Betekenisvolle woorden

Witte handel in zwarte mensen, een historische vorm van slavernij

Woorden zijn aan inflatie onderhevig. Niet alle woorden die geproduceerd worden zijn van betekenis, ook al houden ze de schijn op.

Met het schrijven van deze tekst voeg ik onbedoeld en haast onvermijdelijk woorden en zinnen toe aan een taalbestand dat als aasvoer dient (‘trainingsdata’) voor leergierige taalgeneratieprogramma’s zoals het onlangs door OpenAI gepresenteerde ChatGPT. OpenAI heeft met dit ‘Taalgeneratieprogramma’ de wereld versteld doen staan van het ‘taalgedrag’ waartoe machinaal lerende programma’s in staat zijn. De reacties op dergelijke AI producten variëren van ‘schijn bedriegt’ en ‘het is allemaal nep’ tot ‘zoveel schijn, zoveel zijn.’. Er zijn mensen die in iedere zin die hen verschijnt een zelfbewust subject zien dat hen via de zin toespreekt. De machine zegt echter niets, het genereert teksten die het aan de welwillende gebruiker voorlegt. Het is een showcase; pretentie zonder pretentie. Het zijn niet de woorden zelf die iets zeggen.

Wat zijn betekenisvolle woorden? ‘Betekenisvolle woorden’ zijn woorden die op ‘betekenisvolle momenten’ worden uitgesproken.

Zo’n moment was onlangs, op 19 december 2022, toen Minister-president Mark Rutte excuses aanbood voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden. De excuses waren postuum gericht aan alle tot slaaf gemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, “aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.” De minister-president uitte zijn excuses in het Nationaal Archief in Den Haag in aanwezigheid van genodigden, vertegenwoordigers van organisaties die zich sterk maken voor erkenning van de gevolgen van slavernij.

Na een inleiding van vijftien minuten sprak Rutte:

“Deze woorden.

Eeuwenlang hebben de Nederlandse staat en zijn vertegenwoordigers slavernij mogelijk gemaakt, gestimuleerd, in stand gehouden en ervan geprofiteerd.
Eeuwenlang zijn in naam van de Nederlandse staat mensen tot handelswaar gemaakt, uitgebuit en mishandeld.
Eeuwenlang is onder Nederlands staatsgezag de menselijke waardigheid met voeten getreden op de meest afschuwelijke manier.
En te weinig hebben opeenvolgende Nederlandse regeringen na 1863 gezien en erkend dat het slavernijverleden een negatieve doorwerking had en heeft.

Daarvoor bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan.

Uitspraken als ‘ik beloof’ of ‘ik bied mijn excuses aan’, zogenaamde performatieven, zijn volgens taalhandelingentheoretici (zoals Searle) alleen dan geldig wanneer voldaan is aan bepaalde ‘sincerity conditions‘. Met als belangrijkste dat de woorden gemeend zijn door degene die de woorden uitspreekt. Maar ook het moment, en de status van de spreker zijn van belang. Niet iedereen die namens de Nederlandse Staat deze woorden uitspreekt voldoet aan de vereiste geldigheidsvoorwaarden om als excuses te gelden.

Of aan die ‘sincerity conditions’ wel voldaan was? Rutte’s woorden werden op een goudschaaltje gewogen. De woorden klonken gemeend. We moeten maar vertrouwen op ons gevoel dat Rutte als de ‘animator’ van de woorden, waarvan hij ongetwijfeld niet de enige ‘auteur’ was, ook achter de woorden stond die hij sprak. Het blijft echter een ingewikkelde, sociaal-juridische, constructie. Je kunt niet namens iemand anders iets beloven. Kun je namens iemand anders, een andere ‘rechtspersoon’ excuses aanbieden? Wat betekent in zo’n geval het ‘gemeend zijn’ van de excuses?

Of excuses het effect hebben dat door de aanbieder beoogd wordt, dat ligt niet in de macht van de aanbieder. Het gaat hier om een dialoog waarin een dialectisch proces zich afspeelt. Het geven wordt pas geven wanneer het door de ontvanger in vrijheid als in vrijheid gegeven wordt aangenomen. Het aanbieden van excuses impliceert het respecteren van de vrijheid van de ander om het geboden excuus te accepteren dan wel te weigeren.

Niet alle geadresseerden accepteerden de aangeboden excuses. De oorspronkelijke inwoners van Suriname, die als eersten door de Nederlandse overheersers tot slaaf werden gemaakt, voelden zich door de woorden van Rutte niet gekend.

Excuses voor de wandaden door de Nederlandse Staat in het slavernijverleden horen door de Nederlandse Staat te worden aangeboden. De Minister President spreekt voor de Staat, maar spreekt hij ook namens ‘het Nederlandse Volk’? Dat is al net zo’n abstract begrip als de Nederlandse Staat.

Raisa Blommenstijn, presentatrice van Ongehoord Nederland, komt altijd op voor de de eigen ruimte die de mening van de individuele burger tegenover de Nederlandse Staat heeft. Nou ja, ze komt op voor een nogal select deel van volgelingen onder die burgers. Extreem taalgebruik is in deze kringen niet vreemd.

“Het is complete waanzin dat het premier Rutte excuses heeft aangeboden voor het slavernijverleden. Uiteindelijk komt het maar op één ding neer: we gaan betalen. Ofwel aan herstelbetalingen ofwel aan een reeds ingesteld indoctrinatiefonds à 200 miljoen.” #nietnamensmij

De democratische rechtsstaat is de in ons land geaccepteerde vorm volgens welke tussen de diversiteit aan meningen die individuele burgers er op na houden, ‘de wil van het volk’, en de mening van ‘de Staat’ wordt bemiddeld. Blommenstijn en andere notoire criticasters van de democratische rechtsstaat der Nederlanden zouden in landen met een minder democratische staatsvorm kunnen worden opgepakt, gevangen gezet en de mond gesnoerd. Zoals de mannen en vrouwen in Putin’s Rusland die al te luidruchtig kond doen van hun mening dat de militaire operatie in Ukraïne #nietmijnoorlog is.

Een passage in de toespraak van Rutte trof mij in het bijzonder. Het gaat over een door hem geconstateerde verandering in het denken over het slavernijverleden. Daarover zei hij:

“Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn. Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt.
Maar ik had het mis.
Want eeuwen van onderdrukking en uitbuiting werken door in het hier en nu.
In racistische stereotypen.
In discriminerende patronen van uitsluiting.
In sociale ongelijkheid.”

Ik vroeg me af of hij dit werkelijk meende, of hij, nota bene iemand die geschiedenis studeerde, zo’n afstandelijke houding tegenover het verleden heeft gehad. Ik neem aan dat het een door hem gekozen pedagogisch verantwoorde vorm was om de luisteraars duidelijk te maken dat geschiedenis niet een schoolboekje vol verhalen is over oorlogen en overwinningen, maar iets dat nooit voltooid is. “Nederlanders zouden meer moeten weten van het slavernijverleden.” klinkt het uit de mond van staatssecretaris van Ooijen. Dat wordt al gauw vertaald in een canon van feitjes, die de leerlingen dan uit het hoofd moeten leren. Niets is funester voor echte kennis dan het tot standaard leerstof maken in het onderwijs. Terwijl het natuurlijk gaat om een zelfbewuste verhouding tegenover onze historie als onderdeel van ons zelf en onze eigen tijd. Werkelijk spijt voor wat je in het verleden heb gedaan, betekent niet dat je nu zou willen dat je het niet had gedaan en dat je de gevolgen ervan wilt wegwerken, maar vooral dat je erkent dat wat je gedaan hebt volgens je huidige ethische inzichten onjuist was en dat je nu de gevolgen accepteert van wat je toen hebt gedaan.

Sommige genodigden die bij de speech van Rutte aanwezig waren spraken van een ‘historisch moment‘. Betekenisvolle woorden zijn historische momenten. Unieke, niet reproduceerbare Gebeurtenissen. Sociale gebeurtenissen waarvan de uitgesproken woorden als sedimenten neerdalen in de taalbestanden waar de AI-machines zoals chatGPT als aasgieren hun voedsel uit halen. En dat is het grote verschil tussen de beide betekenissen van de woorden. De echte originele woorden zijn de unieke historische momenten waarin ze door een levend subject als onderdeel van een concrete sociale, gesitueerde interactie worden gesproken. De woorden van de taal waarin AI programma’s gevangen zitten zijn de dode abstracties van deze momenten.

‘Een komma, geen punt’ waren de vaak herhaalde woorden van Rutte. Wanneer kan die punt gezet worden? Is het verleden ooit voltooid verleden tijd?

Voor alsnog kijken er heel wat minder Nederlanders naar de uitzending van een historisch moment als het aanbieden van excuses voor de rol van de Nederlandse Staat in het slavernijverleden dan naar een voetbalwedstrijd waarin Messi met Argentinië wereldkampioen kan worden in Qatar.

Over moderne slavernij gesproken.

Ruttes woorden zullen als dode sedimenten van een betekenisvol moment worden toegevoegd aan het elektronische taalbestand. De door ChatGPT geproduceerde excuusteksten zullen steeds beter lijken op wat ze niet zijn. Wie zal straks namens ChatGPT excuses aanbieden voor het onrecht dat de door deze machines geproduceerde woorden aan anderen, aan ons, wordt aangedaan? Of zullen we ook de door de AI machine zelf daarvoor geproduceerde woorden als geldig excuus accepteren? Alsof de betekenis genoeg heeft aan de woorden.

Hoe lang laten we ons nog als slaafse machines gevangen houden in onze eigen taal, in de buitenkant van de betekenisvolle, historische, momenten?

Verwarring in het taalonderwijs

Het fenomeen ChatGPT heeft tot verwarring geleid in het onderwijs. Het gaat praktisch gezien om het probleem van plagiaat. Studenten die een essay moeten schrijven over een bepaald onderwerp, laten de opdracht door ChatGPT uitvoeren, brengen daarin zelf nog wat wijzigingen aan en leveren deze in als zijnde hun eigen werk. Plagiaatopsporingsprogramma’s zijn niet in staat deze nieuwe vorm van plagiaat te detecteren. Op grond waarvan je zou kunnen zeggen: dan is het officieel ook geen plagiaat. Dit is onbevredigend. Het probleem zit dieper.

Wat taaltechnologie als ChatGPT duidelijk maakt is dat taal in deze technische cultuur een uitwendig iets is, een abstracte substantie, het sediment van de taalwerkelijkheid. Het gaat in het ‘taalonderwijs’ niet om dit sediment, dit taalbestand, deze uitwendigheid, maar om taal in zoverre deze uitdrukking is: van een tijd, een persoonlijk leven, van levenservaringen, van gesprekken, van getuigenissen. Het gaat in het onderwijs om het leren tot uitdrukking brengen van eigen persoonlijke ervaringen, gedachten, standpunten en ideeën. Taal bestaat niet werkelijk in de boeken, maar in de gesprekken met je zelf en met anderen.

Het kunnen inleveren van een tekst is geen goede basis voor het beoordelen van het uitdrukkingsvermogen en het taalvermogen van de leerling. ChatGPT dwingt ons opnieuw na te denken over waar het in het ‘taalonderwijs’ om gaat.

Het kortste kronkelpaadje van Minister Dijkgraaf

“Nature is thrifty in all its actions” (Maupertius)

In zijn brief Inzet Werkagenda mbo aan de Tweede Kamer pleit Minister Dijkgraaf voor meer individuele vrijheid bij de invulling van het vakkenpakket op het MBO. Wil de student Chinees of Russisch studeren, dan moet dat kunnen.

Het uitgangspunt is dat het onderwijs er voor de studenten is, en niet andersom. Het onderwijs moet geen keurslijf zijn waarin de student zich maar moet inpassen. Het moet maatwerk bieden. Uit recent onderzoek blijkt dat de student onder grote prestatiedruk staat. Hij moet van alles om mee te doen, werken aan zijn ‘duurzame’ toekomst met perspectief. Welke leefstijl past mij het beste? Het ik is de negatie van de leefstijl, die het ik kan uittrekken als een oude jas en vervangen door een nieuwe. Eventueel met hulp van een ‘leefstijlcoach’. Die moet proberen inhoud te geven aan dat lege ik. Uit allerlei onderzoek blijkt dat de mens er depressief van wordt. Een gevoel van leegte en de opgedrongen drift dat je van alles moet. Je moet je immers nuttig maken, voor de economie. Iedereen moet mee doen. Participeren.

“Voor mij staat voorop dat elke student een duurzame toekomst met perspectief verdient. Ongeacht achtergrond, sociaaleconomische positie van hun ouders of ondersteuningsbehoefte moet iedereen mee kunnen doen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Iedereen heeft bij zijn studie de rust en ruimte nodig om z’n eigen weg te vinden. Om het kronkelpaadje af te lopen dat achteraf de kortste weg naar de bestemming blijkt te zijn.”

Hier spreekt de theoretische fysicus, gepokt en gemazeld in de problematiek van de relativiteitstheorie en de kwantumfysica. Of een kronkelpad het kortste pad is, dat is een vraag die je alleen van buitenaf kunt stellen. Het vooronderstelt een maat die van buiten af wordt opgelegd. Maar wat nu als het pad het unieke pad is dat het individu gaat. Het is dat kronkelpaadje dat zijn identiteit uitmaakt, de persoonlijke identiteit die gaande weg langs dit unieke pad tot bloei komt? Dat is de wens van de minister; dat iedere leerling, iedere student, zijn eigen paadje gaat, een pad dat niet van te voren van buiten af door een onderwijssysteem wordt aangeboden, maar dat door de eigen keuzes van de student gaandeweg ontstaat. Zo’n pad is per definitie het kortste pad naar de bestemming. Een bestemming die niet van te voren vast ligt. Was de student langs een ander pad op dezelfde bestemming terechtgekomen, hij was een ander persoon geweest.

Wij moeten blij zijn met een Minister van Onderwijs die begrip heeft voor de loden last die de planmatige samenleving van de geplande toekomst op de schouders van onze jeugd legt.

Misschien zit ook daar wel ten diepste de bron van de weerstand van de boeren: het besef dat ze hun ‘eigen leven’ en hun ‘eigen’ identiteit moeten verkopen voor een zak geld en een lege toekomst.