“Ieder van ons bezit een tastbare levende ziel. Het systeem heeft zoiets niet. We mogen niet toestaan dat het systeem ons uitbuit.” (Haruki Murakami)
De tip
Hoi Pieter. Heb je Boelgakov al uit? appte ik Pieter, een vriend van een zus van me. Ik had hem verteld over De Meester en Margarita toen we samen de boekenmarkt in Deventer bezochten. De volgende dag had hij het al gekocht. Ik ben vergeten hoe de Japanner heet waar je zo enthousiast over was. Het was de avond van eerste kerstdag. Ik lees in Ovidius’ Metamorfosen een warm pleidooi van Pythagoras tegen het doden van dieren voor menselijke consumptie. Die kerstkalkoen kan je gereïncarneerde schoonmoeder zijn.
Oh shit, gelukkig had ik geen kerstkalkoen maar een halfomhalfrollade… Boelgakov heb ik allang uit. Die Japanner heet Haruki Murakami. Probeer maar eens. Fijne kerst en groet Marion van me.
Nee, halfomhalfrollades zijn zelfs voor de ergste schoonmoeders niet ontvankelijk. Ik ga die Murakami eens opzoeken. Advies voor een titel? Jij ook alvast een ‘zalig uiteinde’ 🙂
Norwegian Wood, begin daar maar es mee. Is wel een bekend werk van hem. Veel leesplezier.
Bedankt!
De titel
Afgaand op de titel dacht ik dat hij me een Engelse roman had aangeraden. Ik zocht Murakami op in mijn online bibliotheek en vond een lange lijst titels van Nederlandse vertalingen van Murakami’s werk. Dat ik nog nooit iets van hem gelezen had! In die lijst ook Norwegian Wood. Je kon zowel het boek zelf lenen, maar daarvoor moest ik naar de bieb en die was dicht, je kon ook een online exemplaar lenen. Maar er was ook een gesproken versie. Ik besloot die te downloaden. De reden waarom de Nederlandse vertaling dezelfde Engelse titel heeft als de Engelse uitgave wordt al snel duidelijk duidelijk. Norwegian Wood verwijst naar een nummer van The Beatles. Titels van Engelse songs vertalen we in Nederland niet. Opmerkelijk: op de uitgebreide wikipedia-pagina die gewijd is aan Murakami wordt ook naar dit werk verwezen met ‘Noors hout’. De originele Japanse titel van het boek is Noruwei no Mori, wat de standaard Japanse vertaling van de titel van het Beatles-liedje Norwegian Wood (This Bird Has Flown) schijnt te zijn. Het nummer van de Engelse rockband verscheen op het album Rubber Soul. Dat was in december 1965. Ik was bijna veertien en zat op de Rijks HBS in Leeuwarden. De meeste klasgenoten waren fan van The Beatles, of van de Rolling Stones. Het verschijnen van een nieuwe song van deze bands was een gebeurtenis van belang. The Beatles stonden het langst op nummer 1 van de top 40 hitlijsten. In week 52 van 1965 kwam op 1 binnen het dubbelnummer We Can Work it Out/Day Tripper van The Beatles. Het kwam gelijk uit met Rubber Soul. Op 2 stond toen al negen weken lang hun nummer Yesterday.
Het boek speelt zich dus af in mijn reminiscentiebobbel. De term staat voor het fenomeen dat mensen naarmate ze ouder worden steeds meer persoonlijke herinneringen hebben aan gebeurtenissen uit hun tienerjaren. In een college van de Groningse historicus en geheugenexpert Douwe Draaisma vertelde hij over dit nog onverklaarde fenomeen. Het is een robuust fenomeen. Dat de muziekvoorkeur van de ouder wordende mens uitgaat naar de muziek uit zijn tienerjaren is een symptoom van deze reminiscentiebobbel. Voor mij dus de jaren zestig, de tijd van The Beatles en Norwegian Wood. In die tijd schreven we elkaar nog brieven. Ook in Norwegian Wood schrijven de hoofdrolspelers elkaar brieven.

De auteur
De in Japan en daar buiten zeer bekende, geliefde en door sommigen verguisde schrijver Haruki Murakami is geboren in 1949 in Kyoto, Japan. Hij studeeerde drama aan de Waseda universiteit in Tokio. Hij werkte als student in een platenzaak en opende, nog student, een koffiehuis en jazzbar die hij runde samen met zijn vrouw. Op 29 jarige leeftijd ontdekte hij dat hij schrijven leuk vond. Murakami bereikte een grote doorbraak en nationale erkenning in 1987 met de publicatie van Norwegian Wood. Toen was hij 38. Van het werk, door velen een ‘coming-of-age-roman’ of Bildungs-roman genoemd – hoewel hijzelf in een interview aangaf dat dit slechts een oppervlakkig dimensie van de roman was – werden miljoenen exemplaren verkocht, vooral onder jonge Japanners. Een cult-boek. Rubber Soul genoot een nieuwe commerciële opleving toen het verscheen. Murakami is een politiek zeer betrokken schrijver die zich regelmatig kritisch uitlaat over de politiek van Israël en andere imperialistische staten, waaronder niet in de laatste plaats zijn vaderland.
De vertelling…
Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief van Toru Watanabe, die terugkijkt op zijn tijd als student in Tokio. Het speelt zich af in het Tokio van eind jaren zestig, in een periode waarin Japanse studenten, net als die van veel andere landen, protesteerden tegen de gevestigde orde. Ook op de campus van de universiteit van Watanabe zijn er studentenakties. Maar Watanabe houdt zich er niet mee bezig. Laat ze de universiteit maar afbreken als ze dat willen.
De eerste zin van Norwegian Wood luidt:
“Ik was zevenendertig en zat vast in mijn stoel in een Boeing 747.”
en even later…
“Toen het toestel geland was, gingen de no-smokinglampjes uit en klonk zacht achtergrondmuziek uit de speakers in het plafond. Het was ‘Norwegian Wood’ van de Beatles in een zoete uitvoering van een of ander orkest. Zoals altijd bracht die melodie me in verwarring. “
…en waarover het gaat
Over die verwarring zal het gaan. Wat mij betreft. Wie een verhaal leest zoals dit voegt daar zelf zijn eigen dimensie aan toe, al was het maar door dát er uit te halen wat hem het meest aanspreekt, wat herinnert aan iets uit zijn eigen leven. Het verhaal is herinnering aan alles wat er niet meer is. Aan Naoko, zijn grote jeugdliefde. Aan Kizuki, de vriend van Naoko en Watanabe, die de vlucht nam door zelfmoord te plegen. Het heeft een diepe leegte achtergelaten in de nog jonge levens van de twee. Wat nog is, is een leeg grasveld. Het gaat over het onvermogen gevoelens op een bevredigende manier onder woorden te brengen. Naoko en Watanabe, die elkaar regelmatig opzoeken, veel samen wandelen, samen zwijgen en nooit over Kizuki praten, lijden beide aan de ‘woordenzoekziekte’. Het gaat over hoe je in een relatie jezelf kan en moet blijven en de ander in zijn of haar waarde moet laten. Je houdt immers van iemand omdat die ander is zoals ie zelf is. Over onzekerheid over de waarheid van je gevoelens en over het onbevredigende van oppervlakkige seks met maklijke meisjes. (Murakami beschrijft met veel detail masturbatie en ‘het bedrijven van de liefde’, als een fysieke handeling) Over de dood, die in het verhaal regelmatig ingrijpt. De dood die bestaat in de dingen en momenten die Watanabe herinneren aan Kizuki. De presse-papier op het bureau van de politieagent die hem verhoort omdat hij, en niet Naoko, Kizuki het laatst gezien had. Het groene biljartlaken, de rode N-360, waarin hij zich van het leven beroofde.
“Tot die tijd had ik de dood altijd opgevat als iets zelfstandigs dat helemaal losstond van het leven. Ongeveer aldus: Ooit grijpt de dood ons onvermijdelijk. Maar tot het zo ver is, is de dood er niet. Ik vond dat een uiterst rechtlijnige, logische denkwijze . Aan deze kant is het leven, aan de andere kant is de dood. Ik was hier en niet aan de andere kant,” Dit idee van de dood doet me sterk denken aan de woorden van de griekse filosoof Epicurus, de filosoof van het eenvoudige leven, voor wie de dood de afwezigheid van ervaring is. De diepe leegte van de oneindig diepe put, waar Naoko Watanabe van vertelt. Epicurus streefde ernaar mensen te bevrijden van hun irrationele angsten voor zowel de goden als de dood. Epicurus hechtte veel waarde aan de geestelijke toestand van ataraxia (onverstoorbaarheid). Ik las reviews van Norwegian Wood waarin het lezen van Murakami’s boek als zen was ervaren. Dat heeft alles te maken met de eenvoudige stijl waarin hij complexe zaken beschrijft. Nu ik er verder over nadenk kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er veel epicurische elementen in het boek zitten. Bij het overlijden van Louk, mijn logica en filosofiedocent, werd een door Louk geliefde tekst van Epicurus uitgesproken. “Het verschrikkelijkste kwaad dat er is, de dood, raakt ons in het geheel niet, aangezien de dood er niet is zolang wij bestaan en wij niet bestaan zodra de dood komt.” (Uit De brief aan Menoeceus)
Vroeger sprak de logica hiervan Watanabe wel aan, maar…
“..sinds de avond van Kizuki’s dood lukte het me niet meer om de dood (en het leven) in zulke eenvoudige termen te vatten. De dood was niet het tegenovergestelde van het leven. De dood lag al van het begin af aan in mijn bestaan besloten en hoe ik ook mijn best deed, het lukte me niet dit feit uit te bannen. Want toen de dood op die avond in mei Kizuki op zijn zeventiende greep, had hij tegelijkertijd mij gegrepen.”
Ik denk dat als je met Epicurus filosofie in gedachten sommige passages in dit boek nog eens naleest dat dan zich een nieuwe perspectief op Watanabes verhaal opent.
“Ik denk weleens dat er een soort harde schil rond mijn hart zit en dat daar maar weinig doorheen kan dringen.“
Zoals ik al zei liet ik het boek voorlezen. Voor mij een nieuwe ervaring. De stem van de voorlezer en het leestempo zijn belangrijk, ze passen bij de sfeer van de meeslepende voortgang van de vaak droevige denkwereld van Watanabe. Ik liet me maklijk meenemen in het verhaal. Bij een luisterboek wordt het tempo bepaald door de voorlezer. Je denkt gewoon ondertussen iets anders te kunnen doen terwijl je met een koptelefoon aan het luisteren bent. Maar dat valt tegen. Zelfs een sudoku oplossen leidde me te veel af van het verhaal. De korte muzikale intermezzo’s heb je natuurlijk alleen bij de luisterversie. Ze voegen iets toe aan de sfeer van het verhaal, waarin muziek een belangrijke rol speelt. Wanneer je een boek leest kan het je ook overkomen dat je een passage las die niet tot je door gedrongen is. Je kunt dan maklijk even teruggaan in het boek. Bij een luisterboek is dat lastiger. Maar ik had geen moeite me bij het verhaal te houden. Ik had het boek in een paar dagen uit, telkens benieuwd naar hoe het verder Toru Watanabe, Naoko, Reiko, en Midori zou vergaan.
Haruki Murakami, Norwegian Wood. Oorspronkelijk gepubliceerd in 1987 in het Japans getiteld Noruwei no Mori. Nederlandse vertaling van Elbrich Fennema. LJ Veen Klassiek. Ook als luisterboek (2008), voorgelezen door Cees van Ede. Het boek werd in 2010 verfilmd door Trần Anh Hùng.