“Trump heeft geen zelfbewustzijn” (Tinneke Beeckman, OVT, 08 Februari 2026)
Je kunt natuurlijk de ochtend beginnen met het lezen van een stukje uit de Bijbel of uit de Koran, al naar gelang je religieuze smaak. Ik lees de laatste tijd bij wijze van ochtendgebed in Hegels Phänomenologie des Geistes, waarna ik het wereldnieuws tot mij neem. Dat wordt inmiddels al weer een jaar lang beheerst door de huidige republikeinse president van de Verenigde Staten, Donald J. Trump. Het is elke dag weer een verrassing te horen wat de man nu weer bedacht heeft. Hij maakt van de werkelijkheid een klucht. Het is toneel, maar wel serieus toneel. Dankzij de media zien we dagelijks voor ons hoe het met de staat van de moderne westerse mens gesteld is. Trump is een dankbaar medium voor inzicht daarin vanwege de onbeschaamde, kinderlijk eerlijke wijze waarop hij toont waar het in de ontwikkeling naar een volwassen vorm van zelfbewustzijn allemaal mis kan lopen en waar dit toe kan leiden wanneer een volk een dergelijke figuur als hun president kiest.
De Phänomenologie, dit meesterstuk van de moderne westerse filosofie, is een lastige tekst. Iedere zin vraagt de uiterste inspanning van de uitgeslapen lezer. In dit eerste, nog experimentele, werk ontwikkelt G.W.F. Hegel de verschillende verschijningsvormen van de geest. Het is een diepgaande analyse van de dynamiek van de momenten die spelen in de interaktie van het zelf van de geest en het andere, vanaf de zintuiglijke waarneming, het dit en het menen, de kracht en het verstand, het wetenschappelijk kennen, de zedelijkheid, de opvoeding, de staat en de religie. Het is een poging van de filosoof tot wetenschap van de ervaring van het bewustzijn te komen. Hegel, geboren in 1770 te Stuttgart, gestorven in 1831 in Berlijn, heeft geprobeerd alle aspecten en terreinen van het leven, wetenschap, kunst, moraal, recht, religie in een systematische samenhang te begrijpen. Het is de taak van de filosoof zijn eigen tijd tot begrip te brengen. Dat deed hij staande in de traditie van de ‘moderne’ filosofie, die volgens velen aanving bij de methodische twijfel van Descartes, de zekerheid van het ‘cogito ergo sum’ en het wetenschappelijk optimisme. Gevolgd door de vervreemding, schijn en zijn, bij Kant en de scepsis bij Hume. Deze traditie wordt gekenmerkt door het zoeken van de mens naar zelfstandigheid, zowel in zijn kennen als in zijn handelen. Het gaat daarbij niet alleen om hoe de mens als individu zelfstandigheid probeert te verwerven. Hij doet dat niet in isolement, de ander speelt daarin een wezenlijke rol. En die ander heeft verschillende gedaantes. Het gaat om het verwerven van zelfstandigheid tegenover de familie, de samenleving, de staat, de kerk, de natuur. Voor het eerst in deze filosofische traditie van de zelfbewustwording van de menselijke geest komt expliciet het thema van de intersubjectiviteit aan de orde. Het zelfbewustzijn heeft de structuur zelfbewustzijn van een zelfbewustzijn te zijn. Het individu moet in de zelfverwerkelijking de strijd aangaan met een ander zelfbewustzijn. Voor het zover is moet het kind zich als ik ontplooien. Het zegt ‘ik’ het krijgt een naam, het roept ‘Jan’ en ‘mijn’ (wijzend naar zijn tandenborstel). Het presenteert zich en zegt ‘ik wil’, ‘ik zelf doen’. Getuigen van een sluimerend besef van zelf. De relaties waarin het individu, dat zich behorend tot een soort (‘Gattung’) als mens, man of vrouw accepteert, betrokken is tot het andere: de dingen, de moeder, de marktkoopman, de agent, de staat, de ideeën, de technologie, het huwelijk, zijn studie, het recht, God, zijn partner, zijn niet iets bijkomstigs, geen eigenschap, ze maken de werkelijkheid ervan uit. De waarheid is het geheel, in al zijn dynamiek, in het leven.
Het is niet de eerste keer dat ik het werk van Hegel lees. Tijdens mijn studie wiskunde en informatica las ik Hegel in een poging te begrijpen wat Jan Hollak bedoelt wanneer hij de automatisering ziet als de uitwendige objectivatie van de moderne idee van de autonome mens, zoals die in de moderne filosofie wordt begrepen en door Hegel wordt uitgedrukt. In mijn afstudeerwerk ging het over de structurele overeenkomst tussen de Hegelse idee van het zelfbewustzijn – zelfbewustzijn van een zelfbewustzijn te zijn – en de zelfapplicatie van het mathematisch functiebegrip zoals dat is gerealiseerd in de programmeerbare machine. De zuivere vorm van de automatie laat zich wiskundig uitdrukken als de zelfapplicatie van de zelfapplicatie. De functie, mathematische vorm van de mens als actor/arbeider, past zich op het argument, het andere van zich toe en reproduceert zichzelf. De mens heeft zich vanzichzelf vervreemd wanneer hij de machine, de automaat, de AI, als autonoom werkend ding tegenover zich ziet. In plaats van als iets anders in relatie tot hem zelf. Van zich vervreemd, omdat degene die de functie toepast, degene die de machine programmeert, die de wet voorschrijft, nog altijd de mens zelf is. Het is duidelijk dat wanneer het hier over ‘de mens’ gaat, dat daarmee niet per sé het individu bedoeld wordt, maar ook de technocratische samenleving, waarin de grote ICT-bedrijven, de burger en de politiek in hun machtsgreep houden. Maar ook hier geldt weer dat de ander het andere van het zelf en daarmee tevens het zelf is. Dass Tun des Eine ist dass Tun des Andere.
De tweede keer dat ik Hegel uit de kast haalde, was toen ik kennis maakte met de ‘mimetische begeerte’, sleutelbegrip in het denken van de Franse filosoof René Girard. Kort gezegd luidt het principe van de mimetische begeerte: De mens begeert wat de ander begeert. Ik zag de werking ervan toen ik met twee van onze kleinkinderen een ijsje kocht. Ik had twee identieke ijsjes voor ze gekocht en de jongste had de eerste keus. Nadat deze de keuze had gemaakt, wilde de ander juist ook dat ijsje. De beide aanvankelijk identieke ijsjes waren niet meer hetzelfde. Het gewilde ijsje was veel meer geworden dan het niet gekozen ijsje. Er ontspon zich een verbeten strijd tussen de twee kleintjes om dat ene uitverkoren, door beide gewilde ijsje. De reclamewereld maakt handig gebruik van dit principe. Bij Hegel is de begeerte die zich de werkelijkheid wil toe-eigenen de onmiddellijke vorm van het zelfbewustzijn. Maar in deze vorm ontkent het zelfbewustzijn de werkelijkheid, als eigen zelfstandigheid. Voor de begeerte is het andere nog object, een te bezitten, te consumeren, goed. Zoals alles voor het zelfbewustzijn object, resultaat van objectivering van het denkend subject (res cogitans) is en daar als iets onwerkelijks tegenover staat.
Het mathematiserende denken blijft bij deze abstracte tegenoverstelling tussen subject en object staan. De werkelijkheid is res extensa, zuivere uitgebreidheid, de ruimte van door het subject te poneren structuren. Alleen beseft het subject nog niet dat het zelf ontwerper is van de mathematische modellen. Voor Descartes zijn het eeuwige wiskundige waarheden waarvan de realiteitswaarde door de goede God gegarandeerd is. Het universum is mathematisch. Het is een vorm van denken die zich via de mathematische fysica heeft uitgewerkt in de overheersing van de natuur door middel van arbeid en technologie. Na ‘de dood van God’ heeft de AI de rol van bevestiger van de waarheid overgenomen. Hoe komt het zelfbewustzijn uit deze toestand die door het toe-eigenen van het andere, de begeerte, wordt gekenmerkt? Volgens Hegel kan dat alleen als het in het begeerde stuit op een ander zelfbewustzijn. Het objectieve blijkt niet abstract tegenover het subject, maar het andere van het subject te zijn: het andere van het zelfbewustzijn is zelfbewustzijn in het andere. Het komt tot een strijd tussen heer en knecht, het onderspit van de arbeider, de heer die zich als God ziet, en het ongelukkige bewustzijn, waarin het zelfbewustzijn leeft in de verscheurdheid zowel uitverkoren beginsel van het universum als verstotene der aarde te zijn.
Het ongelukkige bewustzijn is het bewustzijn dat vrijheid ontdekt, maar haar niet durft te dragen, en daarom noodzakelijkheid simuleert. Vaclav Havel’s essay ‘De macht van de machtelozen’ gaat over de mens die zich aan de voorschriften van de de autoriteit houdt. Bij Havel is het de communistische staat, maar het kan iedere autoriteit zijn. Deze staatsburger spreekt de formules die worden voorgeschreven, zoals iedereen dat doet, terwijl hij weet dat hij in onwaarheid leeft. Zo houdt hij de leugen in stand. Het is een prachtige illustratie van Hegel’s Ongelukkige Bewustzijn. De heer blijkt echter in alles afhankelijk te zijn van de knecht, zoals de moderne mens slaaf is van wat bedoeld was als zijn knecht, de autonome technologie, de robotisering. Is het ter compensatie van dit ik-verlies dat het zelfbewustzijn ontdekt dat het op de bres moet voor een betere wereld? Iedereen wil echter het goede doen en heeft het beste voor met de wereld. Maar wel op zijn eigen manier.
Trump voer ik hier op als een welkome illustratie van de verschillende momenten in het proces van de zelfbewustwording van de geest zoals Hegel dit in zijn Phänomenologie des Geistes beschrijft. Maar je hoeft de Phänomenologie niet te lezen om te zien dat Trump een probleem heeft met erkenning. En erkenning (‘Anerkennung’) is waar het bij Hegel om draait bij de ontwikkeling van het zelfbewustzijn.
“Das Selbstbewustsein ist an und für sich, indem und dadurch, dass es für ein Anderes an und für sich ist; d.h. es ist nur als ein Anerkanntes.”
Het zelfbewustzijn moet om zelfbewustzijn te worden erkend worden door een ander zelfbewustzijn. Het bestaat slechts als erkend. “Ik kan dus niet het monopolie van de bewuste zelfbevestiging hebben, maar er moet ook in de objectiviteit (dat is het andere in de verhouding van de begeerte) iets zijn dat deze zelfbevestiging voltrekt. Dat vereist een zelfbewustzijn dat niet met mij als zelfbewustzijn samenvalt.” (LF) Het ‘ik’ is pas ‘ik’ voor een ‘jij’, dat ook een ‘ik’ is en mij als een ‘ik’ beschouwt en behandelt. Als subjectiviteit denkbaar is, dan is het als intersubjectiviteit. Het subject bestaat voor zich als subject. Dat is precies de makke van Descartes; dat hij het subject niet als subject denkt, maar als object voorstelde. Als een instantie in een andere wereld strict gescheiden van de wereld van de waarneming. Dat is ook precies wat het ‘mathematische’ van Descartes’ metafysica uitmaakt. Het wiskundig denken creëert een structuur, poneert het als zelfstandig bestaand object in een andere werkelijkheid, en ‘trekt zijn handen ervan af’. De wiskunde poneert haar eigen waarheid. Het mathematische, kwantificerende uitwendige denken, het denken van de uitwendigheid, beheerst onze moderne technologische samenleving. Dit komt het meest expliciet tot uitdrukking in de informatisering, waarvan de de kunstmatige intelligentie het meest aansprekende verschijnsel is.
Het ‘ik’ moet een plek hebben voor een ‘jij’. Die ‘jij’ kan een ‘transitional object’ zijn, zoals een knuffelbeertje voor een kind, een mobieltje voor de puber, of een sprekende computer voor de volwassen mens. Het transitional object treedt voor het kind in de plaats van de moeder, als vertrouwde brug tussen het ik en de vreemde buitenwereld. Het wordt voor een ‘jij’, voor een persoon gehouden. Maar het zelfbewustzijn, de persoon groeit naar volwassenheid en vrijheid, naarmate de Ander gelijk is aan het zelf. Niet aan een zelfgemaakt beeld van het zelf. Volgens de overlevering werd de beeldhouwer Pygmalion verliefd op een door hemzelf gemaakt ivoren beeld, dat daarna in een levend meisje verandert. “Het lijkt een echte jonge vrouw, je zou geloven dat zij leeft en, als fatsoen dat toestond, graag bemind wil worden – zozeer gaat kunst in eigen kunde schuil.” (Ovidius, Metamorphosen, Boek X, p. 254). De weg naar volwassenheid van het zelf gaat via de ander die hem als een gelijke aanspreekt en ter verantwoording roept op zijn zelf. Een chatbot zoals ChatGPT is slechts een spiegel, een uitwendige objectivatie van de taalgebruiker.
Een gift is pas een gift wanneer deze in vrijheid door de ander gegeven wordt en de ontvanger deze als in vrijheid gegeven accepteert. Wat je ontvangt is niet alleen het materiële ding, dat is slecths een uitwendig teken, maar het geven van de ander. In het geven ontvangt de ander mijn ontvangen van de gift. Het is deze dialectische dubbelverhouding tussen gever en ontvanger die de ware gift tot gift maakt. Wie vraagt om een gift kán hem niet ontvangen, omdat een gevraagde gift geen gift is.
Het is duidelijk dat Trump een probleem heeft met ‘Anerkennung’, een noodzakelijke voorwaarde voor volwassenwording. Trump, die zich presenteert als de redder van de mensheid, die vraagt om erkenning door zijn claim op de Nobelprijs voor de Vrede. De neptrofee die Trump ontving van zijn ‘beste vriend’, de voorzitter van de FIFA staat symbool voor de fake, de holle uitwendigheid. Trump is blijven hangen in de waarheid van de Begeerte, waarin de ander object is. Kijk naar zijn lichaamstaal. Zie de arrogante houding die hij aanneemt tijdens een toespraak. Van uit de hoogte kijkt hij neer op zijn gehoor. “Wilt u dat ik nog iets over Groenland zeg?” vraagt hij zijn gehoor tijdens de top in Davos. Kan Trump anders op de toeschouwer overkomen dan als toonbeeld van ‘die Wahnsinn des Eigendünkels’? Het andere is voor hem object, te bezitten en te knechten. Het typische wijsgebaar naar (een onbepaald, willekeurig) iemand in zijn publiek, is het gebaar van de heerser die zijn volgende slachtoffer aanwijst. Ook al houdt de aangewezene zich misschien voor een uitverkorene. Trump doet denken aan Berlusconi.
Trump is in alles representant en toonbeeld van de moderne Amerikaanse tijdgeest, de vrije ondernemende technocraat. Hij ziet de VS als een commerciële kapitalistische onderneming. Men zegt wel dat ieder volk de leider krijgt die het verdient. Trump is (met een kleine meerderheid) op democratische wijze gekozen. Het gevaar dat schuilt in het twee-partijen-systeem dat er een vals idee van democratie op na houdt, zomaar de ondergang van de democratie kan betekenen. Het valse idee is dat de meerderheid in alles beslist over de minderheid en de legitieme macht heeft om alle tegenkrachten uit te schakelen. Zoals Hitler indertijd op volkomen legale wijze de macht naar zich toe kon trekken, zo kan ook de democratisch gekozen president van de VS op volstrekt legale wijze tot een autocratisch leider verworden.
Trump is een paradox: hij is de Staat en hij verafschuwt de Staat. Als supporter van de succesvolle vrije ondernemer ziet hij de Staat in de eerste plaats als sta in de weg. Wetten en regels? weg ermee! Ik doe wat ik denk dat goed is voor mij en voor Amerika. Mijn vrijheid wordt alleen begrensd door mijn eigen moraal. Niet door de vrijheid van de ander, want die bestaat voor Trump immers niet. Wanneer het om de ontwikkeling van de ‘objectieve geest’ (de concrete samenlevingsvormen en verhoudingen) gaat, zien we dat Trump de Amerikaanse politiek weer terugbrengt in de toestand van de Griekse polis, waarin de traditionele uitverkoren families de macht vertegenwoordigen. Make America Great Again staat voor ‘Maak de familie Trump machtiger’. Daarbij gebruikt de ondernemer Trump alle middelen die hem als verkozen president ter beschikking staat. En meer dan dat. Voor Trump is de wereld een zandbak waarin hij naar believen kan spelen. Zie zijn Gaza plan, zie hoe hij ongegeneerd Groenland, ‘een onbetekenend stuk ijs’, claimt. Wie hem dwars zit wordt verwijderd. Hij zoekt de erkenning door zichzelf, en dat is Amerika, voortdurend als de grootste, de machtigste, de sterkste, te presenteren en daarmee de ander, die hij als bedreiging ziet, te kleineren.
De Groenlanders en de Oekraïeners hebben gemeen dat ze hun land, hun grond, hun cultuur, kortom: hun zelf, niet verkopen aan de duivel, zoals het Amerikaanse volk hun ziel en zaligheid hebben verkocht aan Trump. Trump heeft ook een heel bijzondere verhouding tot de idee van een geschiedenis. Die negeert hij. De geschiedenis is verworden tot een boek met narratieven, waaruit je naar believen kunt putten. Daarin verschilt hij niet van die andere door Trump bewonderde ‘grootheden’ in de hedendaagse internationale politiek, Poetin en Netanyahu. Voor de laatste begon de geschiedenis met de aanslag van Hamas een paar jaar geleden, hetgeen de genocide van het Palestijnse volk rechtvaardigt. Van een gedeelde geschiedenis, wezenlijk voor een intersubjectieve verhouding van vrije mensen en staten, kan bij Trump geen sprake zijn. En zo staat hij ook tegenover de natuur. Mensen die hem wijzen op de eigen zelfstandigheid van de natuur, waar we van afhankelijk zijn omdat we er onderdeel van zijn, worden als wappies weggezet. De natuur is slechts grondstof voor de technocratische onderneming America. Hier herkennen we overigens de mathematiserende houding van de natuurwetenschapper, de fysicus, die de basis gelegd heeft voor de informatica. Voor Kant, bewonderaar van Newton, zit er zoveel waarheid in de natuurwetenschap als er wiskunde in aanwezig is. De wiskunde heeft zich echter ontwikkeld tot een modelwetenschap die haar waarheid niet meer in de natuur vindt, maar in de door de mens zelf gecreëerde rekenmachines, de kunstmatige intelligentie. In de mathematische fysica wordt de natuur uitgedrukt in onbegrijpelijke wiskundige formules. Niemand begrijpt de complexe wiskundige formules van de kwantummechanica. Ook de fysici zelf zien niet wat ze precies betekenen. Maar de fysiche experimenten zijn reproduceerbaar, en dus is er ‘werkelijkheid’. Een werkelijkheid geschikt voor bruikbare technologie: kerncentrales en atoombommen. Kenmerk van de mathematiserende houding tegenover de natuur is dat ze van de eigen waarde van de natuur abstraheert. De natuur is grondstof, res extensa, ruimte voor nieuwe constructies geworden.
Trump heeft ook een hekel aan wetten en rechtsregels die de staatsburger en staatsman opgelegd zijn. Hij staat daarin niet alleen. Vanaf het moment dat de mens de zedelijkheid (‘Sittlichkeit’) in wetten tot uitdrukking is gaan brengen, is ook de mogelijkheid ontstaan dat deze uitwendigheid in de plaats komt van de zeden en de moraal. Alles mag, zolang de wet het niet verbiedt. De wet moet wel gehandhaafd worden. Zolang opvoeding en onderwijs tekort schieten, schoolse lessen in burgerschap ten spijt (de regels kennen is nog niet de regels opvolgen), zal deze handhaving niet door het zelf gebeuren. Dat moet door anderen worden afgedwongen. De macht van de wet is veruitwendigd in de macht van de Staat, politie en leger. Wanneer ik de ander niet meer als wetgevende ander erken, kan ik mijn gang gaan. De wet is een formaliteit geworden, niet meer waard dan de inkt waarmee deze is geschreven. In zijn recente National Security Strategy van November 2025 stelt Trump dat hoewel de USA het non-interventieverdrag respecteert, de grote belangen van de staat Amerika en het behoud van haar eigen zelfstandigheid hem het recht geven dit verdrag terzijde te schuiven. Niet lang na deze publicatie werd Venezuela door Trump’s milities binnengevallen en werd president Maduro gevangen genomen. Kijk, wereld, hoe goed ik het met het onderdrukte volk voor heb! Niet iedere burger is rechtspersoon, niet iedere volk souverein in de ogen van de dictatoriale macht.
Net als Hegel is Trump een kind van de Verlichting. Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn zelf verschuldigde onmondigheid. Schreef Kant in 1784, zo’n 150 jaar nadat Descartes stelde dat het gezond verstand het best verdeelde goed op aarde is. Het komt erop aan het goed te gebruiken. Onmondigheid is het onvermogen zich van het eigen verstand te bedienen zonder de leiding van een ander verstand te volgen. Sapere aude! Heb moed je van je eigen verstand te bedienen. De ‘smart guys’ van Silicon Valley namen zijn woorden ter harte. De ‘idealistische’ technocraten van Big Tech leveren de grondstof en het podium voor de grote Trumpshow. Deze private ondernemingen vormen een ondemocratische macht die inspeelt op de behoeftige consument, verslaafd aan informatie, op zoek naar zelferkenning via sociale media. Tegenover Kant probeert Hegel theoretische Vernuft en praktische Vernuft in relatie tot elkaar te verstaan. Voor Hegel is de leuze van de Verlichting dat ‘Alles nuttig is’. Das reine Nützen. Zelfs nutteloos onderzoek is nog nuttig getuige de titel ‘het nut van nutteloos onderzoek’ van een bundel essays van de fysicus en ex-minister van Onderwijs en Wetenschappen Dijkgraaf. Tegenwoordig moet alles functioneel zijn. Inclusief religie. ‘God’ wordt aangevoerd als legitimatie. De mens heeft functies in verschillende rollen en systemen. De waarheid van de werkelijkheid zien we in het functioneren van onze systemen. Maar waartoe? De wetenschap geeft geen antwoord op zinvragen, zoals Husserl in zijn ‘Krisis der Europäischen Wissenschaften’ opmerkt. Voor Hegel is het de taak van de moderne mens zich te bevrijden van de Verlichting. We willen de ander niet omdat deze functioneert, niet omdat deze nuttig is voor ons eigen ik. Het gaat uiteindelijk om de liefde. In de liefde gaat het niet om de eigen zelfstandigheid, zoals in de begeerte, maar om de eigen zelfstandigheid van de ander juist als zelfstandige ander. Trump heeft niet alleen een probleem met de erkenning, maar dientengevolge ook met de liefde. Vereniging in de liefde kan alleen zijn tussen personen ‘die qua macht aan elkaar gelijk zijn’ en voor elkaar leven.
Er is een belangrijk verschil tussen de situatie waarin Hegel zijn Phänomenologie schreef, op de grens van moderne en post-moderne tijd, en de huidige. ‘De storm die vooruitgang heet’ heeft ons een samenleving gebracht die tot in de haarvaten beheerst wordt door produkten van wetenschap en technologie, sociale media en kunstmatige intelligentie. Trump richtte zijn eigen social media kanaal op, via welke hij zijn eigen werkelijkheid presenteert en omringde zich met de grote jongens van Big Tech, de private eigenaren van de belangrijkste bloedbanen van de post-moderne samenlevingen, via welke de media de behoeftige consument, burger en politiek voorziet van informatie, de meest verslavende drug van onze tijd.
Kortom, Trump is in alles een kind, een kind van onze tijd. Men zegt wel dat kinderen de waarheid spreken. Ze kennen de schaamte niet. Juist vanwege zijn schaamteloze naïviteit kunnen we veel van hem leren. Ook al zagen we misschien liever een volwassener leider dan dit verwende, schijnbaar ongelukkige, kind.