De hermeneutiek van de blote kleding

Alle nieuwsmedia meldden onlangs het bericht dat een protestants-christelijke middelbare school in Amersfoort een mail had gestuurd naar ouders met een oproep: zorg dat kinderen ‘gepaste kleding’ dragen naar school. “Dit houdt in: géén blote buiken en alleen broeken of rokjes met een lengte waarbij er geen ongepaste opmerkingen over gemaakt kunnen worden”, schreef de school.

Een croptop (modern Nederlands voor naveltruitje)

Waarom zijn scholen zo allergisch voor naveltruitjes en spaghettibandjes? (rtl nieuws). De directeur is er helder over:

“Als een jong meisje met een diep decolleté in de klas zit, dan kunnen docenten daar last van hebben. Als die er iets van willen zeggen, dan kan zo’n meisje weer reageren met: ‘hij zit naar m’n tieten te staren.'”

Eén van de moeders vertelde in De Amersfoortsche Courant hoe ongelukkig ze was met de maatregel van de school. “De omgekeerde wereld”, zei ze, omdat hiermee het probleem van degenen die vervelende opmerkingen maken, bij de meisjes wordt gelegd.

Het is een elk jaar terugkerend onderwerp: of de school kledingvoorschriften kan opleggen aan leerlingen omdat hun kleedgedrag (seksueel) aanstootgevend zou zijn. Elk jaar met dezelfde voor- en tegenargumenten. Hoe komen we uit deze impasse?

Een middelbare school in Zwolle waarschuwde leerlingen dat naveltruitjes verboden zijn: wie tóch met een blote buik naar de les komt, krijgt een t-shirt van school te leen.

Willy van Berlo, de programmamanager seksueel geweld van Rutgers het kenniscentrum voor seksualiteit, roept scholen op om te stoppen met blote kleding ‘uitdagend’ te noemen. “Daarmee geef je er een seksuele betekenis aan, waar meisjes dan verantwoordelijk voor zijn. Dat klopt niet”. zegt hij. “Je kunt dat als school niet zo stellen. Dan maak je de meiden verantwoordelijk voor het seksuele gedrag wat bepaalde kleding eventueel zou kunnen uitlokken bij jongens of mannen.” Van Berlo vindt dat de school een grens overschrijdt. “Niemand heeft het recht om een vrouw of meisje iets aan te doen, hoe je er ook bij loopt.” (bron: Marije van Beek in: Trouw 19-06-2021)

Belle Barbé, pedagoog, gespecialiseerd in seksuele opvoeding wijst ook op het sekse discriminerende karakter van dergelijke maatregelen.

Barbé: “Vooral meisjes worden aangesproken op hun kleding. Dat is niet eerlijk. Als je bang bent dat korte kleding tot ongewenst gedrag leidt, dan moet je dat gedrag bestrijden, niet de kleding. Met zo’n verbod leg je de verantwoordelijkheid bij de meisjes, niet bij degenen die zich verkeerd gedragen.”

Met het gedrag dat volgens Barbé bestreden moet worden doelt ze op het gedrag (‘het gedoe’) van de mannen (docenten) en niet op het gedrag, de kledingkeuze van de meiden. En dat is bedenkelijk.

Het is een goeie zaak dat de school het onderwerp van de hermeneutiek van het kleedgedrag onder leerlingen en docenten aan de orde stelt. Maar dan moeten we wel dezelfde loopgravenoorlog vermijden die we tot nu toe elk jaar weer zien ontstaan. De opvatting van de pedagoog en de programmamanager van kenniscentrum Rutgers brengen de discussie geen stap verder.

De kwestie roept de algemene vraag op in hoeverre we in ons gedrag rekening moeten houden met de betekenis die dit gedrag voor anderen in onze omgeving kan hebben. Het gaat erom dat we ons bewust worden van het feit dat ons gedrag altijd betekenis heeft voor anderen. In onze kledingkeuze, en hetzelfde geldt voor de woordkeuze, uiten we bewust en meestal onbewust deel te zijn van een bepaalde cultuur, een bepaalde normaliteit. Met ‘doe normaal’ geven we uiting dat we ons en anderen willen houden aan deze onbesproken gedragscode.

Zodra wij anderen ontmoeten komen wij er achter dat wat we ‘normaal’ vinden door anderen soms kennelijk aanstootgevend gevonden wordt. We komen er achter dat ons taalgedrag en andere vormen van uitingen, zoals in de kleding, niet voor iedereen en in alle omstandigheden hetzelfde betekent. Wat de zaak extra compliceert is dat ons gedrag vaak dubbelzinnig is en dat we zelf niet helder hebben wat we precies willen zeggen of hoe we ons willen uiten. We spreken als het ware een taal waarvan we de betekenis en daarmee de uitwerking op anderen niet altijd goed beheersen.

Wat de blote kleding betreft zijn ‘we’ nogal hypocriet, ‘preuts’ en ‘seksistisch’ tegelijk.

De pedagoog Berbé wijst op de tegenstelling tussen de één (simpel gezegd: de man) die door het gedrag van de ander: (de vrouw) verleidt wordt. De man moet leren hier mee om te gaan. Alsof het gedrag van de vrouw op zich niets betekent. Terwijl het gedrag van de vrouw wel degelijk zwaar beladen is van betekenis. En dat geldt ook wanneer de vrouw daarvan niet wil weten, of ‘het zo niet bedoeld’.

Seks en religie zijn gevoelige onderwerpen waar we de neiging hebben de grenzen van wat toelaatbaar is voor de ander te zoeken. We dagen de ander uit. We proberen deze emotioneel te treffen. We proberen de aandacht op onszelf te richten. Ons gedrag staat soms expliciet in functie van de roep om aandacht. De kledingkeuze van de tv-presentatrice is doordacht, niet spontaan. Maar ook als het niet geregisseerd is, is het cultureel bepaald, ‘normaal’.

Het pleidooi voor een standaard schooltenue, zoals op traditionele kostscholen, lost niets op. Ook het simpelweg verbieden van bepaalde kleding is op zich geen oplossing. De primaire taak van de school en de opvoeder is bewustmaking van de hermeneutiek van ‘normaal’; leren wat ons gedrag betekent en dat wie ‘zich’ gedraagt (in woord en kledingkeuze) dat altijd al doet als uiting van de betekenis die dit voor anderen heeft en dat we dat niet zelf en alleen bepalen, maar altijd in interactie met anderen.

Het verbieden van spaghetti bandjes of korte rokjes is geen oplossing. En dat is niet omdat, zoals een artikel in de NRC stelde, omdat de vrouw ‘er niet om vraagt’. De man zal immers stellen dat de vrouw er wel om vraagt, of dat het wel uitdaagt. Zowel de man als de vrouw, kunnen niet heen om het feit dat de betekenis niet iets is dat ze zelfstandig bepalen.

Alleen door zich van deze situatie bewust te worden kunnen we verder komen. Anders komt dezelfde discussie met dezelfde argumenten bij elk controversieel gedrag weer terug.

Grensoverschrijdend gedrag

Uit onderzoek blijkt dat 2 op de 3 jonge vrouwen tussen 12 en 25 jaar lastig gevallen wordt op straat. Door mannen. Dat varieert van nafluiten, seksueel getinte opmerkingen, nalopen tot handtastelijkheden en zelfs aanrandingen.

Naar aanleiding van het ‘grensoverschrijdend gedrag’ van mannen in de organisatie van de TV-show TheVoice schreef Saskia Noort een column in de dagbladen “We willen allemaal de veilige nacht terug.” Ze pleit voor een gedragsverandering van mannen, maar verwacht dat dit een proces van lange adem zal worden.

“Ondertussen”, schrijft de Noort, “willen wij nú de nacht terug. Niet alleen jonge vrouwen, ook oude, homo’s, uitdagend geklede vrouwen, bedekte vrouwen, dikke vrouwen, dunne vrouwen, transvrouwen, werkende vrouwen, alle mensen die zich niet veilig voelen in de nacht, of op de werkvloer.” (Tubantia 5 Februari 2022)

Toen ik dit las, viel ik over dat “uitdagende geklede vrouwen”. Waarom zouden vrouwen, meisjes, zich in uitdagende kleding in de nacht willen begeven? Vraag ik me af. Mogen ze dat dan niet? Natuurlijk mogen ze dat. Maar wat maakt de uitdaging? En moet wie uitdaagt zich niet bewust zijn van het feit dat hij of zij de ander uitdaagt? En als men zich daarvan bewust is en er toch voor kiest zo “de nacht in te gaan”, moet je je dan niet beseffen dat uitdagen het zoeken van grenzen inhoudt? En dat het overschrijden van de grens hetzij door de uitdager, hetzij door de uitgedaagde, inherent is aan dat proces. Met de nodige ongewenste gevolgen waartoe dit kan leiden.

Ik ben het met Noort eens dat we aan dit proces dat zich afspeelt tussen de seksen en dat een onderdeel is van volwassen worden, een proces dat zich vaak onbewust als een aangeleerd gedrag afspeelt, meer aandacht moeten besteden op scholen, en waar het zich voordoet. Maar het is onzinnig om meteen in de oude loopgraven te springen en de andere sekse, de man, als schuldige partij aan te wijzen. Laat ook de uitdager de hand in eigen boezem steken.

De recente voorvallen hebben opnieuw geleid tot een lawine van ‘metoo’-aangiftes en tot de roep om ‘strengere wet- en regelgeving’. Advocaten en rechters krijgen het weer druk. Het is lastig om termen te vinden die de grenzen van het gebied afbakenen. Het is lastig om in het algemeen te bepalen welk gedrag mensen in een persoonlijke relatie, dat vaak niet in de openbaarheid plaats vindt, van elkaar accepteren. Wat is uitdagend gedrag en wie maakt dat uit?

Theatermakers, stand-up comedians en tv-producenten kunnen een rol spelen bij het aanzetten tot discussies over wat wel en niet toelaatbaar is. Ik denk aan de prachtige vaak ontroerende, maar soms ook irritante figuren in de Netflix-series Derek en After Life van de Engelse komiek en producent Ricky Gervais, die alle regels aan zijn laars lijken te lappen en daarmee ons bewust maakt van wat je wel en niet kunt maken in de omgang met anderen. Het is een kwestie van mentaliteit, een gevoel voor wat er in een concrete situatie tussen mensen speelt.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply