Over het dialogische karakter van het informatiebegrip

Alles lijkt tegenwoordig om informatie te draaien. Maar zodra we erover nadenken en vragen wat het is dan raken we in verlegenheid. Verschillende denkers over informatie hebben gewezen op het huidige onbegrip rond informatie.

Is informatie pas informatie als het waar is? Bestaat er dan ook onware informatie? Wat is informatie?

Zoals Cantor het aan het eind van de 19de eeuw een schande vond dat iedereen het maar over getallen had terwijl niemand er nog een bevredigende definitie van kon geven, zo spreken hedendaagse denkers er schande van dat er nog geen bevredigende definitie van informatie bestaat.

“Looking to the future, “information” is obviously a fundamental, transdisciplinary concept, and it is somewhat of a scandal that there is not yet an agreed and accepted definition. It would be a major advance if such a concept could emerge, and Floridi’s work in developing both a philosophy of information and theory of information is playing a major role in this.” (Mingers)

Luciano Floridi, een hedendaags informatiefilosoof, heeft zijn scepsis geuit met betrekking tot het succes van pogingen om tot een universele theorie van informatie te komen.

Waarop wijst deze scepsis? Waar komt het vandaan? Wat zegt het over het informatie begrip zelf? Zegt het misschien iets over onze mogelijkheid te begrijpen?

Misschien is het cruciaal voor het informatie begrip te begrijpen wat een feit een feit maakt? Het verschil tussen wat iets is en dat iets is. Tussen informatie en ware informatie. Informatie is het resultaat van een meting. Maar wat is de maat van informatie? Ligt de maat niet in de wijze waarop we het eens worden over het waarheidsgehalte van de informatie? In het gesprek of het conflict.

Maar dan is de vertrouwensrelatie een wezenlijk onderdeel van de informatieinhoud. Zoals de communicatiedeskundige Watzlawick uitdrukt in zijn axioma’s van communicatie. Axioma 2 luidt; Iedere communicatie bezit een inhouds- en betrekkingsaspect. Watzlawick zet de relatie tegenover de inhoud van de informatie. Hij merkt op dat de relatie de inhoud beïnvloedt. Ik zou zeggen: de relatie bepaalt hoe de luisteraar of lezer het gezegde of het geschrevene verstaat.

Het is waar dat de idee van een alwetende god (God?) het denken over de logica van informatie en kennis soms behoorlijk lijkt dwars te zitten. Wij objectiveren en depersonaliseren kennis en informatie om het zo uit de sfeer van de intersubjectiviteit en interactie te halen waarin het thuis is. Hetzelfde is al met de taal gebeurd, we spreken van zinnen alsof het producten zijn die door het spreken geproduceerd worden. Alsof iets zeggen hetzelfde zou zijn als het produceren van een zin. Misschien is dit denken inderdaad wel gemotiveerd door de wens machines, robot intelligentie toe te schrijven en geen onderscheid meer te maken tussen het produceren van een zin en het uiten van een zin als een zeggen van iets. Maar wat zegt dit ons over de wijze waarop we de mens en de techniek verstaan.

Informatie moet in principe verifieerbaar zijn. Het moet bepaalbaar zijn wat het zegt, wat het inhoudt. Wanneer ik zeg “Jan is naar school” dan geef ik je bij conventioneel gebruik van deze zin informatie over Jan. Dat is de naïeve opvatting. We nemen dit aan. Ik neem aan dat dit zo is. Wat ik geloof is wat ik hier uitdruk. Bij nader inzien kan blijken dat het niet klopt. Wist ik niet beter of loog ik?

De communicatie-ingenieur gaat niet over de inhoud van de berichten. Hij is alleen geïnteresseerd in de kansverdeling over de berichten die verstuurd worden omdat deze bepaalt hoe hij deze het meet efficient kan overbrengen. Wanneer het bericht “Het regent en het regent niet” erg vaak voorkomt krijgt deze een korte code. Hij heeft niets met de betekenis te maken. Het enige wat van belang is is dat er een verschil gemaakt wordt tussen twee berichten die niet hetzelfde betekenen. Dat kan met voldoende lange rijtjes van 0-en en 1-en. Van belang is dat gegeven de uitvoer van het kanaal de invoer bepaald kan worden.

Idealiter is wat gehoord wordt gelijk aan wat gezegd is en wat gelezen wordt gelijk aan wat geschreven is. Dat is de ideale communicatie, het delen van informatie als ware het kennis.

Informatie speelt een belangrijke rol bij alles wat we doen. We baseren onze beslissingen op de informatie die we hebben. Maar we evalueren de informatie ook voor dat we ons erop baseren. Informatie die we krijgen kan immers andere informatie tegenspreken. Informatie kan onjuist zijn. Is het dan nog wel informatie?

In everyday speech we say that we have received information, when we know something that we did not know before: when ‘what we know’ has changed.” (MacKay, 1950)

Als we zouden kunnen meten “what we know” dan zouden we kunnen bepalen hoeveel ‘informatie’ de informatie voor de ontvanger bevat. Maar wat is dat “what we know” voor iets? Is dat een veelheid van iets? Is dat wel meetbaar? Heeft dat een volume? Hoe meet je wat je weet?

Iemand laat me een sudoku puzzel zien, wijst een leeg vakje aan en vraagt me of ik weet welk cijfer er in dit vakje moet? Ik weet het zo niet, maar nadat ik de puzzel heb opgelost weet ik het. Zonder dat ik echt nieuwe informatie heb gekregen. In zekere zin is alle informatie die ik nodig heb immers al met de puzzel gegeven. Ik kan door de sudoku regels te volgen het cijfer in het aangewezen hokje berekenen. Ik kan het logisch deduceren uit de informatie die ik heb.

Het is hierbij niet onbelangrijk dat er slechts eindig veel mogelijkheden zijn. Dat geldt niet in het algemeen voor de kennis die ik kan hebben over een onderwerp.

Vergelijkbaar met het oplossen van een sudoku puzzel is het uitrekenen van een wiskundige expressie, bijvoorbeeld van een complexe integraal. Het resultaat van de berekening heeft dezelfde waarde als de waarde van de integraal. Wat voegt het resultaat dan toe aan mijn kennis? Je kunt zeggen dat door het berekenen ik informatie krijg over de waarde van de integraal. Alsof de integraal een gebeurtenis of ding is en het berekenen een vraag stellen of een meting aan het ding of gebeuren. Het wiskundig object vat ik dan als een realiteit op waarover iets te weten valt. Het resultaat biedt overzicht. Het plaatst de expressie in het geheel van mijn kennis. Het getal 1 als uitkomst van een berekening zegt mij vaak meer dan de ingewikkelde expressie waarvan ik de waarde nog moet berekenen.

Dit is de informatieverwerking die we aan de machines overlaten. De mens bepaalt in welke vorm hij het resultaat wil hebben.

De eigenlijke informatie betreft dus wat de betekenis ervan is voor het kennend subject in relatie tot het totaal van kennis die het subject heeft.

Als ik kan meten wat ik weet, weet ik dan ook hoeveel ik niet weet? In hoeverre ken ik alle logische gevolgen van de dingen die ik weet? En: is mijn kennis wel consistent? Bevat het geen tegenspraken?

In  Truth and Probability merkt Frank Ramsey het volgende op.

The degree of belief in p given q is not the same as the degree to which a subject would believe p, if he believed q for certain; for knowledge of q might for psychological reasons profoundly alter his whole system of beliefs.

Dit kunnen we als commentaar zien op de aanzet van MacKay voor het kwantificeren van informatie door te kijken naar het veranderen van de belief state door nieuwe informatie.

Informatie kan bestaande kennis op verschillende manieren veranderen. Allereerst kan het informatie toevoegen aan een model. Het vult als het ware een lege plek op. Maar er is ook informatie die sleutelt aan het model zelf, aan de ‘whole system of beliefs‘. Dat is informatie die het perspectief op de zaak verandert. Dat is informatie die je niet verwacht, die je verrast. Nieuwe informatie kan je er plotseling op wijzen dat je een heleboel nog niet weet, terwijl je dacht al een heleboel te weten.

Selectieve informatie betreft de identificatie van een element uit een gegeven verzameling van elementen. Een mogelijkheid in een veld van mogelijkheden.

De Bar-Hillel-Paradox van Floridi en Hintikka’s Scandal of Deduction komen voort uit het niet onderscheiden van echte informatie en selectieve informatie. Het kansbegrip zoals dat in de kansrekening wordt gemathematiseerd veronderstelt een veld van mogelijkheden, zoals bij selectieve informatie.

De mathematische theorie van informatie gaat er vanuit dat het kennend subject volledig in het kans/belief-model is uitgedrukt. Het abstraheert door deze objectivatie van het concrete dynamische kennende subject. Maar dan verlies je een belangrijk aspect aan informatie: dat wat het voor het subject betekent.

Anders gezegd: het mathematische model houdt in dat iets volledig bepaald is door het onderscheid met andere ietsen, door de plaats die het in een structuur inneemt; door het contrast met alles wat het niet is. De identiteit van een informatie-eenheid is negatief. Maar echte informatie heeft behalve dit kwantitatieve moment ook een positief moment; wat het zelf als kwaliteit is. Informatie betreft altijd iets dat buiten het proces van informatie-verwerking, buiten het berekenen of afleiden valt.

Voor Luciano Floridi is de Bar-Hillel-Carnap paradox reden om te zeggen dat informatie pas betekenisvolle informatie is als het waar is. En daarmee zegt hij eigenlijk: wat jullie nieuwe informatie noemen is pas echte informatie als blijkt waar te zijn wat er gezegd wordt. Maar is dat geen onbereikbaar ideaal?

Alsof onze kennis groeit totdat er niets meer te weten over blijft.

De werkelijkheid zegt niet als een bepaalde event E optreedt dat E mogelijk is, de werkelijkheid toont dat E het geval is. De wiskunde kent echter alleen mogelijkheden en kan niet het werkelijk worden van iets of de groei van kennis als zodanig modelleren. Alles wat de wiskunde voor waar houdt volgt uit de axioma’s die een keer aangenomen zijn. Feiten zijn niet inhoudelijk onderscheiden van de andere mogelijkheden uit het ‘veld van mogelijkheden’ uit het wiskundig kansmodel.

De praktijk is echter dat we voortdurend nieuwe informatie krijgen waarvan we nog maar moeten afwachten of en wat voor nieuwe kennis het oplevert. Informatie is toetsbaar en dus slechts potentieel waar. We moeten die nog verwerken. Dat gebeurt in een confrontatie met alle reeds voor waar aangenomen informatie en met informatie die we bewaarden maar waar we nog niets mee wisten te doen. De waarheid is het doel van de dialoog tussen de waarheid zoekende wetenschappers.

Naar een unificerende theorie van informatie

De scepsis dat een werkelijk begrip van informatie niet voor de mens is weggelegd, zoals onder andere door Shannon, Floridi en Mingers uitgesproken, berust op de verwarring van de twee betekenissen van mogelijk die het wiskundige begrip van mogelijkheid uit de kansrekening en statistiek aankleven. Informatie is een begrip dat tot de intersubjectiviteit behoort, niet tot de wiskunde of de fysica.

Wie alleen ware informatie als informatie opvat die moet hetzij concluderen dat ware informatie niet voor ons is weggelegd, hetzij dat er een alwetende God bestaat voor wie de wereld volstrekt doorzichtig is. Maar die status is voor de mens niet weggelegd. Wij kunnen ons niet buiten de dialoog met de ander en met de werkelijkheid plaatsen.

Bronnen

Hintikka, J. 1970. On semantic information. In: J. Hintikka; P. Suppes (eds.) Information and Inference. Dordrecht, Holland: D. Reidel Publishing Company

Donald MacKay, 1950. The Nomenclature of Information-theory;
Proceedings of Information-theory Symposium, London, Sept. 1950.

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply