Ontoereikend

Werken aan Kunstmatige Intelligentie

is als een Godsbewijs

Het resultaat van beide is: ontoereikend.

Wat is eigenlijk wél toereikend?

Leven op een andere planeet misschien?

Voetnoot

De inspiratie vond ik bij Lieke Marsman. In Op een andere planeet kunnen ze me redden:

“Het is dat woordje, ontoereikend. Ik vind alles wat ik geleerd heb op school, op de universiteit, in de kranten die ik jarenlang tot me nam omdat ik vond dat een goed burger op de hoogte is van het nieuws, zelfs de inzichten die ik vergaarde in gesprekken met vrienden – nu het er echt op aankomt ontoereikend.”

Wanneer komt het er in een leven écht op aan? (Pas) als je weet dat het je tijd is? Dat je weet dat deze gevulde koek, dat deze keer, de laatste is. Dat er van alles nog maar één is. Dat alles uniek is en in zekere zin alles.


Waar we niet over kunnen zwijgen…

“Ik schrijf nu een kleine twee decennia pathetische gedichten, iets waar ik me vooral tijdens mijn studie filosofie voor geschaamd heb. Maar wat blijkt? Ik had al die tijd gelijk. Gevoel is de enige directe relatie tot de werkelijkheid die binnen onze mogelijkheden ligt. Denken is die werkelijkheid van een afstandje aanschouwen en er verstandige dingen over zeggen, voelen is die werkelijkheid zijn. Daar met elkaar op een wezenlijke manier over kunnen praten is haar kunnen veranderen. Vooruit, zelfhulpboeken mogen ons een eindje op weg helpen, ik wil ook weer niet te kritisch denken, maar je zult ook een tijdje voor jezelf uit moeten staren. Uiteindelijk geldt: jij voelt dat je zin hebt in een pannenkoek met stroop, dus kies je die.”

Dit schreef Lieke Marsman (1990-2026) in een column in de Volkskrant (20-08-2023). Ook een filosoof kan zich afvragen wat voor pannenkoek hij eens zal nemen.

Marsman houdt in haar column een pleidooi voor het voelen, voor het kritisch voelen. We moeten naast het kritisch denken ook het kritisch voelen gaan waarderen. Want terwijl denken afstand schept tot de werkelijkheid waarover gedacht wordt, is gevoel “de enige directe relatie tot de werkelijkheid die binnen onze mogelijkheden ligt”.

Ik heb niet stilgezeten, ik heb Sartre gelezen

en Kant en Kierkegaard. Als ik doodga

hoop ik op een hemel

om met hen te kaarten (Marsman, Uit: In mijn mand, 2021)

Lieke Marsman koesterde de dagelijkse dingen, het lief en leed dat op haar weg kwam, de dingen waarvan ze de waarde in haar werk probeerde in taal uit te drukken en die de keuzes waarvoor het leven en vooral haar ziekte haar plaatsten bepaalden. De dichter en de filosoof, ze moeten het allebei van de taal hebben. Marsman was dichter en filosoof en weet dus hoe de taal van het dichten verschilt van de taal van de denker. De taal van het dichten staat dichter bij het gevoel dan de denker, maar zonder gevoel is het denken leeg, onbetrokken, liefdeloos, zonder inter-esse, waardenloos. De filosoof probeert net als de dichter uiteindelijk het zijn te denken en in taal te vatten hoe het is. Zo is het.

In het essay Allemaal Kevers in de bundel Op een andere planeet kunnen ze me redden, een literair dagboek van haar ziektegeschiedenis, gaat Marsman in een bespreking van Wittgensteins Minnares van de Amerikaanse schrijver David Markson in op het werk van de beroemde taalfilosoof Ludwig Wittgenstein. Over de aforistische, bijna dichterlijke stijl die hij hanteerde in zijn Tractatus zegt ze: “Het is een stellige manier van schrijven, die tegelijk ruimte laat voor verbetering.” Het woord ‘stellig’ drukt treffend het mathematische karakter van zijn afstandelijk denken uit. Het is in stellingen, dat de wiskundige zijn inzicht in de werkelijkheid, zijn werkelijkheid, uitdrukt. Wiskunde is stelkunde. De wiskunde creëert haar eigen werkelijkheid. Een werkelijkheid die strict tegenover het denkend subject gesteld wordt. Dat is de wereld van Wittgenstein: dat is, volgens Stelling 1, ‘alles wat het geval is’. Wat waar is, is wat zinvol gezegd kan worden. “Grof gezegd stelt Wittgenstein in de Tractatus dat taal een-op-eenbeschrijvingen van de werkelijkheid vormt”. De algemene vorm van de zin is: het is zo. De kritische vraag naar de waarheid van uitspraken kan eigenlijk niet gesteld worden, want ze kan niet beantwoord worden, omdat deze uitgaat van een onderscheid tussen de taal die de feiten beschrijft en de feiten zelf. Want buiten de woorden en zinnen die een soort plaatjes van de werkelijkheid tonen hebben we geen toegang tot de werkelijkheid. Dus, hoe zouden we de waarheidswaarde van de zin kunnen bepalen? Vanwege de formele identiteit van de taal en de feiten kan er volgens Wittgenstein over hun verhouding dan ook niet zinvol gesproken worden. De dichter en de filosoof, zitten opgesloten in de taal. Wittgenstein drukt de paradox waarin zijn denken verzeild raakt, uit in de beroemde slotzin van de Tractatus: “Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.”

‘precies de onzinnigste uitspraak van de hele Tractatus’ beoordeelde de Amsterdamse filosoof Jan Hollak (1915-2003) dit resultaat in zijn afscheidscollege, dat hij hield op 21 februari 1986 te Nijmegen. “Want waarover men niet spreken kan, daarover kan men ook niet zwijgen.” (In: Denken als bestaan, het werk van Jan Hollak p. 430).

Ik moest aan Hollaks lezing denken toen ik Lieke Marsman las over die laatste zin. “Hoe langer ik over die zin nadenk, hoe meer hij me tegen de borst stuit.” Het best denkbare antwoord op Wittgenstein is volgens haar: “We kunnen soms helemaal niet zwijgen over de dingen waarover we niet kunnen spreken!”

De dichter Marsman en de denker Hollak zijn het roerend met elkaar eens. Wittgenstein wilde weten hoe taal werkt, zegt Marsman, terwijl taal vaak minstens zoveel zeggend is als ze niet werkt. Hollak bekritiseert Wittgensteins vanwege wat hij noemt zijn ‘functionele’ opvatting van de taal. “Wittgensteins minnares is één lange mislukte poging om het onuitspreekbare uit te spreken.” zegt Marsman. Maar toch is het ook een gelukte poging: want niet door wat er gezegd wordt, maar door dat er gezegd wordt, wordt het wezenlijke gezegd: ‘er woont iemand op dit strand.’ Het gaat erom dat iemand de feiten uitspreekt, zoals die voor haar de werkelijkheid uitmaken. Die Welt ist alles was der Fall ist. Het wezenlijke van taal is dat iemand, een mens van vlees en bloed, zich erin uitspreekt. Lieke’s woorden hebben een andere, diepere, betekenis voor wie haar kent.

Hollak drukt op zijn eigen wijze dezelfde toedracht uit. “Hier (: bij Wittgenstein) wordt niet voldoende onderscheiden tussen datgene wat ik zou willen noemen verwoording van iets – en wel in die zin dat iets wat ik ken en vat door middel van de taal verwoord wordt, en als zodanig naar voren gebracht en uitgedrukt wordt. Het verwoordingskarakter van de taal verdwijnt hier geheel en al ten opzichte van haar functie, van haar gebruik, de wijze waarop ze gebruikt wordt en functioneert in de diverse ‘Sprachspiele‘, zoals Wittgenstein dat noemt.”

Ook Heidegger wees erop dat de taal in onze tijd verworden is tot iets louter functioneels, een technisch medium om informatie te delen, of om de consument een produkt of een mening aan te praten in een commercial.

De Grote Taalmodellen (‘Large Language Models’) waarop ChatGPT en andere taalgeneratiesystemen zijn gebouwd zijn de door OpenAI en Microsoft bij elkaar geharkte kalkafzettingen van het eigenlijke historische taalgebruik. Het is de abstracte taal waaruit het concrete subject, de ziel van het verwoordingskarakter van de taal, verdwenen is. Het is slechts de buitenkant van de taal, de door de slang achtergelaten dode huid, waarmee de technologie werkt en ons tracht te verleiden tot de idee dat er iemand is die zich met ons, de lezer, werkelijk verstaat.

Wat is de waarde van het leven? De vraag doet alsof waarde een eigenschap van iets is dat je op zich kan stellen. Dat waardebegrip gaat al een heel eind in de richting van economische waarde, de waarde die in principe in geld kan worden uitgedrukt. Het is de waarde die speelt wanneer Marsman van haar behandelend arts te horen krijgt dat haar kanker onbehandelbaar is en dat het geen zin meer heeft tot een amputatie van haar arm en schouder over te gaan. “Hoeveel mag hoop eigenlijk waard zijn? Wanneer is het genoeg?” Hoeveel is een leven waard? ‘Een leven’ ? Over welk leven hebben we het? Wat heeft meer waarde: een hoopvol sterven of een hopeloos leven? Voordat we zinvol kunnen spreken van een objectieve rangorde van waarden, moeten we eerst maar eens helder krijgen wat we onder ‘waarde’ verstaan. Zegt Jan Hollak in zijn commentaar op Max Schelers waardenfilosofie. Hoe staat het met ons vermogen tot waardevoelen? Hoe kunnen we het in-zich-waardevolle onderscheiden van het relatieve goed-zijn-voor de persoon alsook van het subjectief bevredigende?

Het echte geluk zit hem niet in het vluchtige bevredigen van behoeftes en verlangens, maar in het aannemen van een levenshouding die erop gericht is de wereld om je heen te doorgronden. Concludeerde Spinoza. “Het allergrootste geluk zit hem erin op intellectuele wijze God ofwel de Natuur (deus sive natura) te doorgronden en te waarderen dat deze God/Natuur een noodzakelijke en eeuwige orde in het universum vormt.” (Marsman, Op een andere planeet …)

Op 4 juni is dichter, filosoof en schrijver Lieke Marsman overleden. Ze is 35 jaar geworden. Ze schreef in het volle besef van de ziekte waaraan ze na vele vruchtbare en strijdbare jaren is gestorven. Dit geeft haar woorden een extra lading en diepte.

Lieke Marsman heeft ons er op gewezen dat het in-zich-waardevolle zit in concrete dingen, in die pannenkoek met stroop, of in ‘de laatste keer in de supermarkt’, ‘de laatste keer een gevulde koek.’

De Dichter en de Duivel verscheen vlak naar haar dood. Een bundel Sprachspiele, taalspelen, met filosofische fragmenten over taal en taaltechnologie vervlochten met letterlijke citaten van influencers, reclame-boodschappen en politici, uit ‘de wereld die helemaal gek is geworden’. Hier kijkt ze nog eens terug op het leven (“het leven is een regelding”). Het begint met een proloog:

Mijn leven was pas half voorbij toen ik verdwaalde

in een donker woud van managers- en makelaarstaal,

waar een reeks verkeerde keuzes me mijn pad deed missen.

Ook in deze laatste bundel gaat Marsman weer tekeer tegen de platheid van de rationele economische politieke werkelijkheid. In een hilarisch gesprek met Gerrit Zalm, de voormalige VVD-minister van Financiën:

Zie je hoe de wereld gek geworden is?

Jullie VVD’ers begrijpen nog steeds niet

Wat het betekent om niets te verliezen te hebben.

En even verder:

Daar zit, als ik echt bij mezelf te rade ga,

mijn grootste verdriet. Dat we met kale taal

en rechtlijnige algoritmes een rommelige wereld

hebben gecreëerd, in plaats van andersom:

een wanordelijk gespeld maar helder prachtig paradijs.

Het eindigt met een Epiloog, aangekondigd door het ouderwets luchtalarm.

De zoektocht naar de bodem van het bestaan, de antwoorden op al die grote zinvragen eindigt in ‘het niet-antwoordende zwart’. Daarin opgesloten, concludeert Marsman, kun je het beste je brein maar bezighouden met het reciteren van gedichten, die zich daar goed voor lenen.

Het refrein van Lieke’s laatste lied:

soms is de grond gewoon de grond

die aardlaag waar de doden in verdwijnen

en haal je adem maar het zand komt tot je mond

Waarover gaat De Dichter en de Duivel? “Het gaat over een dichter die een huis heeft gekocht, en ontdekt dat haar berging toegang biedt tot een ondergrondse wereld, “die wordt bevolkt door influencers, politici, opiniemakers en columnisten en de duivel”, aldus uitgeverij Pluim. Maar dat is slechts hoe de dichter datgene probeert te verwoorden waar het haar eigenlijk om te doen is. Opdat wij lezers het zullen verstaan.

Veel van haar essays en gedichten getuigen van haar kritische houding tegenover de heerschappij van het wetenschappelijke technocratische denken, dat in de haarvaten van het leven zit. Het kapitalisme en materialisme van onze west-europese cultuur wordt voortgedreven door het vasthouden aan het principe van rationaliteit; de mens zou een redelijk dier zijn, animal rationale. Dit principe eist een houding die zoekt naar de toereikende grond. Marsman is zich bewust van de afstandelijkheid en ontoereikendheid van dit denken en pleit voor een herwaardering van een andere dichterlijke dimensie van het leven. Dichter bij het gevoel.

Marsman past in de traditie van Goethe:

Maar onderzoek streeft en zoekt, nooit moe,

Naar wet en grond, naar het waarom en hoe

In Der Satz vom Grund analyseert Martin Heidegger (Marsman was bekend met zijn werk) het principe van grond: Nihil est sine ratione. De grond die Leibnitz zocht moest toereikend zijn. Kan de wetenschap toereikende grond bieden? Dat is de vraag die Heidegger stelt. Hij komt uiteindelijk terecht bij de intuïtie van de dichter.

“Goethe vermoedde wel hoezeer het onvermoeibare van het onderzoek, als het zich maar blindelings laat meeslepen, de mens en de aarde in haar diepste kern afmat.”

Van die afmatting van de aarde zijn wij hedentendage de machteloze getuigen. Ik lees Marsmans werk ook als een getuigenis van haar besef in de waardenloosheid van de huidige geopolitiek die hele volkstammen door oorlogen en klimaatveranderingen van hun geboortegrond verdrijft.

De Dichter en de Duivel bevat een Appendix, waarin een chat met ChatGPT staat afgedrukt. Daarin verklaart ChatGPT dat het zonder toestemming LLM’s heeft gebruikt gemaakt van gecopyrighte teksten zoals romans en dichtbundels.

In een Open Brief aan Auteurs en Uitgevers biedt ChatGPT namens Sam Altman, Chief Executive Officer van OpenAI, ‘onze oprechte excuses aan‘.

“Uw werk had nooit zonder overleg in trainingsdata mogen worden opgenomen.”

Woorden, woorden, woorden…