. Malan, Kai K. Kimppa, H.S. Venter (2015). Necessity for ethics in social engineering research, Computers and Security, November 2015

Stopczynski, A. et al. (2014) Measuring large-scale social networks with high resolution. PLOS One 9, e95978 (2014).

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply