“Segui il tuo corso, e lascia dir le genti !”
(De grote Florentijn, op cit. Karl Marx, Das Kapital, Vorrede, 1867)
Inleiding
Wie Marx’ Het Kapitaal – deze zeer gedetailleerde en goed gedocumenteerde geschiedenis en analyse van het kapitalisme – leest moet wel tot de volgende conclusies komen.
Ten eerste, dat de technische ontwikkeling de motor, de drijvende kracht, van het kapitalisme is.
Ten tweede, dat Marx’ kapitalistische waardeleer de verwaarlozing inhoudt van de eigen waarde van de natuur.
Deze twee kenmerken zijn niet onafhankelijk van elkaar. Ze komen beide voort uit een houding van de mens ten opzichte van de natuur, zijn natuur, die we ‘vervreemdend’ zouden kunnen noemen. Vanwege de ontkenning van de eigen waarde van de natuur gebruik ik de term ‘weerloos’ kapitalisme.
We dat de ontwikkeling van de technologie geleid heeft tot de automatisering van de arbeid, die abstract geworden is en als herhaling van bekende interacties met de natuur kan worden opgevat. Daardoor verdwijnt een groot deel van de menselijke arbeid. De mens rest dan niet anders dan de consumptie van de producten, het koninklijk genieten van toerisme, sporten en spelen en hemelse contemplatie. Een ander deel van de arbeid, het creatieve deel, rest het uitvinden van nieuwe doelen, het plaatsen van nieuwe stippen aan de horizon, en het nadenken over de methodes, de wegen die tot die doelen moeten leiden. Waarna nog enkel het implementeren van de plannen in de weerbarstige samenleving rest.
De automatisering van de arbeid is de negatie van de waarde van de arbeid welke volgens Marx de waarde van de goederen bepaalt. Het enige wat van waarde over blijft is de creativiteit, de creatie van nieuwe producten. Het nieuwe is wat het product dan als enige nog waarde verleent. Het maken ervan gaat vanzelf. Zo zien we, de gedachtegang van Marx’ waardeleer consequent volgend, hoe het kapitalisme leidt tot de huidige decadente, door vernieuwingsdrang gedreven, samenleving.
De natuur als maat
“Wir sprechen von Automation als einem für das gegenwärtige Zeitalter massgebenden Faktor.” Zo begint Arnold Metzger in Automation und Autonomie zijn analyse van de automatisering als fenomeen van een samenleving die de totale rationalisering, de totale wetenschappelijke controle, van het gebeuren (‘des äusseren Geschehens’) tot ideaal van haar sociale handelen heeft gemaakt. (Metzger, 1964, p.6). Ook voor Metzger is de automatisering de laatste fase van een ontwikkeling waarin de ‘moderne’ mens de wetenschappelijk-technische beheersing van de materie als het middel ziet zich te bevrijden van de beperkingen die de natuur hem oplegt.
Metzger schreef dit in de zestiger jaren van de vorige eeuw. De tijd heeft inmiddels laten zien hoe de werkelijkheid van onze door ICT beheerste samenleving de waarheid van zijn analyse meer en meer bevestigt. De ‘intelligente’ machine pretendeert ‘onze taal’ te spreken.
Een revolutionaire beweging geleid door de arbeidersklasse zou een einde moeten betekenen van de eigendomsverhoudingen die kenmerkend zijn voor het kapitalisme: de eigenaren van de fabrieken en banken worden steeds rijker, de arbeider steeds armer. Een alternatief zou tot stand komen in de communistische samenleving, waarin de produktiemiddelen eigendom zijn van de staat. De bevrijding van het juk van de arbeid is ijdele hoop gebleken. Ook de Oost-Europese samenlevingen zijn kapitalistisch met een kleine rijke bovenklasse van oligarchen en een arme klasse van arbeiders.
De verschillen in rijkdom tussen de naties worden voor een groot deel bepaald door verschillen in beschikbaarheid van grondstoffen (natuurlijke rijkdom) en de technologische ontwikkeling (culturele rijkdom).
We zien dat de automatisering uit zichzelf geen maat oplegt aan het mateloze streven naar vernieuwing. Die maat wordt ons nu opgelegd door de natuur zelf. In de klimaatverandering zien we hoe de natuur zich niet meer schijnt te kunnen verweren tegen de weersverandering die door de mateloze uitputting ervan wordt veroorzaakt.
In de huidige strijd van de boeren, tot uitdrukking gebracht in de leuze “no farm, no food” tegen de natuurridders, met hun “no nature, no food” zien we de laatste schermutselingen van Marx’ weerloze door de technologische creativiteit voortgedreven kapitalisme, van een economische waardeleer die de eigen waarde van de ons gegeven natuur volstrekt negeert.
Waar en Geld
Hoe die eigen waarde van de natuur door (Marx’ vlijmscherpe analyse van) het kapitalisme onder de mat geveegd wordt, lezen we in het eerste hoofdstuk van de eerste afdeling over De Waar.
Ik hoef slechts een paar zinnen uit deze glasheldere tekst te citeren om mijn punt duidelijk te maken.
“De rijkdom der maatschappij, waarin kapitalistische produktiewijze heerscht, verschijnt als eene “ontzaglijke warenmassa”, de enkele waar als zijn elementvorm. Ons onderzoek begint derhalve met de analyse van de Waar.”
Ik citeer uit de vertaling van F. van der Goes, vierde druk, “Uitgegeven door de N.V. Mij. tot verspreiding van goede en goedkoope lectuur te Amsterdam.1932”. Ik zal in de volgende citaten de huidige spelling gebruiken.
“De waar is op het eerste gezicht niets dan een voorwerp, een ding, dat door zijn eigenschappen menselijke behoefte van de een of andere aard bevredigt. Het maakt niet uit of deze behoefte uit het lichaam komt of uit de verbeelding voortkomt.”
Toelichting: In een voetnoot: “… de meeste dingen ontlenen hun waarde uit hun nuttigheid voor de geest.” Aldus citeert Marx Nicolas Barbon uit een brief aan Mr. Locke (1696). Merk op dat de waarde onmiddellijk in het teken staat van de nuttigheid voor de mens. Het zal duidelijk zijn dat wanneer we het perspectief van “dass reine Nützen” (cf. Hegel) kiezen niets uiteindelijk meer van waarde is. Immers iets is altijd nuttig voor iets anders en dat leidt tot een oneindige keten van nuttigheden die op zich nergens toe dient. De echte waarde moet dus buiten het economisch nut liggen.
De mathematische gelijkheid “1 mud tarwe = a kilo ijzer” wil zeggen “dat er iets gemeenschappelijks van dezelfde grootte in twee verschillende dingen aanwezig is, in 1 mud tarwe, en eveneens in a kilo ijzer.”
“Beide zijn dus gelijk aan een derde dat op zichzelf noch het een, noch het ander is.”
“Het is het afzien van de gebruiksnuttigheid dat de ruilwaarde klaarblijkelijk kenmerkt.”
We zien hier de bron van de speculatie. Denk aan het opkopen van huizen, van grond van sporters, voetbalclubs, door investeringsmaatschappijen niet voor eigen gebruik maar puur en alleen om er geld mee te verdienen.
“Een gebruikslichaam of goed heeft dus slechts waarde omdat abstract menselijke arbeid in hem is belichaamd of gematerialiseerd”.
Deze teksten spreken voor zich. Het is duidelijk dat wanneer die arbeid door de technische ontwikkeling geautomatiseerd wordt en de arbeider uit het productieproces vervangen wordt door machines er niets anders rest dan consumentisme, het creëren van nieuwe behoeftes, van nieuws.
Het is het kenmerk van de huidige door informatie- en communicatie-technologie en media beheerste samenleving, waarin het individu zoekt naar een nieuwe identiteit in mediale interactie met de ander. Bij het zoeken van zijn eigen identiteit, die tot uitdrukking moet komen in zijn keuzes voor de goederenmerken, wordt het individu geholpen door de profilerende algoritmes van Google, Amazon, Microsoft die weet waar zijn behoeftes liggen.
De politiek is gericht op het in stand houden van de behoeftige burger uit de middelen die het kapitaal van de investeerders via belastingen afdraagt.
Technologie
Marx’ werk beschrijft de geschiedenis van de technische ontwikkeling in interactie met de vorming van de burgerlijke samenleving, de geschiedenis van het kapitaal, de ophoping van geld, de onteigening van de kleine landarbeider, het verdrijven van de huisvlijt en het handwerk naar de door stoomkracht aangedreven fabrieken in de groeiende steden en hun sloppenwijken.
Het verzet tegen de techniek is zo oud als de economische uitbating van de nuttige machines. De eerst ‘luddieten’ acties dateren al van de vijftiende eeuw, van ver voor de invoering van de Spinning Jenny, uitgevonden in 1764. Maar het verzet kan niet op tegen de krachten van de rationalisering van de productie door wetenschap en techniek in nauwe samenwerking met de investeerders die over het kapitaal beschikken.
Het is altijd lastig waar de historie te beginnen

We zien hoe de creatieve mens een schoepenrad plaatst in de stromende rivier, waardoor hij een draaiende as verkrijgt. De omzetting van een voortgaande beweging in een rondgaande beweging. Hij vangt het neervallende water op en door de kracht van het neervallende water brengt het rad dit weer ophoog voor irrigatie van zijn grond. Zo keert hij het water tegen de stroom in terug en ontstaat een schijnbaar eindeloze cirkelgang, gelijk de aarde die draait om de zon.
We zien hoe hij de wind vangt in een zeil en dit gebruikt om tegen de wind in te varen. Zo kan hij op ieder door hemzelf gekozen moment terugkeren naar de plek waar hij zijn reis begon, onafhankelijk van de richting van de wind. We zien hoe hij het vuur gebruikt om stoom te maken, dat opvangt in een vat om druk te verkrijgen die hij via ingenieuze constructies controleert zodat kracht en tegenkracht elkaar in evenwicht proberen te houden: de regulateur van Watt. Zo beteugelt hij de natuurlijke krachten om een bijna constante kracht te produceren door een bijna perfecte cirkelgang en omgekeerd. We zien hoe hij de magnetische krachten omzet in bijna mathematisch perfecte sinusoïde elektrische golfbewegingen. We zien hoe de imperialistische wereldrijken draadloos signalen over de oceanen naar alle uiteinden van de aarde sturen om of afstand de koloniën te beheersen.
We zien hoe de mens beelden in steen beitelt en zijn woorden op perkament schrijft om deze te bewaren tegen de wind en de tand des tijds: een extern geheugen. We zien hoe hij de woorden die zijn technische ideeën uitdrukken gebruikt als sleutels die de machines in werking brengen zodat deze doen wat hij in de woorden heeft uitgedrukt. Zo neemt de natuur in de vorm van de programmeerbare automaat zijn werk over.
De techniek construeert zo “in Analogie zu der unendlich schaffenden Natur ein mechanisches Modell sich selbst regulierender, miteinander kommunizierender Aktionen.” (Metzger, p.7).
Maar het perpetuum mobile bestaat niet. “De natuur biedt weerstand door verslijt” zoals de filosoof van de techniek P. de Bruin opmerkte. De draaiende as van het schoepenrad is aan slijt onderhevig. En er zijn meer ongewenste natuurlijke “neveneffecten”. Deze laten zich niet langer onder het tapijt vegen. De soep die de natuur ons talloze eeuwen lang heeft opgediend dreigt op te raken.
Economie versus Technologie
De Bruin wijst in zijn Philosophie der Techniek op het onderscheid tussen het technische en het economische. Veel denkers over techniek maken dit onderscheid niet: Heidegger, Marx, de nieuwe techniekfilosofen zoals Verbeek, Coeckelbergh en Gunkel, zij onderscheiden niet het technische en het economische aspect aan het handelen. Het technische aspect van het handelen betreft de verhouding van middel tot doel vanuit het middel gezien. Het technische betreft de effectiviteit van het handelen als middel ter realisatie van een bepaalde werking. Het economische aspect betreft de bevrediging van een bepaalde behoefte door het handelen, waarbij gebruik gemaakt wordt van beschikbare middelen. De ontwikkeling van techniek en de handel in techniek zelf speelt een belangrijke rol in de economie. Technologische ontwikkeling is een economische factor van belang. Zo kunnen we naar techniek kijken vanuit het gebruik van bepaalde technische middelen en vanuit het perspectief van de ontwerper, de techniek als uitvinding. Dat gebruik heeft weer een technische kant, de vaardigheid en een consumptieve kant. De ontwerper neemt het gebruiksaspect mee in zijn ontwerp. Het gereedschap is hanterbaar. De gebruiker is vanuit het perspectief van de technicus een onderdeel van het technische systeem. De lopende bandarbeider maakt zich in zijn arbeid deel van het productiesysteem en kan als zodanig vervangen worden door een machine.
Ver voor de economische uitbating van de stoommachine bestond deze al.
Volgens de overlevering bedacht en demonstreerde de Griek Heron van Alexandrië in de eerste eeuw na Christus allerlei mechanische apparaten. Eén van die apparaten was een stoommachine, de aeolipile. Het werkt door lucht in een afgesloten vat op te warmen en dit te laten ronddraaien door de warme lucht te laten ontsnappen via buisjes. Een toepassing van de actie=reactie wet van Newton avant la lettre. Hij ontwierp ook een ‘automaat’ om hydraulisch de tempeldeuren te openen. Deze apparaten werden echter niet ingezet als nuttige werktuigen in een arbeidsproces.

Een Ethiek met respect voor de Natuur
Het ethische van de techniek betreft enerzijds het gebruik van de techniek, anderzijds het effect dat de technische houding heeft op de wijze waarop de mens en de natuur gewaardeerd worden. Het laatste is het ethische van de techniek als techniek. Techniek betreft een bepaalde verhouding ten opzichte van de werkelijkheid. Deze verhouding is mathematisch en kenmerkt zich door een afstandelijkheid. Bij die technische houding hoort een mechanisch wereldbeeld. Dingen zijn technisch voorzover ze functioneren, dat is: een functie hebben in een systeem. Daarbij wordt nog afgezien van de waarde van het doel, de nuttigheid, ervan. De kunstmatige intelligente (AI) is de algemene term voor de realisatie van deze zuiver technische houding. Ze is algemeen toepasbaar in vele concrete toepassingen. De ethische vraag naar de techniek als techniek is de vraag naar de realatie van kunstmatige intelligentie tot de mens.
In Luciano Floridi’s metafysica van de informatie (zie Informatie) zien we een poging om opnieuw zicht te krijgen op de eigen waarde van de natuur. Sadder en wiser keren we terug naar de natuur van het zijn als gegeven zijn. Naar de tijd die stroomt als een rivier, naar het weer dat weert en weerloos lijkt tegen de verandering van het klimaat.
Het informatie- en communicatietijdperk vraagt om opnieuw “in gesprek te gaan met de natuur”, met de natuur zoals die ons gegeven is. De tijd vraagt om paal en perk te stellen aan de mateloosheid van de automatismen van Marx’ weerloze door technologie gedreven kapitalisme. Het is te hopen dat de verschillende politieke stromingen, zich kunnen vinden in een ethiek en moraal die respect toont voor de eigen waarde van de natuur. Een minder ego- maar meer eco-centrische ethiek.
Floridi’s ethiek van informatie geeft de natuur, de rivieren, bossen, stranden en oceanen hun oorspronkelijke rechten terug. “Het is juist de uitdaging om onze rollen als inforgs en actoren in de natuur en als rentmeesters van de natuur te verenigen.” (Floridi 2014, p. 130)
De tijd van tegenstellingen tussen liberaal en sociaal kapitalisme is geweest. De tijd vraagt om een natuurvriendelijke en gezonde economie. De politieke partijen die de Vrijheid hoog in het vaandel hebben moeten opnieuw, in het licht van Marx’ analyse van de geschiedenis van technologie en kapitalisme, bepalen wat zij onder vrijheid verstaan.
Bronnen
Paul Cobben (2022). Marx bevrijd – natuur en vervreemding in de 21ste eeuw. Boom Uitgevers, Amsterdam, 2022.
Luciano Floridi (2014).Informatie. Elementaire deeltjes 11. Amsterdam University Press B.V., Amsterdam, 2014. Vertaling van Information : a very short introduction uit 2010.
Karl Marx (1867). Het Kapitaal. Eerste Deel. Vertaling van F. van der Goes, vierde druk, “Uitgegeven door de N.V. Mij. tot verspreiding van goede en goedkoope lectuur te Amsterdam”, 1932. Deze vertaling is van de derde uitgave die voor de pers gereed gemaakt werd in 1883 door zijn vriend Friedrich Engels. Marx stierf op 14 Maart 1883. De eerste uitgave van Das Kapital is in 1867.
Arnold Metzger (1964). Automation und Autonomie. Das Problem des freien Einzelnen im gegenwärtigen Zeitalter, Neske, 1964.