Over de kastanjes en het vuur

Bij de jaarlijkse buurtbarbekju kwam, nadat de lokale nieuwtjes waren uitgewisseld, het gesprek op de politiek. De stem van Trump en Rutte – we zaten midden in de NAVO top in Den Haag – weerklonk rond de rijk beladen tafels met salades, worstjes en karbonaatjes. “Als we vrede willen moeten we ons herbewapenen. We hebben veels te lang onze defensie uitgehold. Binnenkort staat die gek van een Putin voor de deur.” Maar, uitte een van de grootvaders in het gezelschap zijn bezorgheid: ik sta niet te springen als onze kleinzoon straks de loopgraven in moet. Sterker nog: ik zal tegen hem zeggen: “doe het niet.” Maar ja, wie haalt dan de kastanjes uit het vuur? Een dilemma.

Er kwamen herinneringen los over ooms, neven en buurmannen van tantes die de oorlog hadden overleefd omdat ze geweigerd, toen ze opgeroepen werden om tegen de Duitsers te vechten. Terwijl die en die, weet je nog?, al na een paar dagen aan het front weer terugkeerden, dood. Kansloos. Iemand vertelde gehoord te hebben dat wel vijftig procent van de mannen die naar het front werden gestuurd, weigerden te schieten als het erop aan kwam. Die maakten rechtsomkeert. Of het de waarheid is of de drank, ik weet het niet. Maar het dilemma bleef boven het gezelschap hangen.

Het vuur dat is de strijd in de loopgraven. De kastanjes dat is ‘onze vrijheid’.

Het verhaal gaat dat toen bleek dat een kleine meerderheid, maar toch: een meerderheid, van de Amerikaanse kiezers hun stem had uitbracht op hun held, de anti-democratische republikein Trump, de wereld voor even met een schok stilstond. Alsof de geschiedenis, als een schaakspeler, even wachtte op het moment dat ze een inval kreeg welke zet het moest worden.

De vergelijking tussen de vrijheid van de geschiedenis met de keuzevrijheid die de schaker heeft, gaat mank. In het schaakspel zijn er op elk moment slechts een door de spelregels vooraf gegeven aantal mogelijkheden voor de volgende stap. Bovendien is precies vastgelegd wat het succescriterium is: wie wanneer wint en wie verliest, dat ligt van te voren vast. Het probleem waar de politiek strateeg die de loop van de geschiedenis bepaalt mee zit is om het strijdveld van mogelijkheden op het moment suprême te overzien. De ‘suspense’ die aan de in vrijheid genomen beslissing voorafgaat betreft de twijfel die de strateeg overvalt in het besef dat hij een mogelijkheid over het hoofd ziet, de angst voor het gapende gat van de onzekere toekomst.

Nu Trump besloot dat Europa haar eigen boontjes moet doppen, zien de militairen van het oude land eindelijk hun kans schoon om het verroeste wapenarsenaal door nieuwe technologie te vervangen. Al te lang is er bezuinigd op defensie. De wapenindustrie vaart er wel bij. De Chinezen, de Russen, de Amerikanen, de Europeanen, ze hebben één ding gemeen: ze strijden met dezelfde wapens. Drones, rakketten en munitie kun je aan alle partijen in het conflict verkopen. De Russen, de Israëliers, de Europeanen; iedereen wil wapens en niemand heeft er ooit genoeg van. Het is onvoorstelbaar hoeveel drones en raketten alleen al in de oorlog tussen Rusland en Oekraïene zijn afgeschoten. Volgens een Russische dronefabrikant verbruikt het leger dagelijks tussen de 2.000 en 3.000 FPV- en tactische drones aan het front.  (FVP= First Person View, een piloot stuurt de drone via een life video-verbinding. Bron: dronewatch.nl) Ook Oekraïene verbruikt dagelijks duizenden drones.

Geen oorlog wordt gevoerd door de koning en de strategen zelf. Om het volk bij de geopolitieke strijd om het land, de energie en de grondstoffen te betrekken moet de Militaire Dienstplicht weer uit de mottenballen. Per slot van rekening: wie heeft er geen behoefte aan litium, grondstof voor zijn mobiele telefoon? Dat spul groeit echt niet in de Hollandse blubber. Je moet iets over hebben voor je vrijheid, voor je verslaving aan de sociale media. Onder de wapenen!

Uit een recent onderzoek bleek dat het aantal mensen dat voor een Europees leger is groeit. Ook vindt volgens een NOS onderzoek “een kwart van het Nederlandse volk dat Nederland al zelf militairen naar Oekraïene moet sturen om te helpen in de oorlog tegen Rusland. Het hoogste aantal sinds het begin van de oorlog.” (NOS-nieuws, 26-02-2025)

Dit aantal zal, mede door de mimetische werking van opinie-uitslagen zeker nog wel even groeien. Zoals de mens begeert wat de ander begeert, zo stemt de mens wat het volk stemt.

Wat ook blijkt uit het opinie-onderzoek is dat er weinig bereid is om zelf in dienst te gaan als Nederland of een ander EU-land wordt aangevallen. De meesten mensen vinden dat de ander de kastanjes maar uit het vuur moet halen, om te zorgen voor de noodzakelijke grondstoffen voor zijn mobieltje. Hoewel er ook jongeren zijn die zich aanmelden bij defensie omdat ze daarin een zinvolle invulling van hun leven denken te vinden.

Met de nieuwe inwerkingtreding van de Militaire Dienstplicht zal ook de wettelijke mogelijkheid dienst te weigeren weer geïmplementeerd moeten worden. Dan komt voor velen de vraag aan de orde welke wissel op de toekomst hij of zij zal nemen. Hoe aantrekkelijk een baantje bij defensie ook wordt voorgesteld, het is niet vanzelfsprekend de militaire dienst in te gaan.

We doen de dienstweigeraar te kort als we zeggen dat ze anderen ‘de kastanjes uit het vuur’ laten halen. Of, nog erger: dat ze de vijand in de kaart spelen en landverraad plegen. Een oorlog is een politieke strijd tussen staten, tussen troepen, niet tussen personen. We kennen ‘onze vijand’ niet. Tegen wie vechten we eigenlijk? De afstand tussen het persoonlijk conflict, oog om oog, en de moderne blinde geopolitieke oorlog is onvoorstelbaar groot. Het persoonlijke en het politieke zijn van geheel verschillende orde.

De russen die in Oekraïene de boel plat gooien zijn al eerder een grens overgestoken. Al dan niet gedwongen. Hier zegt men: ze worden gedwongen. Ze zijn niet meer de vaders en zonen, die ze thuis waren. Ze zijn veranderd, aangevuurd door oorlogspropaganda, in onherkenbare militairen, onderdelen van een oorlogsmachinerie.

Hoe krijg je de burger zo ver dat hij deze grens oversteekt? Mimese speelt een belangrijke rol. De overheid komt met reklamespotjes waarin rolmodellen, sportieve jonge mensen, bekwaam in het hanteren van de nieuwste technische snufjes, die onze jeugd verleiden tot een opleiding en een carriëre bij defensie. Het is een vals beeld van de werkelijkheid waar het uiteindelijk om gaat, de verwoestende, oorverdovende strijd tegen een vijand die je niet kent.

De dienstweigeraar weigert deze grens over te gaan. Een grens die al te makkelijk wordt overschreden. Hij weigert niet uit lafheid. Maar uit inzicht in de mensonwaardigheid van de wereld aan de andere kant van de grens, een wereld waar dood en vernietiging heerst. De wereld waarvan we dagelijks de beelden zien. Gaza, Oekraiëne. Een wereld waarin de bevolking geofferd wordt voor de nationalistische geo-politieke belangen van de staatshoofden. We kennen ze nu als Trump, Putin, Netanyahu, maar ze zijn van alle tijden. Staatslieden die door middel van propaganda, geschiedvervalsingen en geweld de mensen voor hun belangen trachten te winnen door te zeggen dat het voor het belang van het volk zelf is. Door de mensen bang te maken voor de ander, ‘de vijand’, die hun vrijheid zou bedreigen, waardoor ze zich onveilig, bedreigd, gaan voelen om vervolgens dat gevoel van onveiligheid en bedreigd worden aan te wenden als motief voor meer defensie-uitgaven.

Een politiek die gebaseerd is op abstracte, zuiver negatieve tegenstellingen: ‘wij zijn goed en zij zijn slecht’, is niet mijn politiek. We zullen moeten leren leven in het besef dat wij voor de ander de ander zijn en dat de anderen ook een wij zijn.

Het zou blind idealisme zijn. “Doe niet zo dom en naief. Kijk naar de geschiedenis.” Maar is het niet veel dommer de geschiedenis alsmaar te herhalen en er geen lessen uit te leren?

Published by

admin

Rieks op den Akker was onderzoeker en docent kunstmatige intelligentie, wiskunde en informatica aan de Universiteit Twente. Hij is gepensioneerd.

Leave a Reply