“De mens begeert wat anderen in zijn omgeving begeren” (René Girard)
We zijn gevraagd om een dagje op de kleinkinderen te passen. Omdat we als gepensioneerden toch niets beters te doen hebben beantwoordden we dit verzoek met een “Ja hoor, zeg maar hoe laat we er moeten zijn”. De kleinkinderen dat zijn in dit geval twee: Lily van net 6 en Abel van 4. Heel erg lieve kleinkinderen hebben wij. Vooral als ze samen zijn. Dan kan het echt stormen. Wanneer we aankomen rent Abel al naar de deur en voordat de deur open is heeft hij al een hele litanie aangevangen, alsof een kraan open is gezet waaruit de woorden gulpend en klotsend over ons worden uitgestort. Daarbij dribbelt hij rusteloos op zijn korte beentjes en draait hij met zijn vingertjes of hij ondertussen een bolletje wol aan het opwinden is. Kortom Abel is wat je noemt een stuiterbal. Alles wat leven is dat is in dit mannetje. Zijn zus Lily is wat bedaarder. Die kan al een uurtje – tong uit de mond – zitten tekenen en kleuren.
De kinderen hebben enorm veel speelgoed, waarvan een klein deel al her en der verspreid ligt over de kamer. Maar je kunt er nog zonder je nek te breken tussen door. Dat wel. Aan het eind van de middag zal dat anders zijn. Als er gepuzzeld moet worden, Abel is een geweldige puzzelaar, dan wordt er niet één, maar dan worden er gelijk zes dozen met puzzels uit de kast getrokken en als er iets – een poppetje of autootje gezocht wordt dat misschien wel in die grote bak met speelgoedjes zit dan wordt deze zonder pardon op zijn kop gezet. Het wordt op eieren lopen of je nek breken. Het liefst zitten we met ze op de bank een verhaaltje te lezen, maar daar hebben ze niet zoveel zin in vandaag. ‘Stoppetje spelen, stoppetje, stoppetje!’ roepen ze in koor. Okay.
Verstoppertje spelen is een interessant fenomeen. Of opa moet zich verstoppen, of de beide kinderen. Als opa zich verstopt gaan beide kinderen samen zoeken. Wanneer de kinderen opa vinden wordt er zo hard mogelijk gekrijst alsof een monster is ontdekt dat hen zal opeten. Vooral Abeltje vindt verstoppertje leuk. Hij past nog net onder de bank waarop ik zit af te tellen. Daar wou hij zich net verstoppen en dat doet hij dan ook. Niet kijken! roept hij terwijl hij in tijgersluip onder de bank verdwijnt. Ik kom! roep ik en ik loop de kamer uit al roepend “Abel waar zit je!”. Zo speel ik het spelletje mee. Wanneer Abel wel lang genoeg onder de bank gelegen heeft keer ik terug. “Waar zit die Abel nou” en ik kijk onder de bank. Met een luid gekrijs wordt mijn vondst bezegeld. Gevonden! roep ik. Voordat hij weer op zijn beentjes staat is het “nog een keer”. Kinderen houden van herhaling. Lily zit ondertussen naast oma op de bank in de kamer. Oma leert haar kleindochter breien. Daar heerst rust en vrede.
Papa is druk bezig in een groot leegstaand winkelpand in het centrum waar hij over een paar dagen een race en game-centrum opent. Een ondernemer als hij laat zich niet kisten door een Corona-epidemie die zijn door jaren hard werken opgebouwde bedrijf inclusief personeel abrupt stop zette. We hadden ons thuis al voorgenomen met de kinderen even te gaan kijken hoe het nieuwe walhalla van de Max Verstappen fans er uit komt te zien. Om daarna met ze een ijsje te gaan eten. En dat deden we. Het race-centrum bood, anders dan de drukke winkelstraat, voldoende ruimte voor de kinderen om te hollen, nadat ze de diverse race en flight-simulatoren hadden uitgeprobeerd. Maar pa was druk, erg druk, en we gingen dus maar gauw weer naar buiten; op weg naar de ijscowinkel.
Ze wilden allebei hetzelfde: chocolade ijs. De ijscoman steekt de twee hoorntjes waarop grote klodders chocoladeijs in een framepje op de toonbank. Lily kan er net bij en pakt ze eruit. Met in elke hand een hoorntje houdt ze ze haar broertje voor. “Welke wil je?” vraagt ze. “Die” zegt Abel en hij probeert het door hem gekozen hoorntje van zijn zus over te nemen. Die trekt haar hand terug en roept “Nee, die wil ik!” Tijd om in te grijpen voordat het nu door beide begeerde ijsje op de grond terecht komt. “Maar Lily; ze zijn precies hetzelfde! Geef hem zijn ijsje.” probeer ik. Gelukkig heb ik nog enig gezag. Even later zitten ze bij oma aan een tafeltje heerlijk van hun ijs te genieten. Met dikke bruine toeten. Het ijs druipt al snel langs de hoorntjes en hun vingertjes. Oma probeert de schade beperkt te houden met wat haastig opgeduikelde zakdoekjes en servetjes.
Natuurlijk waren die ijsjes niet meer hetzelfde, zoals ik Lily wilde doen geloven. Het ene ijsje, hoewel precies eender als het andere, werd immers door Abel gewild, het andere niet. En wat maakt iets nou meer begerenswaardig dan dat het door anderen begeerd wordt?
De grondgedachte van de mimetische begeerte van René Girard is simpel: `De mens begeert wat anderen in zijn omgeving begeren.’ (%) Om de eigen keuze voor iets goeds te bevestigen hebben we er kennelijk behoefte aan dat de ander deze keuze ook bevestigt. In de wil van Lily het zich door Abel gewilde ijsje eigen te maken erkent ze tevens de waarde van haar broertjes wil als gelijkwaardig aan haar zelf. Zo ontwikkelen onze kleintjes zich in spel, ruzie en strijd tot zelfstandige mensen.
In De nacht in de mens – Hegels Fenomenologie van de Geest, hoofdstuk 7 van Jürgen Kaube’s prachtige Hegel-biografie schrijft de auteur:
“Het probleem van de erkenning is daarom niet op te lossen zoals ouders een ruzie om een speeltje tussen twee kinderen proberen te beslechten door de aanschaf van een tweede exemplaar. Het ene kind wil niet het speeltje als zodanig, maar specifiek het speeltje dat het andere kind heeft. Want het is het speeltje dat een ander begeert wat mij in mijn begeren bevestigt. Het komt onvermijdelijk tot een geschil dat alleen door een verbod kan worden beëindigd. (Kaube, 2022, p. 162).
En wij? De oudjes blijven met een plodde chocoladepapieren zakdoeken achter. Thuis gekomen ligt de kamer bezaaid met speelgoed. “En nu: handen wassen en opruimen!”
Noot (%)
“Het zelfbewustzijn is gereflecteerde begeerte.”
Mijn filosofiedocent Louk Fleischhacker schreef er een mooi boekje over waarin een door hem vertaald en becommentarieerd hoofdstuk over de ontwikkeling van het zelfbewustzijn als begeerte uit Hegels Phänomenologie des Geistes en een essay: Liefde, Begeerte en Zelfbewustzijn. Hierin probeert Louk via Hegels tekst meer begrip te krijgen voor deze kerngedachte in de filosofie van Girard. Het boekje bevat de kortste samenvatting aller tijden van Hegels werk over de zelfbewustwording van de menselijke geest. Alleen daarom al is dit juweeltje het lezen meer dan waard.
Bronnen
Louk Fleischhacker (2004). Hegel – Zelfbewustzijn, Begeerte en de Ander. Vertaling, commentaar en essay: Liefde, Begeerte en Zelfbewustzijn. Uitgeverij DAMON, Budel, 2004.
Jürgen Kaube (2022). Hegel – een biografie. Uitgeverij Ten Have, 2022.